De bil hoort aan de koe

Voor Piet de Visser, voormalig Tweede Kamerlid van de PvdA, moet het gisteren een triomfdag zijn geweest. Liefst twee actualiteitenrubrieken haalden hem uit de vergetelheid, want dankzij de nieuwste versie van de paspoortenaffaire was De Visser opeens weer hot geworden.

Vol strijdbare nostalgie blikte hij terug op de gouden dagen van weleer, toen hij nog had bijgedragen aan de val van minister Van Eekelen en staatssecretaris Van der Linden. En steeds weer schoot hij in die mekkerende, verzenuwde lach, terwijl hij een manhaftige poging deed om tegelijkertijd zo droevig mogelijk te kijken. “Ik heb die film al 25 keer hahahaha gezien. Schandalig hahahaha dat dit in 1996 nog aan de hand is. Wat hebben we allemaal wel niet gehad, het TNO hahahaha, de Staatsdrukkerij en nu hebben we nog steeds hahahaha geen paspoort.”

Zo'n lach verlaat je de rest van de avond niet meer, zelfs niet als je kniediep door de loden ernst van andere programma's moet waden. Zembla tekende op Nederland 3 voor de interessantste uitzending - jammer toch dat die rubriek pas tegen middernacht staat geprogrammeerd. Brandende dierenliefde heette de reportage van Dirk Jan Roeleven, die ons een onthullend beeld bood van de wereld van de dierenbeschermers.

Het loog er allemaal niet om. Geweld tegen dieren mag niet, begreep ik, maar met mensen kun je wat ruwer omspringen. Of zoals Vegan Johnny het formuleerde: “Ik keur geweld niet af. Ik zie vlees als moord. Er wordt te weinig gedaan, met folderen red je het niet.”

Daar kon de 26-jarige Frank K. het roerend mee eens zijn. Hij is inmiddels door de Alkmaarse rechtbank veroordeeld tot drie jaar gevangenis wegens brandstichting en vernieling. Eén brand betrof een slagerij in Den Helder waarboven een gezin sliep. “Ik wist wel dat ze er sliepen”, zei Frank, “maar ik wist niet dat het uit de hand zou lopen.”

Hij vertelde in zijn eerste interview openhartig over het spoor van brand en vernieling dat hij met een kompaan door Nederland had getrokken. Aan de hand van de Gouden Gids had hij een lijstje met doelwitten samengesteld. Hup de trein in, vouwfietsje mee, fikkie stoken, en weer terug. “Een slachthuis in Rotterdam: 2,7 miljoen schade”, zei hij niet zonder voldoening.

Zijn moeder had nooit iets gemerkt. Of ze hem een held vond? Nee, dat zeker niet, ze vond dat hij te ver was gegaan. (Moeders vinden hun zoons nóóit helden, ze weten te veel.) Meneer Webb van het Engelse Animal Liberation Front dacht er anders over. “Het is een oorlog”, zei hij. “De mensheid heeft altijd helden gekend die voor rechtvaardigheid vochten. Frank en Eric zijn zulke helden.”

Mr. G. Spong, de advocaat van Frank, trok al een vergelijking met Mandela, hoewel die bij mijn weten toch nooit slagersgezinnen heeft proberen uit te roken.

“Er komen nog veel meer gevangenen”, beloofde Frank. “Er zijn sindsdien meer branden aangestoken. De trend zet door, niet alleen in Nederland, maar in de hele wereld.”

“De bil hoort aan de koe”, zei een andere actievoerder, en hij kon er niet eens zelf om lachen. Wat dat betreft leken deze wereldverbeteraars op alle andere wereldverbeteraars waar ook ter wereld: een granieten onverdraagzaamheid gekoppeld aan vreugdeloos fanatisme.

Ik vrees dat ze binnenkort onze katten, honden, cavia's en goudvissen komen bevrijden.