Fleurige bewerking Hare's 'Skylight'

Voorstelling: Een goed ontbijt (Skylight) van David Hare. Spelers: Catherine ten Bruggencate, Peter Faber en Roeland Fernhout. Vertaling: Renée Smulders. Decor: Herman van Elteren. Regie: Berend Boudewijn. Gezien: 17/10 in Nieuwe de la Mar-theater, Amsterdam. Aldaar t/m 27/10; tournee t/m 6/2. Inl. 020-6750966.

Ze zijn beiden hulpeloos, de man en de vrouw in Skylight van David Hare, maar ze trachten dat op totaal verschillende manieren te verbloemen: zij door zich fel te engageren met de maatschappelijke onderkant en hij door tot het uiterste vast te houden aan zijn eigenhandig opgebouwde materialistische zekerheden. Ze hebben ooit een verhouding gehad en houden nog steeds van elkaar, maar Hare wil, ondanks de doeltreffende comedy-zinnetjes in zijn script, geen blijspel-illusies wekken - het kan nooit meer wat worden tussen die twee.

Skylight, vorig jaar in Londen uitgeroepen tot het beste toneelstuk van het jaar, leek zijn kracht vooral te ontlenen aan de loepzuivere ontleding van de klassentegenstellingen die daar onuitroeibaar zijn. Maar nu de handeling naar Amsterdam is verplaatst, in een fleurige Nederlandse bewerking onder de titel Een goed ontbijt, blijkt dat ze ook hier volstrekt geloofwaardig is.

Natuurlijk is de man die zich met zijn horeca-imperium heeft losgemaakt uit de heffe des volks, in Amstelveen gaan wonen. En vanzelfsprekend maakt de vrouw, die vrijwillig haar gegoede milieu verruilde voor de kansarmen, haar schuldbewuste offer des te groter door elke dag met bus en metro de lange rit te maken van haar armzalige verdiepinkje in de wijk de Baarsjes naar haar school in de Bijlmer.

Mooi ook, dat ze in deze vrije produktie worden gespeeld door zulke uiteenlopende acteurs als Catherine ten Bruggencate en Peter Faber. Zij tracht haar verdriet schitterend te verbergen achter schichtig wijkende blikken en de lijkbleke moed der wanhoop, en hij is van top tot teen de volkse charmeur wiens Algemeen Beschaafd Nederlands hoorbaar is aangeleerd. Met gedachtengangen, die ze over en weer onmogelijk kunnen begrijpen, staan ze tegenover elkaar: zij die wil volhouden dat ze haar gevoelens goed heeft gekanaliseerd, en hij die volhardt in de logica van iemand die door hanig- en handigheid hogerop is gekomen. Als af en toe het ijs even breekt, kan dat niet anders dan tijdelijk zijn.

In een hyperrealistische bovenwoning, waar het waakvlammetje flikkert in de geiser en op het fornuis de pan met spaghetti echt te dampen staat, schuiven de gesprekken heen en weer. Het is een gecompliceerd spel dat Hare speelt, want het ene moment lijkt de één en het andere moment de ander gelijk te hebben.

Veel woorden en omtrekkende bewegingen heeft hij daarvoor nodig - zo veel dat deze twee hoofdrolspelers niet voortdurend weten te suggereren dat het daaronder broeit en schrijnt. Ondanks de gedetailleerde regie van Berend Boudewijn zijn sommige van de schijnbaar triviale dialogen gewoon triviaal gebleven, en sommige van de drogredeneringen bijna niet meer als zodanig herkenbaar.

Maar zodra daar hun tragische tegenstelling weer doorheen breekt, laten Ten Bruggencate en Faber heel precies zien dat sommige mensen elkaar ook na eindeloze gesprekken nooit zullen begrijpen.