'Beek' moet meer armslag krijgen

Het kabinet is verdeeld over nachtvluchten op vliegveld Beek. En ook Limburg is verdeeld: Jan Tindemans is vóór, Hub Bemelmans tégen.

De meest betrokken ministers bespreken dezer dagen opnieuw de al 20 (!) jaar oude discussie over de vervanging van de noord-zuidbaan door een oost-west-baan van Maastricht-Aachen Airport (MAA).

De bestaande noord-zuidbaan is te kort (2.500 meter) om intercontinentale vluchten mogelijk te maken zonder tussenlanding, of zonder een gedeelte van de passagiers- of vrachtcapaciteit onbenut te laten.

De tweede reden is dat de 3.500 meter lange aan te leggen oost-westbaan aanmerkelijk minder geluidsbelaste woningen raakt dan de noord-zuidbaan (1.150 tegenover 4.500 huizen binnen de contouren waarin bouwbeperkingen bestaan of moet worden geïsoleerd).

Na alle al genomen besluiten over de nieuwe baan, resteert nog de beslissing over het nachtvluchtregime voor MAA. En dat is blijkbaar verworden tot de lakmoesproef voor het groene gezicht van het paarse kabinet. De Betuwelijn, Schiphol, en de hoge-snelheidslijn door het Groene Hart konden voortvarend met een paars compromis worden afgehandeld, maar over dat vliegveldje in het verre Zuid-Limburg kunnen de Haagse messen blijkbaar scherp worden geslepen.

Onderzoeken naar de werkgelegenheid van de huidige en de nieuwe baan komen uit op zo'n 4.000 extra arbeidsplaatsen. Het zullen vooral banen voor lagergeschoolde werknemers zijn. Juist het gebied waar door internationale ontwikkelingen in de economie de banen niet voor het opscheppen liggen.

Uiteraard brengt een luchthaven overlast met zich mee. Het scenario uit 1985 telde 48 bewegingen per nacht, dat van 1989 ging nog uit van 36, terwijl nu wordt uitgegaan van een absoluut minimumaantal waarbij nog net een rendabele (geen maximale) exploitatie van MAA en een gezonde werkgelegenheidsgroei mogelijk is. In dit scenario, waarbij wordt samengewerkt met Schiphol, werken we met nog maar gemiddeld vier nachtbewegingen. Die zullen dan bovendien voornamelijk bestaan uit landingen in de 'randen' van de nacht.

Dit toch al beperkte gebruiksscenario moet niet verder worden ingekrompen door het stellen van niet-terzake-doende eisen, zoals de omvang of de belading van toestellen. Bepalend voor de nachtvluchtregeling dient de toegestane geluidsproduktie te zijn, niet de inhoud of omvang van het toestel.

Luchthaven en provincie hebben zich natuurlijk ook gebogen over alternatieven. Dat zouden dan moeten zijn exploitatie van de oost-westbaan zonder nachtvluchten, of geen nieuwe baan en blijvend gebruik van de huidige.

Het eerste alternatief lijkt aantrekkelijk: volgens berekeningen wel enige werkgelegenheidsgroei en minder geluidsbelaste woningen dan rond de noord-zuidbaan. Omdat er zich dan echter geen vrachtbedrijven zullen vestigen, en chartermaatschappijen geen vakantievervoer kunnen uitvoeren, zal MAA nooit uit de rode cijfers komen.

Integendeel: de bedrijfsresultaten zullen zwaar negatief zijn. Van de provincie en de gemeenten mag niet verwacht worden dat zij de tekorten blijven afdekken van een luchthaven die (tegen hun wens) door nationale beslissingen geen perspectief krijgt op een rendabele exploitatie en duidelijke banengroei. Handhaving van de huidige baan biedt een soortgelijk perspectief: verliesafdekking, een kostbaar isolatieprogramma voor vier maal zoveel woningen als rond de oost-westbaan en zelfs afbraak van werkgelegenheid.

De provincie Limburg acht verder uitstel van de besluitvorming niet acceptabel. De inwoners van Beek en Meerssen zijn lang genoeg aan het lijntje gehouden, de tekorten van MAA stapelen zich op, toegezegde subsidie uit de Europese fondsen dreigt wegens tijdsoverschrijding verloren te gaan, vliegvelden waarmee wij als grensprovincie moeten concurreren (Luik, Keulen/Bonn) hebben recent ruime mogelijkheden gekregen voor nachtbewegingen.

Limburg dringt aan op een spoedig, en een verantwoord besluit. Voor zo'n beslissing bestaat in onze provincie een breed draagvlak in Provinciale Staten en onder de bevolking. Uit verschillende onderzoeken komt steeds hetzelfde beeld naar voren: van elke vier inwoners van Zuid-Limburg vinden er twee nachtvluchten acceptabel indien nodig voor een gezonde exploitatie en groei van werkgelegenheid, één op de vier is tegen, en de vierde maakt het niet uit. Stemmers op PvdA en CDA zijn de meest uitgesproken voorstanders. Maar ook D66-stemmers zijn in meerderheid vóór.

Als burgers en bestuur in Limburg zich na jaren van discussie zo duidelijk uitspreken vóór een belangrijk werkgelegenheidsproject, mag van Den Haag maar één besluit verwacht worden.