Een hausse van architectuur in Tilburg

In Tilburg is de laatste tijd een opmerkelijke stroom architectuur tot stand gekomen. Ook dwaalt er sinds de zomer een mobiel zaaltje door de stad waarin tentoonstellingen over architectuur zijn te zien.

TILBURG, 18 OKT. Tilburg is op het eerste gezicht een weinig waarschijnlijke plaats voor opwindende architectuur. Lange tijd waren twee gebouwen uit de jaren zestig, de schouwburg van Bijvoet & Holt en het spectaculaire spoorwegstation van K. van der Gaast, de recentste voorbeelden van moderne architectuur in deze stad. De laatste jaren is in Tilburg echter een opmerkelijke stroom op gang gekomen van uitzonderlijke architectuur. Zo wordt binnenkort het conservatorium met een concertzaal van Jo Coenen voltooid en onlangs zijn interessante woningbouwprojecten gerealiseerd door Wiel Arets, Willem Jan Neutelings en Jacq de Brouwer. Bovendien zijn op verschillende plaatsen in het centrum straten en pleinen opnieuw ingericht.

In deze hausse van aandacht voor architectuur is ook het Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg (CAST) tot stand gekomen dat juli 1996 open ging. Het CAST is een initiatief van de actieve kring Midden-Brabant van de Bond van Nederlandse Architecten en de Tilburgse Kunststichting. Het CAST heeft een driejarige subsidie van de gemeente en wordt verder financieel ondersteund door het bedrijfsleven.

Coördinator van het CAST is architectuurhistoricus Aart Oxenaar, tevens de bedenker van de behuizing van de tentoonstellingsruimte van het centrum: een caravan van polyester, ontworpen en gemaakt door Joep van Lieshout die in verschillende musea uitwerkingen van zijn concept van koppelbare kunststof units heeft geëxposeerd en daarnaast voor gebouwen van OMA en van Victor Mani sanitair heeft gemaakt. Het mobile home voor het CAST bestaat uit een loodgrijze doos op wielen waaraan een knaloranje element is vastgemaakt. De doeltreffende gedachte achter deze verrijdbare tentoonstellingsruimte is dezelfde als achter de promotieteams die vroeger op pad werden gestuurd onder de leuze 'Veronica komt naar je toe', namelijk dat de CASTMobiel daar staat waar iets te beleven is. Bovendien kan zo het manco worden verholpen dat architectuurtentoonstellingen meestal iets laten zien wat zich elders bevindt, namelijk gebouwde architectuur. Hooguit kan daar naar worden verwezen in woorden, tekeningen, foto's en maquettes. Maar de CASTMobiel kan gewoon naast het gebouw of in de wijk worden gezet waarover de tentoonstelling op dat moment gaat.

Zo staat de bescheiden tentoonstelling van het CAST over werk en ideeën van Bert Dirrix (1954) geparkeerd op het door hem ingerichte Heuvelplein in het centrum van de stad. Dirrix, die samen met Rein van Wylick een bureau heeft in Geldrop, heeft de bestrating en verlichting van het plein ontworpen en de eronder gelegen fietsenstalling. Deze stalling is op ingenieuze wijze voorzien van een daklicht door het beeld van Willem II dat het plein altijd al sierde op een glazen sokkel te zetten. De inrichting van het plein omvatte voornamelijk het leeg maken ervan, want volgens Dirrix zijn 'de mooiste pleinen bijna leeg, een ode aan de ruimte'.

Het Heuvelplein is een van de Tilburgse plannen van Dirrix wiens carrière vaart heeft gekregen nadat hij in 1990 de Prix de Rome voor architectuur won. Hij heeft ook het stedebouwkundig plan gemaakt voor de zone voor het station en bovendien heeft hij zijn opvatting over de structuur van de hele stad verbeeld. Tilburg kende in de twintigste eeuw een enigszins chaotische ontwikkeling en Dirrix ziet deze stad dan ook niet als een overzichtelijk geheel van wijken en buurten maar als een samenstelsel van elkaar overlappende fragmenten die hij volgens een van de stedebouwkundige modes van het moment namen heeft gegeven als meander (voor het stroomgebied van de Donge), collector (voor de heterogene verzameling woonwijken) en diabolo (voor de dubbele driehoek waarin vooral grote gebouwen staan).

Hoewel Dirrix' analyse van de structuur van Tilburg voor een buitenstaander mogelijk niet meer lijkt dan gemeenplaatsen, is deze benadering voor hem een vruchtbaar uitgangspunt om vat te krijgen op deze ongeordende stad. Dirrix hecht aan duidelijkheid en overzichtelijkheid, zoals blijkt uit zijn opvatting dat de stad 'groot moet lijken en groot moet voelen' en dat je er 'ver moet kunnen kijken, langs lange lijnen.' In dezelfde woorden spreekt hij over architectuur, waarin hij ook altijd zoekt naar heldere vormen, zelfs voor ingewikkelde opgaven. In dat opzicht is op de tentoonstelling een veelzeggende foto te zien van een puzzel van allerlei ingewikkeld gevormde houten stukjes die maar op een manier kunnen worden samengevoegd tot een simpele, massieve kubus.

Dirrix' plannen voor Tilburg vormen ongeveer de helft van de tentoonstelling die bestaat uit twee lange strips met pakkende cartoonachtige perspectieftekeningen en korte toelichtingen in woorden en beelden. De tweede helft toont een selectie van Dirrix' andere werk, onder meer een woning en een galerie in Nijmegen, een ontwerp voor woningbouw in Sittard en het voorstel voor de transformatie van een van de gebouwen van Philips in Eindhoven tot cultuurcentrum.

De CASTMobiel staat op het Heuvelplein en is geopend van woensdag tot en met zondag van 11 tot 18 uur, op donderdag tot 21 uur. De tentoonstelling Bert Dirrix, tekenen aan de stad; Een stripverhaal is te zien tot en met 3 november.