De nimbus van het hoofd geblazen; Componist Anton Bruckner en de twintigste eeuw

De muziek van Anton Bruckner werd lang samen met die van zijn idool Wagner gespeeld. Nu de Oostenrijkse componist honderd jaar dood is, worden zijn symfonieën ook naast composities van modernisten als John Cage gezet. In een nieuwe opera over Bruckner klinkt zelfs rock en punk. Bruckners sterfdag wordt in Oostenrijk met exposities, concerten en een symfonische wandeling gevierd.

Kil blaast de wind door raamloze vensters over de zerken. Onnadrukkelijk, maar toch duidelijk hoorbaar klinkt het geruis van gregoriaanse gezangen uit onzichtbare luidsprekers. Het is muziek die rijmt met de sobere nisgraven waar de prelaten van het klooster in Sankt Florian zijn bijgezet, maar verreweg de meeste bezoekers zullen met andere klanken in hun hoofd naar deze crypte in het Oostenrijkse dorpje bij Linz zijn gekomen. St. Florian staat voor de muziekliefhebber gelijk aan Anton Bruckner (1824-1896). Hier werd hij muzikaal gevormd, hier was hij hulpdocent en organist, hier vond hij zijn laatste rustplaats. Bruckners muziek mag dan even innig-vroom zijn als het gregoriaans dat in de koele gewelven klinkt, maar zelfs in zijn geestelijke muziek was 'de muzikant van God' een symfonicus. Hij bediende zich van weelderige thema's die weifelend opdoemen in een tremulerende nevel van strijkers. In zijn massieve instrumentaties spelen de lokroepende motieven van het koper een cruciale rol, maar evengoed is er altijd een lichtvoetig scherzo, ontleend aan de Oostenrijkse volksmuziek. En telkens vormen deze componenten de bouwstenen voor een geraffineerd spanningsverloop dat veelal eerst na een uur tot een extatische ontlading komt.

Donderdag 11 oktober was het eeuw geleden dat Bruckner overleed. In een volzin die nauwelijks onderdoet voor de uitgesponnen thema's in zijn composities had hij drie jaar eerder testamentair laten vastleggen: 'Ik spreek de wens uit, dat mijn aardse overblijfselen in een metalen kist worden bijgezet in de grafkelder onder de kerk van het 'regulierte lateranische Chorherrenstift', en wel zodanig, dat deze recht onder het orgel, vrijstaand en zonder te laten zakken, wordt opgesteld, en ik heb hiertoe reeds tijdens mijn leven toestemming verworven van de hoogwaardige prelaat van het genoemde klooster'. De goudkleurige sarcofaag is geplaatst op een stenen basement en staat op een kleine meter afstand van een hoge berg decoratief opgetaste schedels en botten: de resten van duizenden middeleeuwse gelovigen.

Op Bruckners honderdste sterfdag legt een select gezelschap van notabelen, onder wie de burgemeesters van St. Florian en Linz, en de Landeshauptmann van Oberösterreich, bij zijn zerk bloemenkransen in de nationale kleuren van Oostenrijk, rood-wit-rood. De componist die zijn leven lang krampachtig streefde naar maatschappelijke waardering en erkenning van zijn kunstenaarschap zou de korte ceremonie van de hoogwaardigheidsbekleders ongetwijfeld hebben weten te waarderen. Meer nog waarschijnlijk dan het herdenkingsconcert dat 's avonds plaatsheeft in de nieuwe Dom van Linz of het speciale orgelconcert, een dag later, in de kerk van het Stift. Want de première van Bruckners Te Deum door de Wiener Philharmoniker onder leiding van Hans Richter zal in 1886 ongetwijfeld beter hebben geklonken dan de uitvoering die de Tsjechische Staatsphilharmonie Brno er anno 1996 van geeft.

Zwendel

Over belangstelling van eersterangs dirigenten heeft Bruckner niet te klagen gehad, al kwam die waardering pas aan het eind van zijn leven goed op gang. Dat Bruckner binnen enkele decennia na zijn verscheiden al werd gerekend tot de grootste componisten uit de muziekgeschiedenis, is echter iets dat tijdens zijn leven maar weinigen voor mogelijk hielden. Johannes Brahms deed zijn composities zelfs af als 'zwendel die binnen één of twee jaar vergeten zal zijn'. Bruckners muziek viel te ver buiten de grenzen van het destijds geaccepteerde klankbeeld. De lengte van zijn symfonieën werd als buitenproportioneel ervaren, zijn idioom vond men te dissonant en de architectonisch aandoende vormstructuren werden maar zelden begrepen. Verschillende symfonieën golden geruime tijd als onspeelbaar.

Geleidelijk aan, zonder dat daarbij een duidelijk omslagpunt is aan te wijzen, kwam hierin verandering en maakten met name Bruckners symfonieën wereldwijd repertoire. Nu zijn in toenemende mate ook weer de oorspronkelijke versies hiervan te horen. Want om zijn werk uitgevoerd te krijgen haalde Bruckner menige angel uit zijn composities. Hij schrapte complete passages en herinstrumenteerde bladzijde na bladzijde. Hiervoor liet hij zijn oren graag hangen naar de adviezen van goed bedoelende vrienden en pedante dirigenten: 'F oder Fis... Ganz wie der Hofkapellmeister belieben...'

Bruckners symfonische oeuvre - hij voltooide negen belangrijke symfonieën, waaronder een 'nulde' en liet een tiende onvoltooid - vormt de aanleiding voor een Sinfonie Wanderweg. Deze wandeltocht begint bij Bruckners geboortehuis in Ansfelden, waar naar een idee van de vooraanstaande Bruckner-vorser Leopold Nowak een permanente tentoonstelling is ingericht. Daarna gaat het via allerlei plattelandsweggetjes naar het negen kilometer verderop gelegen klooster van St. Florian. Onderweg staan op tien plaatsen borden opgesteld die de historische omstandigheden schetsen waaronder de symfonieën totstandkwamen; onderwijl kan de wandelaar fragmenten uit het werk in kwestie beluisteren. Halverwege de route kijk je bijvoorbeeld vanaf een bosrand naar de lichte glooiingen van het landschap en luister je naar het pregnante trompetthema van de Derde symfonie. Wie dit thema eenmaal heeft gehoord, vergeet nooit meer dat Wagner de componist de bijnaam 'Bruckner der Trompete' gaf.

Richard Wagner herkende in Bruckner meteen 'de grootse symfonicus na Beethoven' herkende. Omgekeerd heeft Bruckner zijn bewondering voor Wagner nooit onder stoelen of banken gestoken; hij droeg zijn Derde symfonie zelfs op aan de meester van Bayreuth. Door dit soort eerbetuigingen en doordat de invloedrijke criticus Eduard Hanslick zowel Bruckner als Wagner het gebruik van buitenmuzikale referenties verweet, kon het idee ontstaan dat Bruckner een epigoon is van Wagner. Dit vooroordeel houdt hardnekkig stand, hoewel Bruckners harmonieën veel vooruitstrevender zijn dan die van zijn idool. De silhouet-tekening van Otto Böhler, waarop Bruckner collega Wagner onderdanig de hand schudt, is de bekendste verbeelding van dit vooroordeel. Alleen al de volkomen onjuist weergegeven verhouding - Bruckner was niet kleiner dan Wagner, maar liefst twintig centimeter groter - spreekt boekdelen over hoe tijdgenoten hun onderlinge relatie al zagen.

Haarlokken

In St. Florian vestigen nu in de kloostertuin levensgrote replica's van de beroemde 'Scherenschnitte' van Böhler de aandacht op de tentoonstelling Vom Ruf zum Nachruf: Anton Bruckner in Oberösterreich, die nog tot en met 27 oktober is te zien. Zelden zullen zoveel Bruckner-relikwieën en -rariteiten bijeen zijn gebracht als hier. Vele autografische geschriften en partituren liggen er te pronk, vergezeld door schoolschriften, diploma's, haarlokken, zijn favoriete meubilair en de ring die hij ontving toen hij als 67-jarige promoveerde tot jongste eredoctor van Oostenrijk.

Bruckners markante gezicht met de grote haakneus en zijn gemillimeterde haar is te zien op tal van levensgrote borstbeelden en schilderijen. Foto's laten zijn ouderwetse broeken met 'waterschuwe' pijpen zien en het restaurant doet goede zaken met een menukaart die Bruckners voorkeur voor 'Hausmannskost und Bier' herkauwt. Bruckners uiterlijk, zijn dwangmatige neiging alles wat hij tegenkwam te tellen en de schier eindeloze reeks piepjonge meisjes die hij tevergeefs ten huwelijk vroeg, maken hem tot een dankbaar onderwerp voor spotlustigen.

Over Bruckners veelbesproken, naïeve geloofsbeleving zal ook heel wat gegniffeld zijn. Als je de stapels agenda's ziet waarin hij met niet aflatende ijver, jaar in jaar uit, de weesgegroetjes die hij bad noteerde, denk je met een ware zeloot van doen te hebben. Maar in de catalogus lees je dat hij ooit heeft gezegd: 'Is die Gschicht wahr, um so besser für mi, is' aber net wahr, na, dann kann ma das bisserl Beten ah net schaden!'.

De persoon Bruckner in evenwicht brengen met zijn muzikale oeuvre is onbegonnen werk. Een Bruckner die zijn opvallende uiterlijk cultiveerde, zich steevast in dialect uitdrukte en de rokken van pubermeisjes jaagde, valt nauwelijks te rijmen met de intelligente en visionaire toonkunstenaar die hij tevens was. Hij is in dat opzicht vergelijkbaar met Mozart, wiens platvloersheid in schril contrast staat met zijn hemelse muziek. Ook Mahler wist met deze tweespalt geen raad mee en typeerde Bruckner als half genie, half sukkel.

Anton Bruckner in Oberösterreich leidt je door 34 kamers, maar voor zo'n grote tentoonstelling is de aandacht voor de klinkende muziek karig. Zeker, de hoogtepunten uit Bruckners oeuvre zijn er te horen, maar zijn composities worden toch haast gereduceerd tot geïsoleerde catalogusnummers. Anders is het in Bruckners geboortehuis, waar de achthoekige luisterzaal ongeveer de gehele verdieping in beslag neemt. Daar is een poging gedaan met behulp van notenvoorbeelden en klinkende illustraties Bruckners muziek in een historisch perspectief te plaatsen en een brug te slaan naar werk van andere componisten.

In St. Florian ligt het accent vrijwel geheel op Bruckners levenswandel en nauwelijks op zijn betekenis voor latere generaties. Ook in de verzorgde, honderden pagina's tellende catalogus wordt een analyse van Bruckners Nachklang uit de weggegaan. Dat is jammer, want juist nu lijkt zich een interessante verschuiving af te tekenen in de concertpraktijk. De muziek van Bruckner wordt steeds minder vaak samen met die van Wagner gespeeld, zoals jarenlang de gewoonte was. Steeds vaker worden zijn symfonieëngeconfronteerd met werk van twintigste-eeuwse componisten. Want Bruckner borduurde niet zozeer voort op het verleden, hij wees eerder een nieuwe weg. Het is goed mogelijk in de oorverdovende, collectieve stiltes in de oerversie van Bruckners Vierde symfonie een voorafspiegeling te zien van de wijze waarop John Cage 75 jaar later stilte tot muziek zou verheffen. Met wat goede wil is in het Adagio van Bruckners onvoltooide Negende symfonie de twaalftoon-thematiek te horen die Schönberg vervolgens zou systematiseren. En anticiperen Bruckners klanknevels niet op de rusteloos trillende toonweefsels van Ligeti?

Maar het kan nog anders. In de opera Geschnitzte Heiligkeit - Bruckner und die Frauen, die vorige maand in het Linzer Posthof werd opgevoerd, plaatst componist Peter Androsch (geb. 1963) de muziek van Bruckner tegenover zijn eigen noten. Maar evengoed klinkt in zijn opera een solo van John Lord, de organist van de rockgroep Deep Purple, en zelfs Sid Vicious is te horen met zijn ongepolijste uitvoering van My way.

De thematiek van Geschnitzte Heiligkeit is eigentijds. Bruckner wordt hierin opgevoerd als vrouwenmoordenaar. Hij stortte zich zo fanatiek op de muziek omdat hij de geneugten van de vleselijke liefde nooit heeft mogen smaken, zo luidt de achterliggende gedachte. In de vele bloedjonge meisjes die hij ten huwelijk vroeg, zou hij een Maria Immaculata hebben gezocht, een onbevlekte moederfiguur. Hij zou pathologische afweer hebben gehad tegen alles zweemde naar vrouwelijke wellust. Bruckner keert in de opera naar de aarde terug om zijn verzuim goed te maken, maar uiteindelijk vermoordt hij op brute wijze de vrouw die zich aan hem wil geven.

De opera is te zien als een van de pogingen Bruckner te ontmythologiseren en de onhoudbaarheid van talloze anekdotes over hem aan te tonen. In Geschnitzte Heiligkeit wordt Bruckner, 'de muzikant van God', de nimbus van het hoofd geblazen door zijn leven in psychoanalytische termen te verklaren. Kolderieke onzin misschien, maar het geeft wel aan hoe ver de persoon Bruckner intussen los is komen te staan van zijn muziek. Had tot dusverre de wetenschap patent op zijn biografie, nu heeft ook de kunst hierin een dankbare inspiratiebron gevonden. Maar uiteindelijk is het feit dat Bruckners muziek repertoire heeft gehouden het mooiste monument dat de componist zich een eeuw na zijn dood kon wensen.

Inlichtingen over de Oostenrijkse activiteiten in het Bruckner-jaar: Institut für Kulturförderung Linz, 00-43-73277205493 /5658. Inl. over de tentoonstellingen: Tourismusverband St. Florian, 00-43-72245690, Stadtgemeindeamt Ansfelden, 00-43-722979700.