Sorgdrager eist van gezinnen strengere opvoeding kinderen

DEN HAAG, 17 OKT. Minister Sorgdrager (Justitie) wil bepaalde gezinnen eventueel onder dreiging van verdergaande maatregelen zoals ondertoezichtstelling van kinderen, ondersteuning in de opvoeding van de kinderen laten accepteren. Proefprojecten moeten uitwijzen of dit vanuit de kinderbescherming mogelijk is.

De minister kondigde dit gisteren aan op een studiedag van het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving in Amsterdam over probleemgedrag van jongeren. Zij denkt aan gezinnen die zich schuldig zouden maken aan mishandeling of andere problemen zouden hebben, maar die in eerste instantie niet in aanmerking komen voor een zware maatregel die ingrijpt in het ouderlijk gezag. Juist deze gevallen vormen volgens Sorgdrager een “risicogroep”. Daarmee doelde ze op de kans dat kinderen uit deze gezinnen later vervallen in crimineel gedrag. Volgens Sorgdrager ligt er een kloof tussen preventief gezinsbeleid, waarvoor de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verantwoordelijk is, en het repressieve beleid van het ministerie van Justitie, nadat een strafbaar feit is gepleegd.

Sorgdrager wil ook proefprojecten met een systematisch aanbod van opvoedingsondersteuning aan risicogroepen. Die projecten zouden kunnen aansluiten op de plannen die de grote steden hebben gemaakt om de veiligheid in probleemwijken te vergroten. Sorgdrager noemde jonge en alleenstaande ouders als mogelijke doelgroep. De hoogleraar J. Junger-Tas, die voor Justitie onderzoek deed naar de samenhang tussen opvoeding en criminaliteit, wees er volgens de minister op dat de kans op problemen bij deze ouders groot is en de behoefte aan ondersteuning navenant. Bij projecten gericht op individuele gevallen wil Sorgdrager de kinderbescherming inschakelen. Daarnaast wil ze ook projecten richten op bepaalde achterstandswijken.

Er bestaat al vanuit de jeugdhulpverlening een ruim aanbod aan opvoedingsondersteuning waar ouders op vrijwillige basis gebruik van kunnen maken. Volgens Sorgdrager heeft deze ondersteuning vanuit het oogpunt van criminaliteitspreventie het nadeel dat ze te vaak vrijblijvend is en niet de juiste mensen bereikt.

Het kabinet kondigde al op Prinsjesdag aan te gaan onderzoeken op welke wijze en aan welke doelgroepen opvoedingsondersteuning kan worden gegeven aan bepaalde doelgroepen, inclusief de mogelijkheid om “met enige drang mensen aan te zetten tot aanvaarding van die steun”.

Staatssecretaris Terpstra (Welzijn) maakt zich zorgen over het stigmatiserende effect van opvoedingsondersteuning, wanneer deze speciaal wordt gericht op allochtone gezinnen. “We moeten oppassen dat we het probleem van de jeugdcriminaliteit reduceren tot het probleem van allochtone ouders in achterstandsbuurten”, aldus de staatssecretaris. Terpstra zei dit vanochtend in een inleiding bij de opening van een congres over opvoeding en onderwijs van het Kohnstamm Instituut in Amsterdam. Volgens Terpstra is het stigmatiseren van deze groepen als “broedplaatsen van later mogelijk crimineel wordende jongeren” geen goed uitgangspunt voor adequaat beleid.

Bovendien, stelt Terpstra, lopen er al vele ondersteuningsprojecten in wijken waar problemen zich opeenhopen. In tegenstelling tot Sorgdrager denkt Terpstra dat de bestaande projecten, mits de aanwezige ervaring en kennis beter wordt benut, voldoende aanknopingspunten bieden voor het ondersteunen van probleemgezinnen.