Van Ittersum: energiesector naar de beurs

UTRECHT, 17 OKT. De veertig Nederlandse energiedistributiebedrijven moeten zo snel mogelijk een beursnotering krijgen, want van hun huidige monopoliepositie gaat onvoldoende stimulans uit om te concurreren en voldoende rendement te halen.

Dit betoogde de voorzitter van de Amsterdamse Effectenbeurs, drs. B.F. baron van Ittersum, gisteravond in debat met de commissaris van de koningin in Gelderland, dr. J. Terlouw. Het debat was georganiseerd door EnergieNed, de organisatie van de distributiebedrijven.

Volgens Van Ittersum staan de energiebedrijven, veelal structuur-NV's die wegens hun nutsfunctie een stevige band met de overheid hebben, voor hoge, risicovolle investeringen. Ze bewegen zich niet meer alleen op nutsterrein, maar doen ook aan telecommunicatie, distributie van radio en tv via de kabel en investeren in het buitenland. “Daarvoor is men afhankelijk van de kapitaalmarkt en beleggers vragen nu eenmaal een hoog rendement”, aldus de beursvoorzitter.

Jan Terlouw, die als ex-minister en commissaris van een distributiebedrijf goed thuis is de energiewereld, verzette zich sterk tegen marktwerking waar het gaat om de nutsfunctie van de sector. “Een rendement van 3 à 4 procent kan voor dat onderdeel al heel goed zijn. Kijk eens naar Groot-Brittannië, waar de tucht van de markt in deze sector leidt tot afwenteling van financiële risico's op de kleine consument.” Terlouw vindt een strikte scheiding nodig tussen nutstaken en 'commerciële' activiteiten van energiebedrijven. Alleen voor dat laatste, sterk groeiende, deel zouden marktwerking en concurrentie moeten gelden. “Voor die fundamentele nutstaken is winst maken niet alles. Een constante levering van gas, stroom en water, en goede service, behoort tot de eerste levensbehoeften. Ik acht de nadelen te groot als dat deel van het werk afhankelijk wordt van marktwerking.” Van Ittersum vindt dat de kwaliteit van de nutstaken gegarandeerd moet worden door strenge eisen van de overheid, zoals die ook voor andere bedrijven gelden. Hij wees op de spoorwegen. “Het gebruik van het spoorwegennetwerk wordt efficiënter als je de concurrentie daarop loslaat.”

De huidige “onduidelijke combinatie van semi-overheidsbedrijf en nutsbedrijf” in de energiesector acht hij “niet ideaal voor de belastingbetaler”. Hij bepleitte privatisering van de bedrijven: “Je hebt de externe kapitaalverschaffer nodig als katalysator om die transformatie naar de markt te maken.”