Berenbedrog in de literatuur

William Kotzwinkle: The Bear Went Over the Mountain. Doubleday, 306 blz. ƒ 47,25 (geb.)

Stel: je bent leraar, je lijdt aan een levenslange depressie, je schrijft met oneindig veel moeite een roman naar het recept van een fameuze bestseller, en je huis brandt af met manuscript en al. Dan herschrijf je, met oneindig meer moeite, je hele boek maar dan meer literair, je begraaft het nieuwe manuscript veiligheidshalve buiten je huis onder een boom en het wordt weggesleept door een hongerige beer.

William Kotzwinkle schreef een roman vanuit het perspectief van die beer.

Kotzwinkle publiceerde eerder een aantal onderhoudende boeken, waaronder het door Spielberg beroemd gemaakte E.T.: The Extraterrestrial. Met The Bear Went Over the Mountain schreef hij een boek dat nu en dan sterk doet denken aan Kosinsky's Being There en dat misschien ook wel filmklaar is.

De depressieve docent en auteur van de geroofde bestseller speelt een bijrol als liefhebber van niet te behaarde vrouwen (non fur-bearing women), terwijl hij zelf in de loop van het boek stilletjes aan steeds meer behaard raakt, grommerig gaat praten, een dikke nek krijgt, wekenlang onafgebroken slaapt in een koude grot, kortom verbeert.

De hoofd'persoon' van deze roman is vele malen aandoenlijker dan een teddybeer, namelijk een knoeperd van een echte beer die probeert zich als een geciviliseerd mens te gedragen. De eerste keren in een restaurant wentelt hij zich na de maaltijd nog knorrend om en om op het tapijt, maar na een tijd weet hij zijn verveling te verbergen achter een servet. Even.

De literaire wereld, die in deze roman stevig op de hak wordt genomen, beschouwt de ruige beer als een waardig opvolger van Hemingway. Snuffelend, nog eens snuffelend en dan weer zwelgend in de mensenoverdaad aan honingsoorten gaat de beer door zijn nieuwe leven, deze en gene publiciteitsvrouw de seksuele ervaring van haar leven bezorgend. De beer vraagt zich slechts terloops af waarom hij het nu opeens vaker dan een keer per jaar kan en verheugt zich op de volgende snoeperij.

The Bear Went over the Mountain is aanzienlijk absurdistischer dan Being There, maar de in onnozele beperkheid geplaatste en briljant uitgelegde opmerkingen doen onweerstaanbaar aan Kosinksy's dwaze/wijze tuinman denken. De ene les na de andere opstekend in de supermarkt gaat hij wijselijk achter een oud dametje in de rij staan. “She's old, she's wise, I'll copy her. Be a golden opportunity. 'This goddamn fucking place', said the excited elderly female. The bear nodded and made a mental note.” Weet hij veel, en dat is de hele charme van het boek.

Kotzwinkle put zich uit in het gortdroog neerschrijven van koddige situaties - 'The bear continued to pretend he always wore curtains while examining paperweights'. Hij slaagt daar volmaakt in totdat hij zijn uit een winterslaap ontwaakte échte auteur in een krant waar de vis in verpakt zat laat ontdekken dat zijn boek een bestseller geworden is en de bereberoemde schrijver ervan een cultfiguur. De echte schrijver stinkt inmiddels als een beest, valt op harige vrouwtjes, gromt meer dan hij praat en heeft geen schijn van kans in de parodie op een rechtbank-thriller die Kotzwinkle voor ons opzet.

Te gast, als vanzelfsprekend, in het Witte Huis, rooft de beer aan het slot en passant het manuscript van het dagboek dat een Cubaanse dissident uit zijn gevangenis wist te smokkelen. De beer kan dan inmiddels zijn publiciteitsagent, met diens dwangmatige neiging om stiekem neer te knielen zodra hij een Mickey Mouse-beeltenis ontwaart, ontberen. Hij heeft dan wel al onze sympathie verworven en scoort berenhoog in de categorie 'furry funny'.