Haenchen: onzekere toekomst

Concert: Nederlands Philharmonisch Kamerorkest o.l.v. Hartmut Haenchen m.m.v. Herre-Jan Stegenga. Programma: D. Sjostakowitsj: Prelude en Scherzo op 11; Celloconcert nr 1; Strijkkwartet op. 144 voor strijkorkest. Gehoord: 17/10 Beurs van Berlage. Herhaling: 19/10.

Hartmut Haenchen viert zijn tienjarig jubileum bij het Nederlands Philharmonisch Orkest met een prachtig Sjostakowitsj-concert van zijn musici, met wie hij deze maand bij de Nederlandse Opera ook de voorstelling van De Neus van Sjostakowitsj begeleidt. Haenchen kwam in 1984 in Nederland via de Opera, waar hij met het Rotterdams Philharmonisch Orkest zorgde voor de begeleiding van Strauss' Elektra, vorige maand nog op het repertoire in het Muziektheater. In het nieuwe boek Twijfel als wapen schetst muziekjournalist Bas van Putten Haenchens carrière en opvattingen over repertoire en musiceren.

Hartmut Haenchen bekleedt hier een belangrijke dubbelfunctie: chefdirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest èn van de Nederlandse Opera. Bij de opera is zijn positie minder prominent dan bij het orkest. Hij is daar niet als voorheen muzikaal directeur. Er waren wat strubbelingen met artistiek directeur Pierre Audi en dit voorjaar klaagde hij dat hij het beleidsplan, net als de andere werknemers, bij de balie moest afhalen om vervolgens te lezen wat de Opera met hem van plan is.

Hartmut Haenchen maakt vanaf het volgende seizoen wel samen met Pierre Audi de eerste Nederlandse produktie van Wagners Der Ring des Nibelungen, maar na de laatste Götterdämmerung in 1999 is zijn toekomst nogal duister. De Opera, die zegt grote waardering voor hem te hebben, degradeert Haenchen tot vast gastdirigent.

Het is de vraag voor hoe lang hij zich dat laat welgevallen en of hij zijn functies bij opera en orkest zinvol kan combineren. Dat laatste is voor hem erg belangrijk, de keuze bij dit concert voor Sjostakowitsj kon niet gemotiveerder zijn, maar het is zoals orkestdirecteur Loot na afloop verklaarde: “We weten niet hoe het afloopt.”

Hartmut Haenchen heeft zich de afgelopen tien jaar bewezen als een onverwoestbaar fundament onder zijn orkest, dat hij na de moeizame fusie van Amsterdams Philharmonisch Orkest, Utrechts Symfonie Orkest en Nederlands Kamerorkest onvermoeibaar trainde tot een zeer respectabel niveau. Ook de Opera, waar hij nu zo'n dertig produkties heeft geleid, heeft dankzij hem in muzikaal opzicht een hoog kwaliteitsgemiddelde.

Ook elders is de in Dresden geboren Haenchen succesvol: in de opera's van Londen en Berlijn en bij tal van orkesten. Hij maakte meer dan 70 platen en cd's.

Hartmut Haenchen is in ons land in de opera vaak succesvoller dan in de concertzaal - het zingen bezorgt hem kennelijk vleugels. Maar af en toe stijgt hij ook in het symfonische repertoire op het podium van het Concertgebouw tot fenomenale hoogten, zoals in het vorige seizoen in Mahlers Negende symfonie.

Diezelfde elegische intensiteit bereikte hij gisteravond in soortgelijk 'laat' en 'kaal' repertoire: de kamerorkestversie van het Vijftiende strijkkwartet 'Requiem', zes adagio's in sferen van beklemming, contemplatie en 'Aufklärung'.

Hartmut Haenchen en solo-cellist Herre-Jan Stegenga kwamen tot een nogal eigensoortige versie van het Celloconcert nr 1. Het voor Rostropowitsj geschreven stuk werd nogal langzaam gespeeld, waardoor de motorische ritmiek minder dwingend werd, maar de noten bij de lyrisch ingestelde solist de kans kregen zich op te laden met emotie.