Chapon op zoek naar vrede en rust

Tentoonstelling: Jules Chapon, 50 jaar kunstenaar. Een wereld van bewogen lijnen. T/m 8 dec. Joods Historisch Museum, Amsterdam. Open: dag 11-17u.

In 1968 schreef de kunsthistoricus Hans Jaffé over Jules Chapon dat deze met de middelen van zijn tijd zocht naar harmonie, vrede en rust en dat hij dat deed vanuit eigen rijping en ervaring.

Jaffé, destijds door zijn superieur Willem Sandberg wel 'het geheugen van het Stedelijk Museum' genoemd, hechtte veel waarde aan 'de ogenmens'. Hij stelde die tegenover de 'begripsmens'. Het verstand zou niets begrijpen van de beweegredenen van het oog. Als de kunstgeschiedenis daaraan voorbijgaat, zo betoogde Jaffé, dan heeft zij haar reden van bestaan verloren.

Jules Chapon (Haarlem, 1914) is, zo blijkt uit een bescheiden overzichtstentoonstelling in het Joods Historisch Museum, 'de ogenmens' zoals Jaffé bedoelde. Zelf omschreef hij zijn schilderen als het weergeven van wat je vermoedt achter het uiterlijk der dingen. “Schilderen is veranderen van wat je ziet.”

Vooral zijn portretten zijn de weerslag van een intense observatie. Of het nu gaat om een traditioneel zelfportret uit 1946, de portretten die hij in 1950 maakte van zijn vader en opperrabbijn Philip Frank - die beiden als gijzelaar in 1943 werden gefusilleerd door de nazi's - of om het eenvoudig opgezette portret uit 1984 van kunstcritica Mathilde Visser, al zijn portretten zijn met veel liefde en vakkennis geschilderd, zonder bravoure en met een lichte, ijle verftoets. Een zacht aaiende penseelstreek, soms wat onzeker maar altijd intuïtief en ten dienste van het onderwerp.

Er zijn meer redenen om Chapon met Jaffé in verband te brengen dan de constatering dat de schilder volgens Jaffés definitie een 'ogenmens' is. De vermaarde kunsthistoricus en de enigszins op de achtergrond gebleven kunstenaar zijn van dezelfde generatie, hebben beiden tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken gezeten en namen actief deel aan het verzet.

In zijn geschriften signaleerde Jaffé een problematiek waar ook een kunstenaar als Chapon zichtbaar mee kampte. Jaffé omschreef het 'als het probleem der werkelijkheid in de beeldende kunst der twintigste eeuw'. Nieuwe ontdekkingen in de wetenschap, maar ook het brute geweld van de Eerste Wereldoorlog schokten het vertrouwen in de zintuiglijke waarneming en haar positieve waarheidsgehalte.

Door de Tweede Wereldoorlog werd dit vertrouwen nogmaals op grove wijze beschaamd. Aansluiten bij het realisme van de crisisjaren voldeed niet meer. Hoewel Chapon na de oorlog aanvankelijk de weg van het naturalisme insloeg - tijdens de oorlog had hij teken- en schilderlessen gevolgd bij Kees Verweij - voelde hij zich al gauw veel meer aangetrokken tot het revolutionaire elan van Cobra. De toekomst was aan de kunst die eindelijk eens begrepen kon worden door de gewone man zonder vooropleiding. Onder invloed van Deense Cobra-schilders die hij tijdens een verblijf in Zuid-Frankrijk had leren kennen, kwam hij tot werk waaruit een ingetogen expressieve abstractie sprak.

De tentoonstelling maakt gaandeweg duidelijk wat Chapon bedoelt met 'het veranderen van wat je ziet' en waarom Chapon brak met het naturalisme. Het is een stijl die hij vakkundig onder de knie heeft, maar laat schieten voor een sprong in het ongewisse.

Dat Chapon als schilder wat op de achtergrond is gebleven is het gevolg van zijn keuze om monumentale opdrachten uit te voeren. De jaren zestig en zeventig besteedde hij aan arbeidsintensieve opdrachten. Voor de Nederlandse Bank bijvoorbeeld maakte hij een grote wand van glas en staal waaraan hij vier jaar werkte. Op de tentoonstelling is een documentaire van cineast Wim van der Velde over de totstandkoming van die wand te zien.

Begin jaren tachtig pakte Chapon de draad weer op. Hij ging opnieuw vrij tekenen en schilderen. De doeken die hij op latere leeftijd maakte, zijn lyrischer dan ooit. Er onstonden lijnen van lichte kleuren, citroengeel en helder oranje op witte achtergronden.

Ze lijken louter gemaakt ter eigen vermaak, alsof hij na jaren van inzet voor de medemens besloot weer iets te doen voor zijn eigen plezier. Sommige doeken en pastels zijn in hun vriendelijke en ontspannen voorkomen zo markant, dat je je afvraagt waarom hij daar niet veel eerder mee begonnen is.