Bruut geweld verdrijft laatste hoop in Burundi

Sinds de militaire staatsgreep van eind juli van Pierre Buyoya lijkt het geweld in Burundi slechts toe te nemen. Daarmee wordt de laatste hoop op verzoening tussen Hutu's en Tutsi's in het Midden-Afrikaanse land weggenomen.

KAYANZA, 18 OKT. Een systematische terreurcampagne van zowel Hutu-rebellen als Tutsi-regeringssoldaten maakt het leven op het platteland van Burundi tot een hel en drijft de Hutu's en de Tutsi's permanent uiteen. Leopold is een van de 7.000 Hutu-boertjes die vorige week ontheemd raakten in Noord-Burundi. “Mijnheer, de rebellen doen regelmatig ons dorpje hier vlakbij aan, soms met honderden tegelijk”, vertelt hij.

“Ze komen jongeren recruteren en stelen medicijnen en voedsel. O ja, we sympathiseren met ze, maar vrezen evenzeer wat ze ons kunnen aandoen. Als de rebellen zich veilig hebben teruggetrokken in het woud, komen de regeringssoldaten en beschuldigen ons ervan de opstandelingen te steunen. Ze steken onze huizen in brand.” Leopold maakt met zijn arm een gebaar alsof het een machinegeweer betreft: “En dan maaien ze ons neer: tak-tak-tak-tak. Wij zijn op de vlucht, we durven niet meer naar onze huizen en akkers terug te keren.”

Het relaas van Leopold beschrijft het patroon van gewelddaden dat zich overal in het Midden-Afrikaanse land afspeelt, gewelddadigheden die sinds de militaire staatsgreep van Pierre Buyoya eind juli waarschijnlijk nog zijn toegenomen. In de noordelijke provincie Kayanza waren de gevechten de afgelopen weken uitzonderlijk hevig. “Kijk daar, op die heuvel vielen de rebellen gisteravond aan”, wijst een andere ontheemde Hutu. “Ze verbrandden mijn huis, vernietigden de kliniek en doodden ontheemde Tutsi's die zich daar hadden verzameld. Vannacht sliepen we in de open lucht. Vandaag zullen de Tutsi-regeringsmilitairen wraak komen nemen, samen met de Tutsi-militie en ontheemde Tutsi's.”

Politici en krijgsheren van beide bevolkingsgroepen wakkeren de terreur aan. In enkele dorpjes wonen Hutu's en Tutsi's, onder leiding van uitzonderlijk moedige bestuurders, nog vreedzaam samen. Extremisten met scherpe hakmessen of granaten maken daar ongehinderd een einde aan. Ze dwingen de boeren partij te kiezen voor 'hun eigen bevolkingsgroep'. Bestuurders, medisch personeel en sociaal werkers die hulp verlenen aan beide bevolkingsgroepen worden vermoord in Kayanza, vertellen bewoners. Hun bloed verdrijft de laatste hoop op verzoening in Burundi.

De scheiding tussen Hutu's en Tutsi's is vrijwel compleet, de zwart-Afrikaanse versie van apartheid bijna een feit. Bij een voedseldistributie in de groene heuvels rond het gehucht Buraniro zijn alle 7.000 ontheemden Hutu's. Ze zijn klein van stuk, hebben een stompe neus, gaan blootsvoets, lopen in gescheurde kleren en spreken geen vreemde talen. Degenen die voor de buitenlandse hulporganisatie het voedsel uitdelen, zijn uitsluitend Tutsi's, evenals de soldaten die de wacht houden. Zij zijn lang, hebben een spitse neus, gaan goed en modern gekleed en spreken behalve Kirundi ook Kiswahili en Frans. Alle vooroordelen worden bevestigd.

Na de moord in 1993 op de eerste vrij-gekozen Hutu-president, Melchior Ndadaye, zetten leiders van beide bevolkingsgroepen aan tot genocide. Sindsdien weet het door Tutsi's gedomineerde regeringsapparaat zich geconfronteerd met drie sterk gegroeide Hutu-guerrillabewegingen. Krijgsgevangenen maken de strijdende partijen niet. De Tutsi's leven na de etnische zuiveringen in de steden of zoeken op het door Hutu's gedomineerde platteland bescherming bij legerkampen. Voor de gevluchte plattelandsbewoners van beide bevolkingsgroepen zijn inmiddels aparte namen gevonden: displacés (ontheemden) voor de Hutu's en dispersés (uiteengejaagden) voor de Tutsi's. De voedseldistributie voor de Hutu's bij Buraniro mocht van de Tutsi-gouverneur van de provincie alleen plaatshebben als de hulporganisatie in een nabijgelegen Tutsi-dorp tegelijkertijd voedsel uitdeelde, hoewel daar geen acuut voedselgebrek bestaat.

De moordpartijen in Kayanza namen toe na de benoeming in augustus van een nieuwe gouverneur: de ijzervreter Daniël Nengeri. “Sinds zijn aantreden hebben er op grote schaal willekeurige arrestaties en executies plaats”, vertelt een inwoner. “Het leger voelt zich in zijn acties gesteund door deze gouverneur.” Bewoners praten over een haatcampagne door Nengeri. Na een kerkdienst zou hij gezegd hebben: “Als ik geweten had dat er rebellen onder de kerkgangers waren, dan had ik de deuren gesloten en ze onder handen genomen.” Rillingen lopen de bewoners over de rug bij dergelijke verhalen: de massamoorden in de kerken van het naburige Rwanda twee jaar geleden is niemand nog vergeten.

Het recente legeroffensief in Kayanza ten spijt winnen de Hutu-rebellen terrein. Ze opereren vanuit het nabijgelegen Kibiriwoud en maken delen van de provincie ontoegangelijk voor regeringssoldaten. De voornaamste weg van Rwanda naar Bujumbura, de Route 1 die door Kayanza loopt, wordt in de hoofdstad door een hulpverlener beschreven als een Russische roulette. Vrijwel dagelijks voeren Hutu-rebellen er aanvallen op uit, op tankauto's, vrachtwagens met bier of andere goederen en op passagiersbusjes. Hoge militairen en Burundische politici wagen het niet over deze weg te reizen, zij nemen het speciale VN-vliegtuigje dat op en neer pendelt tussen Bujumbura en het noordelijke stadje Ngozi. In de paar nog bewoonde dorpjes kijken bewoners een passerende auto na alsof het een vliegende schotel betreft. Uitgebrande autowrakken, vernietigde huizen en verlaten akkers vertellen de rest van het verhaal over een uiterst smerige oorlog.

Alle gewapende groepen in Burundi versterken zich: enerzijds het vrijwel uitsluitend uit Tutsi's bestaande regeringsleger van Pierre Buyoya, anderzijds de drie Hutu-guerrillabewegingen waarvan de CNDD (Nationale Raad voor de Verdediging van de Democratie) van Léonard Nyangoma de grootste is. Sinds Buyoya's coup werden 5.000 leden van radicale Tutsi-milities in het leger opgenomen. De regeringssoldaten kregen onlangs de beschikking over nieuwe verbindingsapparatuur en moderne mortieren. Het 25.000 man sterke leger heeft enkele honderden goed opgeleide para's, maar mist moderne gevechtsvliegtuigen en tanks.

De CNDD ontvangt volgens militaire experts sinds een half jaar steeds meer wapens, maar onderscheidt zich nog door chaotische militaire operaties en door massamoorden onder Tutsi-burgers op het platteland. Beruchte handelaren in ivoor, drugs en wapens (zoals een voormalige minnares van de Zaïrese leider Mobutu) dumpen wapenvoorraden in Oost-Zaïre. Deze wapens worden onder andere uit Zuid-Afrika binnengesmokkeld en uit voorraden van de Angolese rebellenbeweging UNITA. De CNDD onderhoudt sterke banden met het voormalige Hutu-regeringsleger van Rwanda. Volgens militaire bronnen opereren zeven blanke Zuid-Afrikaanse adviseurs van een voormalig bataljon in Namibië aan de zijde van de CNDD, die nieuwe recruten opleiden in trainingskampen in Zaïre en Tanzania.

De massamoorden en de stroom nieuwe wapens versterken de positie van de extremisten. De Hutu-rebellen zijn vastbesloten een einde te maken aan de historische overheersing door een Tutsi-elite, ze willen vechten tot het bittere einde, ook als daarbij onschuldige Tutsi-boertjes worden afgeslacht. Eenzelfde redenering geldt voor de Tutsi-minderheid in de steden, die ervan overtuigd is geraakt dat de Hutu's een genocide als in Rwanda willen doorvoeren. Zoals een Tutsi in Bujumbura zegt: “We zijn doodsbang, de Hutu's lopen overal zwaaiend met kapmessen rond.” En een Hutu: “We koesterden in 1993 hoop dat we na de vrije verkiezingen eindelijk onze rechten zouden krijgen. Maar op te veel hoop volgt in Burundi de dood.”