Fotografe Bertien van Manen heeft herkenbare eigen stijl ontwikkeld; Beelden die de grenzen doen verdwijnen

Tentoonstelling: Bertien van Manen: recent werk. Annette den Ouden: A Global Touch. T/m 3/11, Nederlands Foto Instituut, Rotterdam. Di-zo 11-17u. Boek: A Global Touch: ƒ 65,-. (na expositie ƒ 79,90)

Hoewel ze vooral als documentair fotografe te boek staat, zou je Bertien van Manen, aan wie op 25 oktober de David Roëll Prijs 1996 van het Prins Bernhard Fonds wordt uitgereikt, inmiddels met evenveel recht portretfotografe kunnen noemen. Want evenals Honderd Zomers, Honderd Winters, haar veelgeprezen Rusland-boek uit 1994, bestaat ook haar huidige expositie van recent werk in het Nederlands Foto Instituut weer voor het overgrote deel uit kleurenfoto's van mensen: van jongeren in Tokio, Russische immigranten in Brooklyn, 'Nieuwe Russen' in Rusland en van families in de Appalachen, de ruige bergstreek in Amerika waar zij sinds het midden van de jaren tachtig met enige regelmaat naar toe reist.

Toch zijn het nooit portretten zonder meer die Van Manen maakt. Ze fotografeert een vrouw die slechts gekleed in ondergoed op bed een lui soort ochtend(?)gymnastiek uitvoert, een echtpaar dat onderuitgezakt op de bank voor de tv hangt, of ze legt vanuit de passagierstoel de inzittenden vast op de achterbank van de auto waarin ze meerijdt. Het zijn foto's die, geposeerd of niet, telkens weer suggereren dat er iets veelzeggends wordt prijsgegeven, terwijl ze tegelijkertijd door hun bijna terloopse stijl uitermate ongedwongen en spontaan overkomen. Dat geeft ze een intrigerende dubbelzinnigheid, zoals die ook het werk van Amerikaanse Nan Goldin karakteriseert.

Van Manens portretten hebben daarnaast een onmiskenbare sociale dimensie. Het poseren - voor zover daarvan sprake is - geschiedt nooit formeel maar steevast tegen een achtergrond van waartegen de geportretteerden dagelijks leven. De tafels, stoelen en spullen, die als vanzelf mee op de foto verschijnen, geven aan de geportretteerden een soms raadselachtige betekenis mee.

Zo is op een van haar foto's een nog jonge maar afgeleefde vrouw te zien, zittend in een stoel naast de tv. Het beeld daarop toont de close-up van een gezicht waarvan de vlekkerigheid doet vermoeden dat het danig toegetakeld is. Op de tv staat een kitscherig, van roze franje en tierelantijntjes voorzien leestafeltje in de vorm van een hart met daarop een opengeslagen boek, ongetwijfeld een bijbel. Het is een portret, zeker, maar ook een beeld waarin, zo lijkt het, een hele wereld wordt ontsloten - van echtelijke agressie en van pogingen armoede te fatsoeneren.

Het zijn die suggestieve spanning tussen intimiteit en afstandelijkheid en de bijna terloops meegeleverde documentaire lading die, in combinatie met de vaak verleidelijke visuele vormgeving ervan, Van Manens werk een bijna on-Nederlandse allure verlenen. Het aardigste inzicht dat de expositie biedt in Van Manens werk berust evenwel op een toevalligheid. Aangezien de presentatie wegens de prijstoekenning nogal haastig tot stand is gekomen, zijn er geen afgeronde series te zien, maar heeft het NFI de nogal willekeurige keuze kriskras door elkaar gehangen, zonder bijschriften. Zelfs waar ze gemaakt zijn blijft ongenoemd.

Die omissie heeft verrassende effecten. Want weliswaar is de foto van een bejaard echtpaar op een met stro bedekte arreslee zonder moeite in Rusland te localiseren, veel van de overige foto's beginnen zonder tekst en uitleg hun oorspronkelijke, beoogde betekenis te verliezen. Het zijn niet langer foto's van iets, ze benadrukken in de eerste plaats hun formele, visuele en daarmee hun kunstzinnige kanten.

Zo kan het portret van drie vrouwen in wat zich laat aanzien als feestkleding evengoed in Brooklyn als in Moskou gemaakt zijn, en daarmee naar keuze iets zeggen over de ontheemding van de emigrés of over de wijze waarop de nieuwe rijken in het moederland zich modelleren naar het beeld van westerse welvarenheid.

Van Manen, wortelend in de 'sociale fotografie' uit het begin van de jaren zeventig - ze deed verslag van de feministische beweging, maakte boeken over gastarbeidersvrouwen en over het kloosterleven - is met haar tijd meegegaan en ook zij levert geen beelden meer van armoede, ellende en onmacht die in een oogopslag duidelijk zijn. Ze heeft een duidelijk herkenbare, eigen stijl ontwikkeld die een zwaar stempel drukt op wat ze fotografeert. Want door de onbekendheid van die plekken valt ook op hoezeer al die plekken op elkaar gaan lijken. En aan Brooklyn, Moskou en de Appalachen ligt dat niet: de moderne documentarist doet niet zozeer verslag van de wereld als wel van de eigen persoonlijke visie daarop.

Tegelijkertijd met Van Manen exposeert Annette den Ouden in het NFI een serie foto's uit Zuid Amerika, India en (vooral) Tibet onder de titel A Global Touch, wat eveneens de titel is van het boek dat onlangs werd gepresenteerd. Boek en tentoonstelling zijn nogal wisselvallig van aard. Den Oudens portretten en reportage-achtige beelden zijn tamelijk mager, maar haar landschappen en straattaferelen, prachtig diepzwart en daardoor dramatisch ogend, mogen er evenwel zijn.