Groot-Europa heeft dringend nieuwe impuls nodig

Het debat over de uitbreiding van de NAVO overschaduwt enkele andere kwesties die veel belangrijker zijn. De expansie van het Noord-Atlantische bondgenootschap is een onjuiste reactie op een niet bestaande bedreiging van de veiligheid. De stabiliteit in Europa kent thans geen enkele reële bedreiging. Maar de internationale gemeenschap en de deskundigen zijn nog gepreoccupeerd met de problemen van gisteren en eergisteren en tracht in het beste geval oude organisaties aan te passen aan de mentaliteit en problemen van nu, in plaats van werkelijk belangrijke kwesties op te lossen.

Met mijn Britse en Duitse collega's Allison en Kaiser pleit ik ervoor de onverdeelde aandacht te vestigen op de werkelijke en primaire behoeften van de Europeanen. Veruit het belangrijkst is dat we erover nadenken hoe we in Europa de stabiliteit kunnen handhaven en de situatie kunnen verbeteren, om daarna te gaan werken aan een beleid voor Europa in ruimere zin, een 'Groot-Europa' dat zich uitstrekt van Vladivostok tot Vancouver.

De voornaamste bezwaren voor een normaal bestaan zijn: overblijfselen van de nucleaire afschrikking, mogelijke verergering van de energieproblemen, mogelijke rivaliteit in verband met de ontwikkeling van wereldomspannend telecommunicatiestelsel, Ruslands economische achterblijven bij de landen in Midden- en Oost-Europa en, tenslotte, werkloosheidscijfers van 10 procent en meer in de belangrijkste landen van West-Europa die zullen leiden tot verpaupering.

Ook zijn er enkele hardnekkige veiligheidsproblemen. Dit zijn in de eerste plaats de crises aan de periferie van Groot-Europa, in de voormalige Sovjet-Unie. Op dit ogenblik besteden we de helft van de tijd aan het neutraliseren van deze crisis en het herstellen van de stabiliteit ter plaatse, terwijl we problemen die werkelijk van belang zijn voor Europa negeren. De opbouw van een veiligheidsmechanisme voor Europa moet ter hand worden genomen. Maar dit mag niet de Europese agenda domineren. De sterke aandacht voor de uitbreiding van de NAVO en de kwestie van de uitbreiding zelf kan leiden tot een terugval voor Europa en de 'ontluikende gemeenschap' van democratische staten.

Wij vinden dat er voor Groot-Europa een nieuwe agenda moet komen. Alle inspanning zou dan worden geconcentreerd op de oplossing van problemen die van belang zijn voor de toekomst: economische welvaart, ontwikkeling van communicatie- en informatiemiddelen, en de constructie van een nieuw wegennet. Noodzakelijke zijn ook: de uitvoering van grote projecten op het gebied van elektriciteitsopwekking en -transport, de herwaardering van het Europees Energiehandvest en de uitwerking van een gemeenschappelijke energie-strategie. Wetgeving inzake geschilpunten met betrekking tot de Kaspische olie zal ertoe bijdragen dat de zone van stabiliteit in Europa zich uitbreidt tot Georgië, Azerbajdzjan en Kazachstan.

Groot-Europa zou een gemeenschap moeten zijn die zijn buitenlands beleid centraal afstemt. In breder verband zou uitvoering van de nieuwe agenda van Groot-Europa, met andere woorden het serieus uitdiepen van de politieke, economische en sociale integratie, een substantieel tegenwicht vormen voor de eventuele uitbreiding van de NAVO. Het streven naar verdere integratie moet plaatshebben onder auspiciën van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Deze zonder twijfel nuttige organisatie is helaas weinig slagvaardig. De laatste tijd is enige positieve ervaring opgedaan dankzij de structuur van de regeling voor Bosnië, maar die is nog te beperkt. Optimaal zou een bijzondere commissie van de Groep van Zeven economisch sterkste landen en Rusland zijn, eventueel met deelname van een Midden- of Oosteuropees land. Deze commissie zou ervoor moeten zorgen dat Groot-Europa zijn inspanningen concentreert op werkelijk dringende zaken.

De eventuele uitbreiding van de NAVO zal onvermijdelijk een tijdelijke verkoeling teweegbrengen in de betrekkingen tussen Rusland en de NAVO-lidstaten. Het is onwaarschijnlijk dat Rusland zich ooit bij de uitbreiding van dit blok zou kunnen neerleggen. Wanneer wij ons neutraal zouden opstellen tegenover een eerste uitbreiding met de Midden- en Oosteuropese landen, vermoeden we dat weldra de verdere uitbreiding met de Baltische regio op de agenda van de NAVO zal komen te staan.

De uitbreiding van de NAVO zal een slag zijn voor de veiligheid in Europa. Wij zijn ervan overtuigd dat het geen adequate reactie vormt op de gevaren die de veiligheid in Europa bedreigen en waaraan het in de 21ste eeuw het hoofd zal moeten bieden. Bovendien zou Ruslands militair-politieke isolement toenemen bij expansie van de NAVO, omdat dat een poging zou zijn om een nieuw stelsel voor Europese veiligheid te vestigen buiten Rusland om, wat het krachtenevenwicht in Ruslands nadeel zou veranderen. Er bestaat geen reden waarom Rusland zijn principiële standpunt zou wijzigen. Hoe waarschijnlijk de uitbreiding van de NAVO ook is, het staat nog niet vast dat ze ook werkelijk zal plaatshebben.