Kous aan of uit

“Er zijn elke dag honderden mensen, die voor dat schilderij staan te tobben en onder kunsthistorici is het al jaren een onderwerp van hevige discussies”, zegt conservator Wouter Kloek, een van de organisatoren van de Jan Steen tentoonstelling in het Rijksmuseum. Kloek doelt op het paneeltje Het morgentoilet dat Jan Steen in 1663 schilderde. Hierop is een vrouw in haar slaapkamer te zien. In de toelichting naast het paneeltje is ondermeer te lezen: “Zij zit op de rand van het bed en trekt haar kous aan of uit.”

Aan of uit - een beslissing over de ware toedracht wordt op de tentoonstelling aan de kijkers overgelaten. Maar zo niet in de catalogus, waarin de Amerikaanse kunsthistoricus Arthur K. Wheelock - mede-organisator van de tentoonstelling - een beschrijving geeft van dit schilderij.

Wheelock laat hierin geen enkele ruimte tot twijfel. De vrouw 'trekt haar kous beslist aan', zo stelt hij. Aan die conclusie gaat een wonderlijke redenering vooraf. Wheelock beschrijft haar losgeregen lijfje dat een volle boezem onthult, en haar 'inviterende gelaatsuitdrukking en suggestieve houding' die 'ongeremd zingenot' in het vooruitzicht stellen. Op grond daarvan zou je denken dat de vrouw haar kous juist uittrekt. In de tijd van Jan Steen was het woord 'kous', net als mossel of oester, een symbool voor het vrouwelijk schaamdeel, zoals Eddy de Jongh elders in de catalogus uitlegt. Een vrouw die haar kous uittrekt biedt zich dus aan, zoals de vrouw op dit paneeltje ook lijkt te doen. Maar zo eenvoudig is het niet, althans volgens Wheelock. Met een verwijzing naar Roemer Visschers Sinnepoppen argumenteert hij dat het aantrekken van de kous een waarschuwing inhoudt voor 'onbesuisd gedrag zoals zwichten voor erotisch genot'. Wheelock betoogt dat het hier gaat om een allegorische voorstelling en dat zal ook niemand betwisten: het schilderij zit vol symbolen als een luit met een gebroken snaar en een doodshoofd. Maar dat zegt niets over het kous-probleem. Jan Steen gaf zelf een niet mis te verstane hint dat de vrouw haar kous toch echt uittrekt, zoals gebruikelijk voor het minnespel: tussen knie en kuit schilderde hij op beide benen een moet, een afdruk van haar kouseband, wat aangeeft dat ze de kous kort tevoren nog aanhad. Die kousebandstriemen schilderde Steen ook op het paneeltje Het toilet dat erg op Het morgentoilet lijkt. (Dit hangt niet op de tentoonstelling, maar elders in het Rijksmuseum). Wheelock zijn die striemen niet ontgaan, maar, zo zegt hij, op Het morgentoilet zijn ze 'veel minder duidelijk' dan op het andere paneeltje, 'wat er op wijst dat het een tijdje geleden is dat ze kousen droeg.' Maar de kousebandstriemen op Het morgentoilet springen meteen in het oog en lijken ook hier toch heus niet voor niets geschilderd.

Net als het andere paneeltje heette Het morgentoilet tot nu toe altijd Het toilet. Door de naam te wijzigen zette Wheelock zijn betoog op een geraffineerde manier kracht bij: 's morgens pleegt men zich immers aan te kleden. In de catalogus bij de Vermeer-expositie wekte Wheelock al verbazing met zijn vergezochte interpretaties. Wat voor de hand ligt mag van Wheelock niet waar zijn, ook bij Jan Steen niet.

vrijdag 18