Meer werk voor HBO-studenten

DEN HAAG, 18 OKT. De werkgelegenheid voor afgestudeerden in het hoger beroepsonderwijs (HBO) is de afgelopen twee jaar fors toegenomen. Gemiddeld een jaar na het behalen van hun diploma had 5 procent van de HBO'ers in 1995 nog geen werk gevonden. In 1993 en 1994 was dit nog respectievelijk 8 en 7 procent.

Dit blijkt uit de gisteren verschenen HBO-monitor, een jaarlijks herhaald onderzoek waarmee afgestudeerde HBO'ers worden gevolgd op de arbeidsmarkt.

Het aandeel werkende HBO'ers met een vaste baan is de afgelopen vijf jaar sterk afgenomen, van 72 procent in 1991 tot 61 procent in 1995. De onderzoekers beschouwen deze flexibilisering als een structureel kenmerk van de arbeidsmarkt. Die flexibilisering doet zich vooral voor bij starters. Van de voltijd-HBO'ers vond 53 procent meteen na het behalen van het diploma een vaste baan tegen 67 procent in 1991.

Minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), die de HBO-monitor kreeg aangeboden door de voorzitter van de HBO-Raad, drs. A. van der Hek, noemde die flexibiliteit “niet per se verontrustend”. Wel spoorde hij de onderzoekers aan na te gaan hoe het mensen met flexibele contracten verder vergaat.

Toen de HBO-monitor in 1991 voor het eerst werd opgezet, werden ruim 16.000 afgestudeerden benaderd. Nu dit onderzoek in 1995 voor de vijfde keer is gehouden, is dat aantal toegenomen tot circa 30.000, ruim tweederde van de afgestudeerde HBO'ers uit het 1993/94.

Eind 1995 heeft 81 procent van de HBO'ers betaald werk, 5 procentpunt meer dan in 1994 en 9 procentpunt meer dan in 1993. Uitgesplitst naar studierichtingen is de werkloosheid de laatste twee, drie jaar in vijf van de zeven sectoren ruwweg gehalveerd: bij techniek, economie, gezondheidszorg, sociaal-agogisch en kunst. Die daling deed zich niet voor in de pedagogische en agrarische sector. Het gemiddelde inkomen van HBO'ers ligt de laatste vijf jaar rond de 3.200 bruto per maand. In 1995 is dit inkomen het hoogst in de sector economie (3.300 gulden), terwijl dat in de kunst 2.240 gulden bedraagt en in de sector sociaal-agogisch 2.640 gulden.