Maatregel tegen ex-directeur van verzekeraar Avéro

ROTTERDAM, 18 OKT. Justitieel onderzoek naar de vermeende fraude door de voormalige Avéro-directeur Th. R. heeft geleid tot ingrijpen van de Verzekeringskamer, de toezichthouder op de verzekeringsbranche. De verdachte liep als gevolg van een aanwijzing van de toezichthouder zijn benoeming mis als interim-directeur bij Koolhaas Verzekeringen in Velp.

De Verzekeringskamer beschikt sinds bijna tien jaar over de bevoegheid om bestuurders van verzekeraars te toetsen op deskundigheid en betrouwbaarheid. Gevallen waarin het ingrijpen publiek bekend wordt, zijn zeldzaam. De toetsingsprocedures zijn eerder dit jaar geïntensiveerd, zo zegt een woordvoerder van de Verzekeringskamer. Dat betekent dat bestuurders en de betrokken verzekeraar meer informatie moeten geven.

De ex-Achmea-directeur was wel bij Koolhaas werkzaam, maar legde gisteren zijn taken neer. Hij trok zich terug naar aanleiding van berichten in de media en zegt zich volledig beschikbaar te houden voor Justitie. R. ontkent valse handtekeningen te hebben gezet of rekeningen te hebben nagemaakt.

Directeur H. Kegel van Geové zegt zich in de afgelopen maanden verzet te hebben tegen de beslissing van de Verzekeringskamer om de benoeming van R. tegen te houden. “Hij kreeg geen bestuurstaak en had geen invloed op het dagelijks beleid. De Verzekeringskamer heeft alleen tot taak de benoeming van bestuurders te controleren.”

Kegel noemde R. “een uitermate deskundig vakman. Ik heb met R. in juni voorafgaande aan zijn aanstelling gesproken over de redenen van zijn ontslag bij Avéro. Hij was daarover zeer uitvoerig en openhartig. Als achteraf bepaalde risico's verzekeringstechnisch verkeerd zijn beoordeeld, is er in mijn optiek geen sprake van fraude.”

De Verzekeringskamer was al geruime tijd op de hoogte van het conflict tussen Achmea en R., aldus een woordvoerder van de toezichthouder. Daarover is vervolgens opheldering gevraagd bij Avéro. Toen de benoeming van de verdachte bij Geové aan de orde kwam - in juni 1996 - weigerde de toezichthouder de benoeming goed te keuren.

Over de handel en wandel van de ex-directeur bij Avéro zijn verschillende lezingen. Achmea verdenkt R. ervan in 1995 te hebben gefraudeerd met de garantieverzekeringspolissen. Het bedrijf deed pas enkele weken geleden aangifte bij justitie in Haarlem. “R. sloot contracten af met een onaanvaardbaar risico voor Avéro. Het risico was veel te hoog in verhouding tot de premie”, aldus een Achmea-woordvoerder. Daarom moest de directeur in 1995 weg. Bij het ongedaan maken van de contracten in 1995 stootte Achmea vervolgens op “zulke rare zaken”, aldus Mol, dat specialisten van accountantskantoor KPMG zijn ingeschakeld. Door R.'s toedoen zou bij Avéro minimaal 15 miljoen gulden op de garantiecontracten zijn zoekgeraakt. Door het terugdraaien van de contracten is die schade teruggebracht tot enkele duizenden guldens. Zowel R. als algemeen directeur Kegel van Geové beschouwt de affaire als een zakelijk, verzekeringstechnisch geschil. Bij het vertrek van de ex-directeur bij Avéro was er dan ook geen discussie over fraude. Ook Mol van Achmea bevestigt dat.