Stadsverwarming in nieuwe wijk Utrecht

UTRECHT, 17 OKT. De 20.000 woningen en kantoren in de toekomstige Utrechtse wijk Leidsche Rijn worden aangesloten op stadsverwarming. Daardoor kunnen energieverbruik en uitstoot van kooldioxyde (CO) met ten minste 35 procent afnemen.

De gemeente Utrecht en de Regionale Energiemaatschappij Utrecht (Remu) hebben daartoe een intentie-overeenkomst gesloten. Leidsche Rijn is de eerste 'Vinex-lokatie' (nieuwe, grote lokaties voor woningbouw) waar stadsverwarming zal worden toegepast. Het buizensysteem dat moet worden aangelegd kost 200 miljoen gulden. Remu garandeert dat bouw- en energiekosten voor de consument niet hoger zullen zijn dan het alternatief: individuele verwarming met hoogrendementsketels. De warmtetoevoer zal per wooneenheid kunnen worden geregeld.

De gemeente Utrecht heeft onder meer voor stadsverwarming gekozen omdat de warmtekrachtcentrale bij Leidsche Rijn veel restwarmte via het koelwater produceert, die nu nog grotendeels in het Amsterdam-Rijnkanaal wordt geloosd. Vermindering van die lozing is gunstig voor flora en fauna in het rond het kanaal.

De directeur van het Gelders Gasbedrijf, E. de Nie, keerde zich begin deze week tegen de aanleg van stadsverwarming, omdat die de mogelijkheden voor kleinschalige, duurzame energie-opwekking in de toekomst beperkt. Er zijn dan immers geen gasleidingen meer die het mogelijk maken om de kleinschalig geproduceerde overtollige energie via dat net op te slaan. Een woordvoerder van het Gelders Gasbedrijf verklaart dat het verhaal van De Nie betrekking heeft op de plannen van Nijmegen om een nieuwe stadswijk aan de overkant van de Waal aan te leggen.

Een woordvoerder van de Remu stelt dat het verhaal van De Nie vooral opgaat voor gebieden met een lage bebouwingsdichtheid. Bovendien is de techniek voor kleinschalige energie-opwekking per wooneenheid nog niet op grote schaal toepasbaar.