De smaak van ranzige boter

Geneviève Brisac: Week-end de chasse à la mère. Uitg. de l'Olivier. 205 blz. ƒ 38,15

Week-end de chasse à la mère is een verraderlijke roman. De intrigerende titel nodigt uit tot lezen. De omslag toont een vrolijk in de sneeuw fietsende vrouw met een kerstboom voorop. De openingszin ('Wat is je lievelingsdier?') oogt onschuldig, de dialogen zijn luchtig. De toon van het boek is over het algemeen optimistisch en soms sarcastisch.

Bij nadere beschouwing is de roman helemaal niet zo vrolijk. Want wat moet je je eigenlijk voorstellen bij een weekendje jagen 'à la mère' - op een moeder? Jagen 'à la mer' - aan zee - lijkt meer voor de hand te liggen. De moeder wordt in de val gelokt en het weekend aan zee loopt uit op een ramp. De humor in het boek neigt naar 'humour noir'. Elegant taalgebruik, oppervlakkige scherts, vlotte dialogen trekken een rookgordijn op voor datgene waar het in dit boek werkelijk om gaat: verraad en valse vriendschap.

De hoofdpersoon in deze vijfde roman van Geneviève Brisac is een kwetsbare, gescheiden ex-schilderes met een zoon van een jaar of zeven. Ze twijfelt, ten onrechte, aan haar kwaliteiten als moeder en kunstenares, maar haar fantasievolle gedachtenwereld (haar 'gène d'irréalité') stelt haar in staat te ontsnappen aan de drukkende dagelijkse angsten. Behendig laat ze speelgoedwinkels veranderen in wachtkamers die toegang geven tot een andere wereld, doorsnee vogelkooitjes nemen de vorm aan van Arabische paleizen en treurige supermarkten lijken paradijselijke oorden. Nostalgische gedachten over kerststallen en hun geur van hooi worden gevolgd door wijze bespiegelingen over verloren vriendschap en de troost van gewoonten. Kostelijk zijn de verhalen die zij aan haar zoontje vertelt: het sprookje over de prinses met het geknapte broekelastiek, het verhaal van Halve Kip die koning werd of hoe de mens afstamt van het konijn.

Al deze verhalen leiden de aandacht af van wat er werkelijk aan de hand is. Als in een thriller wordt langzaam de onderhuidse spanning opgevoerd. Bijna achteloos strooit de vertelster met morbide opmerkingen. 'Mijn grootmoeder zei dat, hoe hard je ook werkt, de wereld gewoon doordraait na je dood. Ik vraag me af wie er op mijn begrafenis zou komen'. Het moderne flatgebouw van een vriendin, 'een ruimteschip van glas en beton voorzien van drie opeenvolgende beveiligingscodes', is 'een charmante plek waarin je beter niet dronken kunt thuiskomen, want er zijn meerdere zelfmoorden gepleegd'. Geneviève Brisac laat in deze roman nogmaals zien dat zij over een groot talent beschikt. Niet alleen schreef zij een bruisend hedendaags boek vol vaart en humor, maar zij beschikt ook over de technische vaardigheden om aannemelijk te maken dat in dit boek 'het vanille-ijs, ondanks zijn appetijtelijke uiterlijk, zijn eigele kleur en de kleine zwarte puntjes, de smaak heeft van ranzige boter'.