Ziek zijn boven de boomgrens

Uitdroging, oorpijn, infectie, misselijk-heid. Het valt allemaal op te lopen in de cabine van een vliegtuig. Hoe ongezond is vliegen?

In veel vliegtuigcabines op een transatlantische vlucht heerst de atmosfeer van een zomers berglandschap op 2.400 meter hoogte na een aantal dagen schrale wind. De luchtdruk bedraagt 75 procent van die op zeeniveau, de relatieve vochtigheid is extreem laag, de hygrometer wijst vaak maar 10 procent aan. Maar de passagiers hebben niet de ruimte van de bloemenrijke alpenwei boven de boomgrens. Ze zitten krap bij elkaar, alsof ze met zijn allen in het schuilhutje op de alm zijn gekropen. De deur is dicht en de kieren in het hutje zijn afgedicht.

Toch doorstaan de meeste mensen de omstandigheden in de vliegtuigcabine zonder problemen. De meeste hartpatiënten kunnen veilig vliegen. Vrouwen in de negende maand van hun zwangerschap wordt het vliegen ontraden. En pasgeborenen in hun eerste levensweek mogen ook niet mee. Patiënten met ernstige longziekten moeten echter soms een zuurstoffles mee aan boord nemen. Een goede vuistregel is dat iedereen die 30 meter kan lopen of een trap van een verdieping kan bestijgen, ook wel veilig kan vliegen.

Onaangenaam kunnen de drukveranderingen bij stijgen en landen zijn, vooral voor mensen die verkouden zijn of die met snel verstoppende buizen van Eustachius leven. De overdruk (bij stijgen) en onderdruk (bij landen) in het middenoor kan soms niet weg door een verstopte verbinding tussen middenoor en neus, waardoor ernstige oorpijn of doofheid kan ontstaan die soms een paar dagen aanhoudt. Veel gapen, kauwgum kauwen, op snoepjes zuigen en eventueel neusdruppels bij start en landing willen wel helpen.

Vliegtuigbouwers streven naar vermindering van de drukverschillen met het zeeniveau. In de modernste vliegtuigen heerst een cabinedruk die overeenkomt met een hoogte van 1.500 tot 1.800 meter. Hoe laag de druk in de vliegtuigcabine ten opzichte van de druk op zeeniveau ook is, op 10 kilometer hoogte heeft de vliegtuigcabine toch weer flinke overdruk vergeleken met daarbuiten. Daar heerst een luchtdruk (25 procent van die op zeeniveau) waarin zelfs geoefende bergbeklimmers uitgeput raken zonder een stap te verzetten.

Als een opgeblazen aluminium ballon scheert het vliegtuig door het voor driekwart luchtledige. Het is duur om in die cabine veel lucht van buiten naar binnen te pompen en te klimatiseren. Want niet alleen is lucht op die hoogte schaars, hij is ook ijskoud (-50 tot -60 graden) en kurkdroog. Pompen, opwarmen en bevochtigen kost energie. Daarom wordt de lucht die binnen is vaak gecirculeerd en blijft hij droog.

Nederlands onderzoek bij mensen die acht uur in een namaakvliegtuigcabine (een onderdruktank) verbleven op het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartgeneeskundige Centrum in Soesterberg kregen 2 liter vocht te drinken, maar bloed- en urinetests wezen niettemin op uitdroging van het lichaam. Alcohol drinken verergert de uitdroging, schreven Ries Simons en Jan Krol van het centrum op 10 augustus in het medische tijdschrift The Lancet. Koolzuurhoudende dranken verergeren het opgeblazen gevoel in de darmen dat bij onderdruk kan optreden. Het middenrif wordt omhoog gedrukt en bemoeilijkt het ademhalen. Bij doezelende en slapende passagiers daalde tijdens het onderzoek de zuurstofverzadiging verder dan alleen door de lage luchtdruk te verwachten was. Dikker bloed door uitdrogen, uittreden van vocht door minder zuurstof en lang stilzitten bevorderen allemaal het ontstaan van bloedstolsels in de aderen (veneuze trombose). Tromboses en longembolieën na het vliegen zijn overigens zeldzaam, maar wat lichte gymnastiek op een lange vlucht is goed voor de circulatie.

Langdurig circulerende lucht, weliswaar iedere keer door filters geperst, vergroot het gevaar van besmetting met ziektekiemen die één passagier aan boord rondhoest of uitniest. De door onaardse omstandigheden uitgedroogde slijmvliezen maken de passagiers extra vatbaar voor een infectie. Daar staat tegenover dat in de gortdroge cabinelucht de virussen of bacteriën geen lang leven beschoren is. Een rookverbod aan boord vermindert ook het aantal circulerende stofdeeltjes waaraan ziektekiemen zich kunnen hechten.

Iedereen die een paar dagen na een vlucht verkouden wordt, kan zijn ziekte aan een medepassagier toeschrijven, maar dat de besmetting inderdaad in het vliegtuig is opgelopen valt nauwelijks te bewijzen. Iedereen loopt zulke besmettingen een paar maal per jaar op en wordt al of niet ziek, afhankelijk van de geïnhaleerde dosis en de toestand van het eigen afweersysteem.

Gezondheidsautoriteiten maken zich wel vaak druk over het doorgeven van ernstige besmettelijke ziekten door vliegtuigpassagiers, aan boord of op de plaats van bestemming. Toen er een ebola-epidemie heerste in het binnenland van Zaïre waren de Aziatische landen er als de kippen bij om alle passagiers uit Afrika aan een medische controle te onderwerpen. Zo'n eenmalige controle heeft weinig zin, want mensen die besmet maar gezond aan boord komen, vertonen meestal een paar uur later ook nog geen ziekteverschijnselen.

Op een vlucht van Londen naar Minneapolis met 343 personen aan boord in december 1992 was een passagier aan boord met open tbc, besmet met een resistente tbc-bacterie. Toen dit aan het licht kwam, zijn alle medepassagiers achteraf opgeroepen zich op tbc te laten testen. Dit leverde geen nieuwe besmettingsgevallen op. Het Minnesota Department of Health registreerde wel dat het onderzoek 600 mensuren en ongeveer 25.000 dollar kostte.

De Amerikaanse waakhond voor infectieziekten, de Centers for Disease Control (CDC), onderzocht naar aanleiding daarvan zes andere vluchten waarop - naar later bleek - met tbc besmette passagiers of bemanningsleden meevlogen. Bij enkele onderzoeken bleken 2 tot 6 procent van de medepassagiers besmet te zijn geraakt. Het CDC concludeert daaruit dat aan boord van vliegtuigen het besmettingsrisico voor tbc niet hoger is dan in andere afgesloten ruimten waar veel mensen bij elkaar zitten.

Wat voor de luchtweginfecties geldt, geldt ook voor de maag-darminfecties. Voedselvergiftiging door vliegtuigvoedsel komt voor, maar zover bekend niet vaker dan door voedsel op de grond.

Trombose en infecties kunnen in een vliegtuig ontstaan, door een combinatie van lage druk en lang stilzitten, maar zijn geen exclusieve luchtvaartziekten. Zelfs luchtziekte is niet een ziekte van vliegtuigen en luchtreizen. Die aandoening kunnen daarvoor gevoelige mensen ook oplopen in de El Condor van Walibi.

Bewegingsziekte ontstaat doordat een lichaam er niet aan gewend is bewegingen te ondergaan die het niet zelf uitvoert. Als het evenwichtsorgaan een positieverandering aan het bewegingscentrum in de hersenen doorgeeft, terwijl daar geen zenuwensignalen binnenkomen die vertellen dat spieren een positieverandering uitvoeren, krijgt ons bewegingscentrum het idee dat er iets niet klopt. De theorie over het ontstaan van bewegingsziekten zegt dat bij zo'n tegenstrijdigheid het bewegingscentrum zich opnieuw wil programmeren. Dat kan alleen als het lichaam in rust is. En mensen houden zich rustig als ze zich onwel voelen. Daarom wekken de hersenen die ziektegevoelens op.

Het ergste wat een vliegtuig kan doen, is naar beneden vallen. Het ergste wat de passagier kan doen, is uitstappen op een exotische bestemming. Dat is pas gevaarlijk. Daar wachten de malariamuggen, diarreebacteriën en roekeloze automobilisten.