Ibbeltje vroeg niet om hagelslag; Annie M.G. Schmidt en de reclame

Annie M.G. Schmidt schreef begin jaren zestig voor de chocoladefabrikant Venz een hoorspel, Ibbeltje, dat werd uitgezonden door twee commerciële radiozenders. Dat was tegen het zere been van het omroepbestel. “Ze hebben ons uitgekreten alsof we misdadigers waren”, zegt producer Wim Ibo. Van het hoorspel is nu een boek gemaakt. Annie M.G. Schmidt: Ibbeltje. Uitg. Querido, 256 blz. Prijs ƒ 34,90

Annie M.G. Schmidt wist niet zeker of Ibbeltje nog wel uit de vergetelheid moest worden opgediept. Het waren maar kleine verhaaltjes over een meisje, een vader en een moeder die vroeger een kat was geweest. Later had ze dat idee in Minoes veel beter uitgewerkt, vond ze - en dat was ook zo. Maar toen Tine van Buul en Reinold Kuipers bezig waren haar verzamelde liedjes en gedichten te bundelen, kwam Ibbeltje opnieuw ter sprake. Tenslotte wisten ze de schrijfster er toch van te overtuigen dat daar maar eens een boek van moest worden gemaakt.

Ibbeltje was geen boek, maar een serie muzikale hoorspelletjes, in 1961 en 1962 wekelijks uitgezonden op de commerciële zenders Veronica en Radio Luxemburg. Elke aflevering duurde een kwartier en werd 'aangeboden' door de cacao-, chocolade- en suikerwerkenfabrikant Venz te Vaassen, die zichzelf daarom het predikaat 'de vriend van alle kinderen' had aangemeten. De reclame bleef echter beperkt tot de aan- en afkondigingen.

“We werden gesponsord”, zegt Wim Ibo, producer en regisseur van de uitzendingen, “maar dat was toen nog een vrijwel onbekend begrip. Iedereen dacht dat we reclame moesten maken, terwijl Ibbeltje niet één keer om een boterham met chocoladehagelslag van Venz heeft hoeven vragen. De sponsor had geen invloed op de tekst. Maar in de ogen van het omroepbestel, dat toen nog oppermachtig was, waren we meteen besmet. En dan te bedenken dat het ook nog werd uitgezonden op twee commerciële zenders - dat was helemáál tegen het zere been. Ze hebben ons uitgekreten alsof we misdadigers waren.”

Na haar fabelachtig succesvolle series De familie Doorsnee (radio) en Pension Hommeles (televisie) werkte Annie Schmidt steeds vaker mee aan reclamecampagnes. Ze werd in die sector niet alleen beter gehonoreerd, maar bovendien stelde ze met voldoening vast dat hier veel grotere budgetten beschikbaar waren voor het produceren van radioprogramma's en het uitvoeren van boekjes. 'Haar opdrachtgevers zijn niet meer in de eerste plaats de radio-omroepverenigingen', schreef het vakblad Revue der Reclame in 1963, 'maar tal van Nederlandse bedrijven die door gebruikmaking van haar teksten proberen de goodwill van hun produkten bij het Nederlandse publiek te verhogen.' Ook illustratrice Fiep Westendorp profiteerde van de grotere financiële ruimte; in plaats van zwartwit-tekeningen kon ze voor de reclameboekjes voor het eerst prentjes in kleur maken.

Trompetje

Met de commerciële radio maakte Annie Schmidt begin 1961 kennis, toen ze een door het Bedrijfschap Horeca betaald vervolg op De familie Doorsnee schreef. In het najaar volgde Ibbeltje. Dat de titelrol werd gespeeld door een toen 33-jarige hoorspelactrice (Annemarie van Ees), sprak voor producer Wim Ibo vanzelf: geen mens zou er in die tijd aan hebben gedacht om jongens- en meisjesrollen door echte jongens en meisjes te laten spelen. Men kon destijds immers beschikken over een in kinderstemmen grossierende groep hoorspelactrices. De stem van Ibbeltje doet, op de grammofoonplaatjes die ervan bewaard zijn gebleven, een beetje denken aan een gestopt trompetje waaruit hoge tonen worden geperst.

Hetty Blok en Joop Doderer waren Ibbeltjes ouders; zij als een aardige moeder die af en toe nog klonk als een spinnende poes, hij als een vriendelijke vader met een nasaal staccato. Hun gemeenschappelijke vijand was de boze buurman Pinkepank, een onmiskenbare voorloper van buurman Boordevol uit Ja zuster, nee zuster, op passend malicieuze wijze gespeeld door de in geluidsimitaties gespecialiseerde radiokomiek Jan Oradi. Hij vertolkte tevens de hond van de buurman, de katten Rosencrantz en Guildenstern, de pruttelend startende auto van de vader van Ibbeltje en wat er nog meer aan akoestisch geluid moest opklinken.

Ibbeltje is vastgelegd op twee grammofoonplaatjes, die hebben bijgedragen tot de populariteit van het lied waarin, op de meezingbare muziek van Cor Lemaire, de kern is vervat van de serie:

Je moeder is vroeger een kat geweest

Een dikke, rooie kat.

En toen was ze ook al zo'n aardig beest

Toen was ze ook al zo'n schat.

En iedere avond bij heldere maan

Dan wil ze nog altijd de daken op gaan.

Nou heb je 't gehoord en dat was dat

Je moeder was vroeger een kat.

Dat die moeder een kat is geweest, bleek uit elke aflevering. Steeds deed zich een schijnbaar onoplosbaar probleem voor, en steeds kon moeder het oplossen omdat ze kon praten met de katten Rosencrantz en Guildenstern. Altijd was er wel een andere kat die dit duo voorzag van essentiële informatie. Een beetje erg toevallig was het soms wel, maar dat kon nu eenmaal niet anders in een verhaaltje dat niet meer dan een kwartier mocht duren.

De twee 45 toerenplaatjes waren te koop voor vijf spaarzegels van Venz-pakken met bijbetaling van ƒ 1,75. 'Het is verheugend dat een commercieel initiatief tot een artistiek resultaat heeft geleid waaraan men oprecht plezier kan beleven', schreef Ibo op de achterkant van het hoesje. Lang heeft die innige samenwerking echter niet geduurd. De details zijn inmiddels in de mist der tijd verdwenen, maar het kwam neer op een conflict over de exploitatie van het succes. Venz meende de rechten te hebben op een omvangrijke serie boekjes en plaatjes, terwijl de makers vonden dat hun werk daardoor te veel in de greep van de commercie zou belanden.

Op basis van de hoorspelscripts schreef Annie M.G. Schmidt in 1962 en 1963 bovendien een reeks Ibbeltje-avonturen in het weekblad TeleVizier, in die jaren een niet-zuilgebonden programmablad dat fel werd bestreden door de omroepen. Daarvan is nu een boek gemaakt, met 29 verhaaltjes. Dat het pas nu verschijnt, zeventien maanden na de dood van de schrijfster, heeft te maken met de ziekte van Fiep Westendorp, die een nieuwe omslagtekening maakte.

Nog duidelijk is aan de verhaaltjes de radio-afkomst af te lezen, want ze bestaan voornamelijk uit dialogen en ze worden in een snelle montage verteld. Beschrijvende passages komen er nauwelijks in voor. Wie alles achter elkaar leest, gaat zich daaraan storen, denk ik - dan begint het gaandeweg ietwat op afraffelen te lijken, en dan wordt ook het vaste patroon erg zichtbaar: probleem, moeder praat met katten, probleem opgelost. Af en toe een paar hoofdstukjes, dat is het beste. Want leuk blijft het wel, hoe die vervelende meneer Pinkepank iedere keer het onderspit delft. Eén keer blijkt zelfs dat hij 'opperopperzichter' van de hele stad is geworden en alle kinderen heeft verboden te rennen, te springen, te schreeuwen, te spelen of te knikkeren. Ze mogen voortaan alleen nog maar netjes op een rijtje lopen. Ook daar weet moeder, dankzij Rosencrantz en Guildenstern, een list op.