Bisschop doet geen boekje open

Daphne Schmelzer: Langs wegen van barmhartigheid. Gesprekken met bisschop Bär. Waanders, 126 blz. ƒ 29,95

Op 17 februari 1993 kwam voortijdig een einde aan het functioneren van Philippe Bär als bisschop van Rotterdam. Bär legde zijn functie neer na een aanhoudende stroom geruchten over zijn privéleven en vermeende homoseksuele contacten. Bär vertrok naar de Belgische Ardennen en zonderde zich af in de benedictijnse abdij te Chevetogne, waar hij in 1954 monnik was geworden.

Talloos waren de publicaties waarin werd gespeculeerd over de werkelijke reden van Bärs vertrek uit Rotterdam, maar de kwestie werd nooit opgehelderd, en ook in vraaggesprekken weigerde Bär zijn beweegredenen kenbaar te maken. Ruim drie jaar later is er dan een boek van en over de man die de Nederlandse kerkprovincie destijds in ernstige verlegenheid bracht. De verwachtingen zijn dan ook hooggespannen. Wat bewoog Bär?

Onze nieuwsgierigheid wordt in dit boek, samengesteld door Daphne Schmelzer, echtgenote van de voormalige KVP-leider Norbert, niet bevredigd. Over Bärs vertrek wordt slechts in omfloerste termen gesproken. Schmelzer schrijft in een inleidende biografische schets dat Bär een 'duw in zijn rug' kreeg op het moment dat de bisschop 'in een geestelijk en lichamelijk dal' verkeerde. Zijn vijanden, mogelijk geërgerd door de soepele wijze waarop de bisschop zich in allerlei, ook homoseksuele kringen bewoog, vuurden 'pijlen vanuit het donker' af. 'Hij was geen strijdbaar mens en ging terug naar Chevetogne', zo staat er. Zelf spreekt Bär in het slothoofdstuk van 'onwelwillendheid' waarvan hij geen vermoeden had gehad. De aantijgingen hebben hem niet kunnen breken, constateert hij, omdat zijn geloof hem nooit in de steek heeft gelaten, zijn godsvrucht werd er zelfs door verrijkt. 'Er is dus sprake van een verdieping die weldadig is, zij het bitterzoet', zegt Bär. Met deze summiere aanduidingen moeten we het doen.

Een van de merkwaardigste episoden uit de geschiedenis van de Nederlandse kerkprovincie blijft zodoende duister, en daarmee komt ook de status van het boek enigszins in de lucht te hangen. In lange gesprekken met negen prominente rooms-katholieken - onder wie behalve het echtpaar Schmelzer ook voormalig minister van Justitie Hirsch Ballin en algemeen secretaris Van Gennip van de Katholieke Raad voor Kerk en Samenleving - krijgen we een uitgebreide indruk van Bärs meningen over tal van kwesties. Maar waarom eigenlijk? Waarom hangen al die gerespecteerde katholieken als in een bijbelclub aan de lippen van de voormalige bisschop van Rotterdam? Het boek ademt iets van een rehabilitatie, ook al door de gezwollen toon in de inleiding. Maar dan blijft de vraag toch steeds van wèlke blaam Bär precies gezuiverd moet worden.

Onderhoudend zijn de gesprekken zeker. Hier spreekt een prelaat met een grillige levensloop, met veel ervaring in het pastoraat, niet alleen als bisschop en als vicaris van het bisdom Rotterdam, maar ook tijdens de tien jaar dat hij aalmoezenier bij de luchtmacht was. Bär werd in 1928 in Indonesië geboren in een hervormd gezin dat veel aan godsdienst deed. Hij bracht zijn jongensjaren door in een mannenkamp. Eenmaal in Nederland is hij vast van plan klassieke talen te studeren, tot het moment dat hij wordt 'geroepen' tot een studie theologie. Het studentenleven bevalt hem. 'Als actief corpslid en gewetensvol kroegcommissaris leidt hij een druk bestaan waarin hij met de regelmaat van de klok hoge cijfers scoort bij tentamens en dames', schrijft Schmelzer. Tijdens deze jaren begint Bär zich aangetrokken te voelen tot het katholicisme, naar eigen zeggen omdat hij binnen de reformatorische kerken een deel van het christelijke geloofsgoed mist. 'Een grote geruststelling ondervond ik in het feit, dat alle geschriften van de Kerk - vanaf de allereerste tijd tot nu toe - een plaats hebben in de katholieke Kerk. En dat alles wat daarin wordt genoemd, door de tijd heen overeind is gebleven.' Ten slotte rijpt het besluit geestelijke te worden. Hij moet er zijn trouwplannen voor opgeven.

Bär komt uit de gesprekken naar voren als een joviale mensenkenner met als motto 'Christus ontmoeten in de medemens'. Iemand die bovendien de kerkelijke regels handig weet te verenigen met de weerbarstige praktijk van alledag, denkend vanuit de geest der benedictijnen, dat wil zeggen 'zonder te veel af te dalen naar allerlei dagelijkse zaken, die moeten en mogen of niet moeten en niet mogen'. Zo moet ook de titel van het boek Langs wegen van barmhartigheidworden verstaan. 'Het voortdurend hameren op 'zo is het en zo moet het en punt uit' leidt niet bepaald tot die zo broodnodige, levendige verbondenheid van brede lagen uit de bevolking met de kerk en haar boodschap.' Een levende kerk veroordeelt niet maar bemoedigt, vindt Bär. Hij maakt er zich grote zorgen over dat de kerk te weinig meedenkt met maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de vrijere seksuele moraal en nieuwe medische technieken, en zich daarbij beperkt tot een 'Njet', een afwijzing die mensen in nood niet helpt maar afstoot.

Het leven is sterker dan de leer, zo vindt ook deze Nederlandse bisschop, en dus kan een besluit tot abortus en euthanasie in sommige gevallen gerechtvaardigd zijn, mogen wat hem betreft hertrouwde mensen wier eerste huwelijk niet kerkelijk ontbonden is de heilige communie ontvangen en mag bij een gemengd huwelijk behalve de pastoor ook de predikant in de plechtigheid voorgaan. Allemaal gevoelige kwesties in de rooms-katholieke kerk. Verder zegt Bär geen dogmatische noch schriftuurlijke bezwaren te kennen tegen de vrouw in het ambt en zou hij er zelf geen bezwaar tegen hebben om een homoseksueel paar te zegenen.

De argumenten voor Bärs liberale opvattingen doen soms wat curieus aan. Zo maakt hij bij de abortus-kwestie een vergelijking met de doodstraf, en suggereert hij dat, als het beëindigen van menselijk leven in sommige christelijke landen is aanvaard en toegepast, in Nederland dan toch ook minstens de overweging mogelijk is dat een beginnend leven niet wordt voortgezet. Bedoelt de bisschop dat hij ook de doodstraf kan billijken? Ook een pleidooi voor een discussie over het afschaffen van het verplichte celibaat voor priesters krijgt een merkwaardige onderbouwing. Bär vindt het 'onlogisch' om celibaat en priesterschap te koppelen. 'Immers, de roeping van het priesterschap kan heel wel bestaan, zonder dat er sprake is van een roeping om ongehuwd te blijven voor het koninkrijk der hemelen.' Wat hiervan te denken? Nee, logisch is het niet om je met huid en haar aan God over te leveren. Maar als religieuze overgave met logica moet worden bevochten, dan kun je het hele christendom wel afschaffen.

Philippe Bär is en blijft een mysterieuze bisschop. Eigenlijk komt hij in dit boek nog het beste uit de verf bij typisch reformatorische geloofskwesties, zoals schuld, boete en persoonlijk geweten. Dat onder katholieken bijvoorbeeld de biecht in onbruik is geraakt, is veroorzaakt door het 'weggeraakte zondebesef', zegt Bär. 'Nauwelijks wordt beseft dat alles wat je verkeerd doet tegen je medemens of tegen je naaste, óók verkeerd is tegenover God. En dat het daarom goed is om je met God te verzoenen.' En waarom is het zo onzinnig om de joden de schuld te geven van de dood van Jezus? Omdat de kruisdood een 'welhaast onafwendbare gebeurtenis' is geweest, deel uitmakend van een geprofeteerde heilsgeschiedenis. Anti-joodse gevoelens moeten dan ook beslist overwonnen worden, bezweert Bär, zoals elke vorm van racisme. 'Helaas is dit nog lang geen gemeengoed. Het is ook niet zo gemakkelijk, dat besef ik best. Maar het is zo nodig om de gebeurtenissen uit het lijdensverhaal te transponeren naar je eigen kleine, soms zo miserabele leventje. Je mede-schuldig te voelen aan de kruisdood van de Heer.'

Protestanten zouden het de bisschop niet beter kunnen nazeggen.