Trouwen is niet makkelijk

Tijdens de vakantie besluiten wij onze betrekkingen te formaliseren. Het is begin augustus en wij stellen de huwelijksdatum vast op 29 november. Dat zal mij voldoende tijd geven om van de burgerlijke stand in Paramaribo een uittreksel uit het geboorteregister te bemachtigen; de ervaring heeft mij geleerd dat dit enige tijd in beslag kan nemen.

Er dient namelijk eerst geld overgemaakt te worden en het is altijd de vraag of dat geld ook te bestemder plekke arriveert. Aan mijn tante van 78 durf ik het niet te vragen, sinds ik heb gehoord dat zij bij een rouwdienst van een neef niet meer wist wie er was overleden.

Ik bel de burgerlijke stand in Amsterdam om te vragen of er behalve een geldig geboortebewijs nog meer papieren nodig zijn.

“Een uittreksel uit het bevolkingsregister, een kopie van de scheidingsakte indien u gescheiden bent en een apostille omdat u in Paramaribo bent geboren.”

Een apostille?

“Ja mevrouw, uw geboortebewijs moet gelegaliseerd worden door de rechtbank. En dat heet een apostille.”

Hoezo gelegaliseerd, ik heb een Nederlands paspoort, ben nooit anders dan Nederlandse geweest en nu moet ik mijn geboortebewijs laten legaliseren?

...

“Met de rechtbank Prinsengracht, afdeling legalisaties.”

...

“Nee mevrouw, dat doen wij niet. Voor een apostille moet u bij de rechtbank in Paramaribo zijn.”

Terug naar de burgerlijke stand. Een andere dame vertelt mij dat ik het schriftelijk bewijs van mijn geboorte door het Hof van Justitie in Paramaribo moet laten legaliseren en dat - godzijdank - de Nederlandse ambassade daarbij behulpzaam zou kunnen zijn. Zij geeft mij het desbetreffende telefoonnummer van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

“Met De Bruin, afdeling protocol.”

...

“Nee mevrouw, u hebt het verkeerde nummer gekregen, ik verbind u door met de afdeling legalisaties.”

“Met Liedewijde van Brussel, afdeling legalisaties.”

...

“Bent u Nederlandse en hebt u wellicht een kopie van een oud uittreksel uit het geboorteregister? Als u ons dat opstuurt met een kopie van uw paspoort, kunnen wij u inderdaad behulpzaam zijn. U moet dan wel een formeel verzoek richten aan het ministerie.”

Op 13 september ligt er een brief van de PTT in de brievenbus met de mededeling dat er een aangetekend stuk van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor mij is gearriveerd. Dat is snel..., denk ik. Wij raadplegen onze agenda's en kiezen een dag uit voor de ondertrouw. Op maandag sta ik, paspoort gereed, om 08.50 uur bij het postkantoor, dat om exact 09.05 uur opengaat. De loketbeambte kan het stuk niet vinden. Het blijkt verkeerd gedateerd te zijn en is daardoor in een ander vakje terechtgekomen.

Op kantoor aangekomen ruk ik de enveloppe open. Inderdaad, een brief van Buitenlandse Zaken - zonder officieel briefhoofd, zonder aanhef en zonder ondertekening, maar mèt de mededeling dat de kosten voor aanvraag en legalisatie geboorteakte ƒ 200 bedragen en dat het bedrag v o o r a f (spatiëring van het ministerie) dient te worden overgemaakt. En als ik op de overmaking het referentienummer niet vermeld, zal het verzoek niet in behandeling worden genomen. Inmiddels weet ik dat de kosten van een geboorteakte plus de vereiste legalisatie in Paramaribo 30 (oude) Surinaamse guldens bedragen en dat de hele procedure ongeveer drie weken in beslag neemt. In de brief van Buitenlandse Zaken wordt gemakshalve in het geheel geen termijn genoemd. Ik begin mij af te vragen of de geplande datum haalbaar is. Toch maar mijn oude tante inschakelen?