Op zoek naar een nieuw Europa; Een collage van reizen en dromen

Danièle Sallenave: Gepasseerd station, Teloorgang van een utopie.Vertaald uit het Frans door Rosalie Siblesz. De Arbeiderspers, 280 blz. ƒ 49,90

Twee jaar lang, van begin 1990 tot eind 1991, heeft Danièle Sallenave alles genoteerd wat haar in het leven de moeite van het opschrijven waard leek - vooral reisnotities uit Tsjechië, Roemenië, het voormalige Joegoslavië, New York en Frankrijk, maar daarnaast ook haar dromen, haar fietstochten door Parijs en tal van politiek-culturele beschouwingen die soms de vorm van kleine essays aannemen. Het boek dat daaruit voortkwam is een heel persoonlijk document geworden, dat onlangs in vertaling verscheen in de reeks Privé-domein, onder de titel Gepasseerd station. Sallenave moet het gedeeltelijk als een soort persoonlijke therapie hebben geschreven. Over die persoonlijke problemen schrijft ze weinig, behalve dat ze - met toenemend succes - vecht tegen een allesoverheersende neerslachtigheid en met grote nauwkeurigheid haar dromen noteert. Maar het opschrijven is op zichzelf een soort therapeutisch ritueel dat tot een literaire methode wordt. Alles moet onmiddellijk worden genoteerd, waar ze zich ook bevindt (op de fiets, op straat) om tot een 'onmiddellijke bespiegeling van de beleefde ervaring' te komen. Later zijn de oorspronkelijke notities weer geredigeerd en becommentarieerd en zijn de essay-achtige passages erin verwerkt, zodat verschillende lagen ontstaan. Het is van belang dit procédé in Sallenaves geval zo uitvoerig te beschrijven, omdat het hele doel van het schrijven voor haar is: zin te geven aan het leven, de menselijke ervaring. We kenden die opvatting al uit haar essaybundel Le don des morts. In dit boek blijkt het procédé om alles toe te spitsen op de 'bespiegeling' namelijk zowel de kracht als de zwakheid ervan uit te maken.

Sallenave behoort tot de generatie van 1968 en was, zoals tal van Franse intellectuelen, een overtuigde communiste die regelmatig reizen ondernam naar wat destijds de 'Oostbloklanden' heetten. Ze had daar zowel contact met officiële instanties en universiteiten als met dissidente schrijvers. In die jaren is Oost-Europa haar steeds dierbaarder geworden omdat ze daar, onder de korst van ontaard communisme, een 'gevoel voor het tragische van het bestaan' en kwaliteiten als soberheid, melancholie en intellectuele integriteit ontwaart. In het moderne West-Europa zouden die zijn weggevaagd door de wreedheid en onverschilligheid van het materialisme dat leidt tot consumentisme en decadente esthetiek, zoals geïllustreerd wordt door de eindeloze winkelcentra en niet-geëngageerde kunst en literatuur.

Zoals veel West-Europeanen is ook Sallenave gefascineerd door het idee dat de reiziger in Oost-Europa als het ware teruggaat in de tijd - wat in het Duits tegenwoordig Zeitlupe heet - en dat niet alleen materieel, maar ook emotioneel. Wat ze mist in ons moderne leven is menselijke warmte en een diep respect voor cultuur. Natuurlijk ziet ze wel degelijk de troosteloze grauwheid en het verval in de Oostbloklanden en weet die ook nu eens plastisch, dan weer poëtisch te beschrijven. Alleen al de vele holle, treurige restaurantzalen, waar ze op haar officiële reizen moet ontbijten, spreken boekdelen. Maar in haar leven heeft, zo zegt ze, de wereld van Oost-Europa 'als telescoop gefunctioneerd om die van ons te ontcijferen'. Ze houdt dan ook een hartstochtelijk pleidooi voor een keuze voor het beste van twee werelden - West- en Oost-Europa kunnen zonder elkaar in cultureel opzicht nooit een volledig Europa vormen. Het is een sympathiek standpunt - overigens ook met heel andere argumenten te bepleiten - dat, vreemd genoeg, vooral reminiscenties oproept aan de pleidooien van Madame de Staël in het begin van de vorige eeuw voor een versmelting van de rationele intellectuele mediterrane cultuur en de sombere, mysterieuze, gevoelsmatiger noordelijke cultuur. Waarbij toch moet worden aangetekend dat de visie van De Staël aanzienlijk minder zwart-wit was.

Heel langzaam doemt uit de wirwar van notities, herinneringen en filosofische beschouwingen het hoofdprobleem op. Wat moet een West-Europese intellectueel met marxistische ideeën aan met het complex van historische en politieke gebeurtenissen dat we gemakshalve aanduiden met de 'val van de muur' of 'de ineenstorting van het reëel bestaande communisme' - het gepasseerde station? Sallenave kiest, in het laatste deel van het boek - in een essay getiteld 'Het einde van het communisme: winter der zielen' - hartstochtelijk en intelligent voor een vorm van 'het kind niet met het badwater weggooien': de ontaarding van een ideaal, het verraad van een droom mag dan tot een catastrofe hebben geleid, het verdwijnen van die droom en dat ideaal zal volgens haar voor heel Europa funeste gevolgen hebben, omdat de leegte alleen zal worden gevuld door de jacht op eigenbelang en persoonlijk geluk, zoals ze die nu in West-Europa meent waar te nemen.

De zwakheid van het boek schuilt nu juist in Sallenaves uitgangspunt dat zij als enige doel van haar schrijven de zingeving van de wereld en het leven ziet. De onmiddellijke ervaring dient te worden geredigeerd, want alleen dat kan een zin opleveren. Dat betekent dat alles wat ze ziet bijna onmiddellijk tot metafoor of illustratie van het een of ander wordt. Aan de ene kant geeft dat het boek een brede samenhang, een visie die veel verder gaat dan wat losse, tot niets verplichtende reisnotities. Aan de andere kant lijkt gewoon kijken er niet meer bij te zijn en dreigt ze regelmatig af te glijden naar een pretentie die knap irriteert en soms aan het belachelijke grenst. Een voorbeeld is haar eerste aanblik van de Middellandse Zee bij Dubrovnik: 'In iedere golf lijkt een vers van Homerus gegraveerd, een herinnering van Horatius...' Natuurlijk is het zo dat historisch besef een ervaring een weergaloze lading kan geven, maar de keerzijde van de medaille is, althans bij Sallenave, dat je sterk de indruk krijgt dat ze datgene wat zich niet tot metafoor laat verwerken niet ziet of niet wil zien. Zelf realiseert ze zich dat gevaar wel, maar volstaat met de arrogante mededeling dat 'precisie minder belangrijk (is) dan de juiste verbanden leggen'. Een ander gevolg van deze instelling is dat Sallenave, ondanks haar idealistische en menslievende theorie, een hekel aan mensen lijkt te hebben, behalve aan zwart geklede oude vrouwtjes of dissidente dichters. Mensen zijn lawaaierig en hebberig, maken rotzooi en ruzie en lopen over van platvloersheid. Ze verstoren de stilte, leegte en eenzaamheid die Sallenave zo waardeert en mogen dus nagenoeg alleen optreden als illustratie voor het door materialisme verziekte West-Europa.

Ondanks deze irritante en pretentieuze aspecten is het een interessant boek geworden dat, onder meer, de discussies en klaagzangen die we voornamelijk uit het Duitsland van na de Wiedervereinigung tussen zogenaamde Ossi's en Wessi's kennen op een intellectueler plan brengt en begrijpelijker maakt. Sallenaves instelling en opvattingen herinneren aan het salonmarxisme van de jaren zestig en ze zijn robuust en intelligent genoeg om het er - ten dele - hartgrondig mee oneens te zijn. Zij doet een controversiële, maar moedige poging om vanuit haar persoonlijke en literaire betrokkenheid en achtergrond aanzetten te geven voor een nieuwe visie op de 'Europese' samenleving die niet de onze hoeft te zijn om ons toch veel stof tot nadenken te geven, en die kan dwingen juist als we het er niet mee eens zijn, onze eigen opinies helder te formuleren.