Naar Bazel

Een verhaaltje van Simon Carmiggelt. Een jongen van een jaar of acht heeft een stoommachientje gekregen, tweedehands, en bij het eerste proberen blijkt dat het kapot is. Dat - terzijde gezegd - is in klein formaat een verschrikkelijk drama: een kind, ontdekkend dat zijn cadeautje het niet doet.

Het weet niet wat erger is: zijn eigen teleurstelling over een ding dat niet in orde is, of zijn ontgoocheling over de grote mensen die hem onderschat hebben, of het vraagstuk dat daaruit voortvloeit: hoe hij dit dilemma moet oplossen, want hij begrijpt natuurlijk wel dat het met de beste bedoelingen is gegeven. Het beste is dus, ieder stuk speelgoed eerst zelf te controleren.

In dit verhaaltje heeft het kind een opa die machinist op de grote vaart is geweest en verstand heeft van stoommachines. De opa wordt er bijgeroepen, neemt zijn soldeerbout mee, begint te repareren en na een uur is het hem gelukt het mechanisme aan het draaien te krijgen. Aroma van stoom, olie en spiritus. Geconcentreerd en diep tevreden kijken de twee naar het razen van het drijfstangetje en het vliegwiel. Opa rolt een sigaret, steekt zijn kleinzoon de tabaksdoos toe en zegt: 'Roken?' Het jongetje: 'Nee, dank u opa, dat mag ik nog niet.'

Uit deze geschiedenis valt allerlei lering en conclusie te trekken. De eerste les heb ik al opgeschreven. De tweede is dat jong en oud samen kunnen worden betoverd door een mooi bewegen, zoals een draaiende stoommachine dat doet. De uitvinding van de stoomschuif die een excentriek in werking stelt heeft de industriële revolutie veroorzaakt, maar ook een nieuwe wending aan de kunst gegeven. De niet met schotten of schermen aangeklede stoommachine die draait, vertoont een naakt bewegen. De ouderwetse heimachine, de stoomlocomotief, de scheepsmachine: ze hebben allemaal iets groots, daarbij zoals alle automaten de betovering van het zelfstandig werkende, maar bovendien de eigenschap dat ze al werkend de toeschouwer blij maken. Ook de kleinste speelgoedstoommachine doet dat. Let op de gezichten van jong en oud als na een inleidend sissen en blazen uit de altijd wel een beetje lekkende ketel en cylinder, de drijfstang gaat bewegen en het vliegwiel zijn eerste aarzelende omwenteling maakt. Je moet wel van steen zijn als je dan niet een tevreden glimlach krijgt.

Degene die deze betovering van de beweging het eerst en nog altijd het best van de stoom heeft verzelfstandigd, is Jean Tinguely. Ik weet nog goed dat ik zijn werk voor het eerst zag, in 1961 op de tentoonstelling Bewogen Beweging in het Stedelijk Museum in Amsterdam, en daarna, weer in het Stedelijk, op Dylaby. Wie kan zich nog het moment van de eerste blik op de Nachtwacht herinneren? Ik heb het hier en daar gevraagd aan mensen van wie de jongste nu 40 is en de oudste 67. Allen waren al jong met het nationale meesterwerk in contact gekomen. Allen hadden zich verbaasd over de omvang. Twee hadden in het verband van een schoolklas de confrontatie ondergaan, twee onder begeleiding van kunstlievende ouders. Allen wisten nog te vertellen dat ze onder de indruk waren gekomen van de omvang en bekaf door het gesjok door het Rijksmuseum.

Ik wil het oeuvre van Rembrandt natuurlijk niet met dat van Tinguely vergelijken. Maar toevallig weet ik van een kind van vijf dat in 1963 in het Stedelijk Museum van de ene machine naar de andere rende, van al het bewegen zeer vrolijk werd en de volgende dag weer naar de tentoonstelling wilde. Welk kind wil de volgende dag weer naar de Nachtwacht? Let ook op de gezichten van volwassenen die naar Tinguely's constructies kijken. Ze krijgen iets argeloos, in hun vriendelijke verbazing beginnen ze te glimlachen, er komt iets kinderlijks in hun uitdrukking. Grootvaders willen hun tabak met hun kleinzoon delen. Weinig kunst die dit veroorzaakt.

Op 27 september is in Bazel een museum geopend dat uitsluitend aan het werk van Tinguely is gewijd. Daar staan in een speciaal daarvoor gebouwd, naar men zegt wondermooi onderkomen honderden machines opgesteld, meer dan wie ook voordien bij elkaar heeft gezien. Er worden films vertoond van beroemde door hem aangerichte drama's waarin zijn machines de heldinnen zijn. Uit alles wat ik erover heb gehoord en gelezen, maak ik op dat meer niet mogelijk is. Terwijl ik dit schrijf ben ik op weg naar dit bewegend wereldcentrum van wielen, krukassen, excentrieken en geluiden. Hoe loopt het af?