Winter- mode vereist smalle, rechte vrouwen; Het geluk van het juiste silhouet

Sluik is het toverwoord deze winter. De mode eist glijheupen onder gerende rokjes en een platte buik voor het korte truitje. Laarsjes, de kleur camel en een coltrui doen het ook goed - voor wie het juiste figuur heeft.

Elke nieuwe mode vraagt ook weer een nieuw figuur. Dat is eigenlijk nog lastiger dan te leren begrijpen wat de juiste truitjes en rokjes van het seizoen zijn, dat dringt na kortere of langere tijd vanzelf door. Maar het nieuwe figuur staat zelden ergens uitgelegd en hoe je eraan moet komen weet al helemaal niemand. Er wordt wat gesproken over 'silhouet' ('sluik' is het toverwoord deze winter) maar dat een silhouet behalve door kleren ook wordt verkregen door wat er onder die kleren zit negeren ontwerpers, damesbladen en winkels liever - en gelijk hebben ze. Want hoe wordt iedereen ineens lang en sluik?

Gelukkig verandert het modefiguur iets minder vaak dan de mode, maar we zijn nu wel definitief aan een nieuw silhouet toe. Het is werkelijk nog niet lang geleden dat iedereen in haar kast een prop schoudervullingen had liggen met klitteband dat aan alles begon te klitten wat maar toevallig in de buurt lag. Die schoudervullingen waren aan een stuk door nodig onder truien en t-shirts: brede, rechte schouders waren immers iets heel moois. Al spoedig was de behoefte aan schoudervullingen zo extreem dat daar geen schouder meer aan kon tippen en liepen we als rugbyspelers over straat, daarna slonk de vulling weer en nu zijn het al vergeten dingen van vroeger. Ze zijn very passé, de schoudervullingen. En rechte brede schouders hoef je ook niet meer te hebben. Smal moeten ze nu zijn. Want de truitjes zijn strak en kort en bij brede schouders staat zo'n klein truitje raar, alsof het gekrompen is.

Het korte, strakke truitje levert nog andere figuureisen op, twee eisen om precies te zijn: 1. het bezit van een platte buik; 2. glijheupen. Die buik was al langer noodzakelijk, niet voor niets lag iedereen voortdurend in de sportschool te zweten. Toch was hij in de praktijk gemakkelijk modieus te negeren, want je hoefde hem helemaal niet te zien. Lange rechte truien, lange overhemden waaroverheen giletjes en licht getailleerde colberts die onafhankelijk van de draagster zelf voor een taille zorgden en tevens de buik uit het zicht hielden maakten die buik tot een voornamelijk utopisch punt, eventueel leuk aan het strand of zo, maar in de praktijk niet strikt noodzakelijk. Al was er wel een deel van de mode dat er dwingend om vroeg - de strakke zomerjurkjes, de stretchbroeken die tot in de taille doorliepen met sluiting opzij of achter - dat deel viel makkelijk te negeren. Nu, met die korte truitjes die net daar ophouden waar de buikwelving begint, wordt het lastiger.

De glijheup was er in de jaren zeventig ook, en aangezien de hele mode nogal sterk teruggrijpt op die tijd is het niet zo vreemd dat ook dat figuur weer min of meer te voorschijn is gehaald. Iedereen die foto's van naakte of vrijwel naakte vrouwen uit die tijd bekijkt (geen kiekjes maar professionele foto's, want het thuisnaakt past zich minder gezwind aan de figuurmode aan) ziet het meteen: heupen moesten toen niet rond en bollend zijn, maar kalm naar beneden glooien. Het bekende zandloperfiguur hoort niet in een heupbroek, dat hoort in strakke jurkjes en kokerrokjes. In heupbroeken en de nu alom tegenwoordige gerende rokjes horen geen brede ronde heupen maar betrekkelijk smalle, niet bollende. Glijheupen.

Houden we nog over de benen en de borsten (billen spelen in deze mode nauwelijks een rol van betekenis). Borsten schijnen niet meer te hoeven, volgens 'Londen'. Nu, als Londen het zegt. Dan niet. Ze zitten niet vreselijk in de weg als je ze wel hebt, al staan grote borsten natuurlijk niet zo sluik.

Aan de benen moeten laarzen, die tot de knie kunnen komen, al zie je op straat dat de meeste vrouwen prefereren om ze wat eerder op te laten houden, een eindje boven de enkel. Dat laatste maakt een slanke enkel overbodig (de laarsjes nemen dat probleem graag over door zelf een slank enkeltje te suggereren). Maar zo'n laarsje stelt wel onverbiddelijk de eis dat benen recht moeten zijn, hoe rechter hoe beter, want, hoe dat komt weet ik niet maar het is zo: kromme benen worden veel krommer met laarsjes. Kromme benen moeten schoenen dragen. En schoenen zijn veel minder in de mode dan laarsjes.

Wie het modefiguur toevallig heeft, elke mode kent zijn geluksvogels, kan in de winkels volop korte strakke truitjes aanschaffen, gerende rokjes, stretchbroeken met ruitjes, slanke laarsjes en colbertjes met smalle schoudertjes. Dat alles in veel bruin en oranje en onwaarschijnlijk maar waar: camel. Camel is een modekleur. Dat camel dat in zich had is wel onverwacht, het was altijd de kleur van wie in het geheel niet op wilde vallen maar er toch keurig uit wilde zien. Maar zo iemand is dus nu modieus. Er is een absoluut tuttige kant aan deze mode, met schoenen met zo'n smal gespje eroverheen, met twinsetjes, met camel.

De ontuttige kant is een beetje hysterisch seventies. De lelijkste prints ter wereld in geel, bruin en oranje, of hardgroen met hardgeel, alles liefst in nylon en dralon en elasthane en andere akelig aanvoelende synthetische stoffen die zich er niets voor schamen dat ze synthetisch zijn. Synthetisch is fijn. Dat eco-katoen kan wel weer op de vuilverbranding.

Wie het gewenste figuur niet heeft, of wie zich niet meer zo'n meisje voelt dat ze aldoor in piepkleine truitjes en korte wikkelrokjes wil lopen, kan het beste krachtig voor lang en sluik kiezen: rechte broeken, blokhakken, en lange smal ogende colberts. Als je die dichtknoopt zijn heupen en buik onzichtbaar. Oh: en een coltrui. Niemand komt deze winter door zonder coltrui, dat wil zeggen een nauw aansluitende coltrui voor onder dat smalle colbert. Ze zijn bij bosjes te verkrijgen. Ook in camel.

De enige vrouwen voor wie het deze winter hopeloos is, zijn kleine vrouwen die bovendien niet smal en recht zijn. Die kunnen het beste zeggen dat ze het gewoon allemaal lelijk vinden wat er nu in het aanbod is. Het is niet heel moeilijk om dat met een paar voorbeelden te staven.