BERTHOLD GOLDSCHMIDT 1903-1996; De laatste overlevende

De gisteren in Londen op 93-jarige leeftijd overleden componist Berthold Goldschmidt was de laatste overlevende van de generatie Duitse joodse en linkse kunstenaars die in de jaren dertig het eigen genazificeerde land ontvluchtte. De 32-jarige Goldschmidt ging naar Engeland, waar hij niet alleen de nazi's overleefde maar ook een halve eeuw vergetelheid.

Goldschmidt werd pas twee jaar geleden weer beroemd dankzij de succesvolle Berlijnse heruitvoering van zijn opera Der gewaltige Hahnrei, door Decca op de plaat gezet in de serie 'Entartete kunst', evenals zijn kamermuziek, waaronder vijf strijkkwartetten.

Der gewaltige Hahnrei, in 1932 in Mannheim met veel succes in première gegaan,was Goldschmidts eerste opera en het was de laatste opera van een joods componist voor de nazi's aan de macht kwamen. Een tweede uitvoering aan de Berlijnse Staatsopera, waar Goldschmidt sinds 1925 assistent-dirigent was geweest, ging niet door. Goldschmidt gaf alleen nog pianoles, onder andere aan de dochter van een Gestapo-officier, die hem moest verhoren, maar hem het advies gaf zo snel mogelijk Duitsland te verlaten.

Goldschmidt, op 18 januari 1903 geboren in Hamburg, studeerde in Berlijn bij Franz Schreker en op aanraden van Busoni schreef hij melodieuze muziek. Hij maakte furore, assisteerde Karl Böhm, had in Leningrad contact met Sjostakowitsj en was volgens de encyclopedie Musik in Geschichte und Gegenwart “een van de grootste beloften van de Duitse muziek”

In Engeland kreeg hij echter nauwelijks voet aan de grond, ook niet bij Duitse medevluchters. Hij was koorrepetitor in Glyndebourne, werd in 1947 Brits staatsburger, werkte voor de BBC en had als dirigent in Glasgow slechts een bescheiden positie in het Britse muziekleven, al leidde hij in 1960 nog de eerste uitvoering in Engeland van Mahlers Derde symfonie. Aan zijn componeren kwam in 1958 een eind.

De herontdekking van Goldschmidt begon in 1987 in Berlijn. In 1988 was er een eerste concertante uitvoering door dirigent Simon Rattle van zijn opera Beatrice Cenci (1951), destijds van het programma van het Festival of Britain gehaald. In Maagdenburg werd het stuk op het podium gebracht, Sony zette het op cd. Sleeswijk Holstein gaf Goldschmidt in 1988 de opdracht voor zijn Derde strijkkwartet, ter gelegenheid van de opening van een holocaust-museum. Bij zijn 90ste verjaardag in 1993 kreeg hij de Duitse Orde van verdienste, eerste klas. Daarna componeerde hij nog een liederencyclus voor bariton en orkest (1994), een Rondo voor viool en orkest (1995) en dit jaar nog twee liederen op Franse gedichten voor sopraan en orkest.

Over zijn miskende jaren was hij laconiek. In deze krant zei hij: “Na 1935 had ik niets meer te verliezen.”