De toekomst van Nijgh

“Als u me zegt wat een imprint is, zal ik u zeggen of Nijgh & Van Ditmar een imprint van Querido wordt.” Directeur Pieter de Jong van de BV Weekbladpers deed uiterst omzichtig toen ik hem op de Frankfurter Buchmesse in de stand van Nijgh & Van Ditmar vroeg zijn nieuwe plannen voor de onder de Weekbladpers vallende literaire uitgeverijen toe te lichten.

Geen wonder. Het in de uitgeverswereld gebruikelijke woord 'imprint' wekt, ondanks enkele geslaagde voorbeelden (Atlas), negatieve associaties. Het doet denken aan opkopen, samenvoegen en opheffen. Vaak is een imprint een tussenstadium voordat een uitgeverij geheel door een grotere broer wordt opgeslokt. Een term uit het handboek succesvol presenteren. Een doekje voor het bloeden.

Vast staat in ieder geval dat dit najaar binnen de literaire uitgeverijen van de Weekbladpers een grote reorganisatie wordt doorgevoerd. In Boekblad liet De Jong weten dat de combinatie van Nijgh & Van Ditmar met de kinderboekenuitgeverij Leopold per 1 januari als zelfstandige uitgeefgroep verdwijnt. De nog niet zo lang geleden benoemde Nijgh & Van Ditmar/ Leopold-directeur Gijs Lensink treedt al weer terug. Nijgh & Van Ditmar zou een 'imprint' moeten worden van het veel grotere, tot het zelfde concern behorende Querido.

Tegelijkertijd gaat De Arbeiderspers, de derde literaire poot van de BV Weekbladpers naast Nijgh & Van Ditmar en Querido, een zelfstandiger koers varen. De in de jaren zeventig toonaangevende uitgeverij die ooit met Querido in één pand was samengebracht om zo veel mogelijk activiteiten samen te kunnen ondernemen, gaat op zoek naar een andere behuizing. De verkoop en produktie van de beide uitgeverijen worden verzelfstandigd en veel van wat de afgelopen jaren aan samenwerking werd bereikt, wordt weer teruggedraaid.

Voor wie de ontwikkeling van de drie fondsen de laatste jaren heeft gevolgd, zal dit weinig verbazing wekken. In plaats van nader tot elkaar te komen, zijn De Arbeiderspers en Querido verder uit elkaar gedreven. De populaire straatvechtersmentaliteit van de nieuwe Arbeiderspersdirecteur Ronald Dietz zal moeilijk te verenigen zijn geweest met de consciëntieuze literaire benadering van Querido's Ary Langbroek. Als de laatste heeft uitgelegd dat de verkoop van de beide uitgeverijen in de toekomst zo veel mogelijk gescheiden zal plaatsvinden, laat hij zich ontvallen: “Je moet er toch niet aan denken dat een vertegenwoordiger die onze boeken aan de boekhandel moet presenteren plotseling ook nog de nieuwe Mabel van de Dungen (van De Arbeiderspers, RM) uit zijn tas haalt!”

Volgens Pieter de Jong zullen zowel De Arbeiderspers als het vergrote Querido tot veel grotere uitgeverijen moeten uitgroeien dan ze nu zijn. De omzet zal van ongeveer tien miljoen gulden op twintig miljoen moeten komen. Er gaan meer redacteuren aan het werk, die meer titels zullen moeten werven en De Jong sluit niet uit dat ze in de toekomst ook nog andere fondsen onder hun dak zullen krijgen. Het is een tijd van schaalvergrotingen binnen de uitgeverswereld, waarin volgens kenners alleen de allergrootste zullen overleven. De Weekbladpers is op overnamepad.

De combinatie Nijgh & Van Ditmar met de succesvolle kinderboekenuitgever Leopold (met auteurs als Max Veldhuijs, Sjoerd Kuyper en Rindert Kromhout) verdwijnt. Leopold wordt in de nieuwe constructie van de oude uitgeverij losgekoppeld. Samen met de kinderboekenfondsen van Querido, Elzenga en Zwijsen zal het zich tot een afzonderlijke poot van de Weekbladpers moeten ontwikkelen die zich (nog) beter op de kinderboekenmarkt kan weren. De Jong: “De vier blijven binnen de Weekbladpers zelfstandig, maar vanuit hun zelfstandigheid zullen ze kijken wat ze samen kunnen doen.”

Alle optimisme ten spijt kan de reorganisatie volgens mij niet verhullen dat één van de oudste uitgeverijen van Nederland na anderhalve eeuw tot een einde komt. Het oorspronkelijke Nijgh werd in 1837 door H. Nijgh (mede grondlegger van de Nieuwe Rotterdamsche Courant) opgericht en associeerde zich in 1864 met de uitgever W.N.J. van Ditmar. In de jaren twintig en dertig haalde de toenmalige directeur Doeke Zijlstra klassiek geworden schrijvers als Vestdijk, Bordewijk, Slauerhoff en Nescio binnen en groeide zijn fonds uit tot een van de belangrijkste literaire uitgevers uit de Nederlandse geschiedenis. Nijgh gaf het invloedrijke tijdschrift Forum uit en zorgde tegelijk voor bestsellers als het nog altijd leverbare Dorp aan de rivier van Antoon Coolen.

Na de oorlog, waarin Zijlstra als een van de eersten omkwam bij het bombardement op Rotterdam, is er geruime tijd voornamelijk op de oude roem geteerd. Het fonds leidde een slapend bestaan in een buitenwijk van Den Haag, waar het vooral veel deed aan Indisch-Nederlandse literatuur. Het huidige Nijgh & Van Ditmar wil waarschijnlijk aan die tijd niet te veel herinnerd worden. Sinds het bedrijf in 1984 werd opgekocht door de BV Weekbladpers is er gekozen voor een actief tweesporenbeleid. Naast de exploitatie van het oude fonds, vaak in een nieuwe vormgeving, kwam er ruimte voor jong Nederlands proza. Als hoofdredacteur werd in 1987 de van Bert Bakker afkomstige Vic van de Reijt aangetrokken en na enkele jaren kreeg hij gezelschap van de nog jongere Joost Nijsen (sinds 1994 bij Balans) en de van Amber afkomstige, in 1994 overleden, superscout Henk Figee.

Zij drieën gaven de ingeslapen uitgeverij een toonaangevend fonds. Ze slaagden erin enkele van de grootste Nederlandse successen van na de oorlog binnen te halen, Pointl, Grunberg en Giphart (die inmiddels met Nijsen is meegegaan naar Balans). Van Pointls De kip die over de soep vloog werden 120.000 exemplaren verkocht en van Grunbergs Blauwe Maandagen verschijnen de komende maanden vertalingen bij diverse buitenlandse uitgevers. Andere succesvolle Nijgh-titels zijn Dichter op de Zeedijk van Kees van Beijnum, Voor bijna alles bang geweest van Lisette Lewin, Henk van Woerdens Moenie kyk nie en Het plezier van de duivel van Daphne Meijer.

De komende weken zal duidelijk moeten worden in hoeverre deze lijn kan worden voortgezet. De uitwerking van de aangekondigde fusie zal volgens Weekbladpersdirecteur Pieter de Jong voor 1 januari zijn beslag krijgen. Een kleine rondgang langs de direct betrokkenen maakt duidelijk dat het wat hen betreft nog alle kanten op kan gaan. De Jong zelf denkt dat Nijgh & Van Ditmar zijn eigen fondsbeleid zal blijven voeren, gebruik makend van de buitendiensten van Querido. Redacteur Lidewijde Paris van Nijgh & Van Ditmar weet te melden dat Querido-directeur Ary Langbroek voortaan de redactievergaderingen van Nijgh zal bijwonen, een maatregel die zij toejuicht omdat zijn ervaring Nijgh goed van pas zou komen.

Oud-gediende Vic van de Reijt denkt daarentegen dat de rol van Langbroek nog geheel open is. Hij gelooft dat de nieuwe structuur voor de fondsvorming weinig zal veranderen. “Onze broodheer was Singel, nu wordt het Querido. Wij blijven ons eigenwijze jonge-honden-fonds houden.”

De auteurs van Nijgh & Van Ditmar hebben niet publiekelijk gereageerd op de verandering. Een paar dagen voor het nieuws in Boekblad stond zijn ze schriftelijk van de plannen op de hoogte gesteld. Sterauteur Arnon Grunberg kwam daarbij tot de ontdekking dat hij toevallig precies op de dag, 'misschien wel op hetzelfde uur', dat tot samenvoeging werd besloten, met Nijgh een contract voor zijn lang verwachte volgende boek had getekend.