Landsbergis hoopt in Litouwen op een tweede kans

Voor de tweede keer sinds de uitroeping van de onafhankelijkheid kiezen de Litouwers zondag een nieuw parlement. De kans is groot dat Vytautas Landsbergis, de 'vader van de onafhankelijkheid', na vier jaar in de oppositiebanken weer aan de macht komt, als leider van een centrum-rechtse coalitieregering.

De Litouwers kiezen de 141 parlementariërs in twee ronden: zeventig zetels worden zondag op partijlijsten gekozen volgens een systeem van evenredige vertegenwoordiging, met een kiesdrempel die is verhoogd van vier naar vijf procent. De andere zeventig worden op 10 november gekozen volgens het districtenstelsel. is. Aan de verkiezingen doen 24 partijen mee. Slechts vijf daarvan maken in de eerste ronde van zondag een kans de kiesdrempel te halen: de conservatieve Vaderland Unie/Litouwse Conservatieven (TS/LK) van oud-president Landsbergis, de regerende Litouwse Democratische Partij van de Arbeid (LDDP) van president Algirdas Brazauskas, de Centrumunie, de Christen-Democratische Partij en de Vrouwenpartij LMP.

Zondag wordt tegelijkertijd een referendum gehouden over een verkleining van het parlement, over garanties dat ten minste de helft van de begroting moet worden besteed aan sociale zorg, volksgezondheid, onderwijs, wetenschap, cultuur en andere sociale projecten, en over de wijze van privatiseren en besteding van het daarmee verkregen geld.

De nieuwe Seimas wordt, als de opgaven van de 1.351 kandidaten van hun inkomsten en bezittingen kloppen, een parlement van armoedzaaiers: vrijwel alle kandidaten leven op de rand van de armoede. Een uitzondering is de onafhankelijke kandidaat Gintaris Petrikas, die zijn bezit op 6 miljoen litas (1,25 miljoen dollar) schat, maar tegen hem loopt dan ook een onderzoek wegens de verdenking investeerders te hebben bedrogen.

De armoede van de kandidaten is een afspiegeling van de Litouwse samenleving, en dat is dan ook meteen een van de brandende thema's bij de verkiezingen. In 1992 brachten de schok van de transformatie naar de vrije markt en de daaruit voortvloeiende verpaupering - gecombineerd met de arrogantie van de regerende onafhankelijkheidsbeweging Sajudis en president Landsbergis zelf - de ex-communisten van de LDDP aan de macht. Nu, vier jaar later, dreigt die LDDP op haar beurt slachtoffer te worden van haperende hervormingen en de verdere verpaupering. In 1992 won de LDDP 42 procent van de stemmen; volgens de jongste peilingen slinkt die aanhang zondag naar rond twaalf procent. Landsbergis' Vaderland Unie zou volgens die peilingen kunnen rekenen op bijna vijftien procent. Als de trend wordt bevestigd - maar een kwart van de Litouwers wist nog niet hoe te stemmen - bestaat er een goede mogelijkheid dat de Vaderland Unie en de christen-democraten een coalitieregering kunnen vormen, al dan niet met de Centrumpartij.

De LDDP dreigt de prijs te betalen voor een dramatisch gebrek aan hervormingsgezindheid. De in 1992 gekozen president Brazauskas, in Sovjet-tijden leider van de communistische partij, heeft zich ontpopt niet als de krachtige hervormer die hij toen beloofde te zullen worden, maar als een aarzelaar. Zijn LDDP heeft al te lang op het gebied van de economie gemeend een 'Litouwse weg' te kunnen bewandelen, in plaats van (zoals de succesvolle Esten) te luisteren naar buitenlandse adviseurs of instanties als het IMF en de Wereldbank. Als gevolg van die aarzelingen en eigenwijsheid zijn hervormingen uitgebleven, mislukt of vertraagd en is de levensstandaard gedaald tot een kwart van die in 1991. De prijzen waren vorig jaar 150 keer zo hoog als in 1991, de lonen slechts vijftig keer zo hoog. Buitenlandse investeerders laten Litouwen voornamelijk links liggen.

Dat, gecombineerd met een reeks corruptie- en andere schandelen en gebroken verkiezingsbeloften, heeft geleid tot apathie, onverschilligheid, wantrouwen en cynisme jegens de politiek, waarvan de LDDP het belangrijkste slachtoffer lijkt te worden. De partij van Brazauskas heeft een reputatie van corruptie en nepotisme opgelopen. Een van de weinige aantoonbaar onkreukbare leiders van de partij, de huidige premier Mindaugas Stankevicius, die in februari aantrad na een bankschandaal waarbij honderdduizenden Litouwers hun spaargeld in één klap zagen verdwijnen, heeft die reputatie in die paar maanden niet kunnen wijzigen. In Vilnius prijken leuzen op muren: “LDDP: leugens, corruptie, armoede”. In 1992 was elf procent van de jongeren niet geïnteresseerd in politiek; nu geldt dat voor 56 procent.

Daarvan lijkt vooral Landsbergis te profiteren. Na zijn nederlaag in 1992 schoof Landsbergis snel op in rechtse richting, om uiteindelijk in extreem-rechtse hoek te eindigen en vooral nog met radicale en lichtelijk potsierlijke en absurde uitspraken de aandacht te trekken. De gezette musicoloog, duidelijk verbitterd over de wijze waarop de 'ondankbare' kiezers hem aan de kant hadden gezet, beklaagde zich bijvoorbeeld in 1994 dat Litouwen “een volksdemocratie van het type Ceausescu” aan het worden was.

Dit jaar echter hebben de Litouwers een andere, veel gematigder Landsbergis te zien gekregen, een man die naar het midden is teruggekeerd, die zegt te hebben geleerd van fouten in het verleden en die een verkiezingsprogramma overlegt waarin veiligheid voor privébezit, een liberale markteconomie, decentralisatie van staatsgezag en criminaliteitsbestrijding centraal staan.