'Raad wil nog concessies van Kroatië'

ZAGREB, 17 OKT. De beslissing om Kroatië alsnog toe te laten tot de Raad van Europa betekent volgens buitenlandse diplomaten in Zagreb niet dat de Raad tevreden is met de stand van zaken op het gebied van mensenrechten en democratie; het gaat eerder om “een stimulans om Kroatië ertoe te brengen de democratie te omhelzen”.

Kroatië werd een half jaar geleden als lid van de Raad van Europa afgewezen omdat er nog teveel viel aan te merken op de eerbiediging van de mensenrechten en de democratische normen in Kroatië. Gisteren werd gemeld dat het land op 6 november alsnog tot de Raad wordt toegelaten, omdat er genoeg voortgang is geboekt om toelating te rechtvaardigen. Volgens Europese diplomaten in Zagreb moet er echter bij de Europese integratie van Kroatië nog veel gebeuren.

Kroatië, zo zei een van hen, “bevindt zich halverwege een oorlogssituatie en een democratische samenleving”. “Maar er is een consensus bereikt dat het zinvoller is Kroatië tot de Raad toe te laten en aldus een institutionele stimulans te geven om de democratie te omhelzen, dan het opnieuw af te wijzen”, aldus een van de diplomaten.

Kroatië heeft de afgelopen zes maanden voldaan aan wensen van de Raad door diplomatieke betrekkingen aan te knopen met Joegoslavië. Het heeft de Bosnische Kroaten ertoe gebracht deel te nemen aan de verkiezingen in Bosnië. Het heeft een oorlogsamnestie voor Kroatische Serviërs aangepast. En het kondigde perswet af waarin de persvrijheid wordt gedefinieerd.

Maar Kroatië ligt volgens de diplomaten nog achter als het gaat om de uitlevering van vermoedelijke oorlogsmisdadigers. De Kroatische regering blijft verder weigeren de overwinning van de oppositie in de hoofdstad Zagreb bij de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar te erkennen en schiet tekort bij de toelating en herhuisvesting van gevluchte de Serviërs. Ook het gebrek aan tolerantie tegenover vrije en onafhankelijke media baart de Raad van Europa nog zorgen, net als de behandeling van de Serviërs. (Reuter)