Paspoortmonster loert op verse staatssecretaris

DEN HAAG, 17 OKT. Het “paspoortmonster” noemde het voormalige Tweede-Kamerlid Piet de Visser (PvdA) het ooit, naar analogie van het koekjes verslindende beest uit Sesamstraat. Bewindspersonen die te dicht in de buurt komen van het paspoort, lopen het risico te worden opgegeten, bedoelde hij.

Een onderzoek van het interregionale rechercheteam Noord- en Oost-Nederland, dat leidde tot de ontmanteling van een omvangrijke organisatie van mensensmokkelaars, bracht gisteren het politiek uiterst gevoelig onderwerp weer op de agenda. Op het Binnenhof streden de kwalificaties “onthutsend” en “schokkend” om de voorrang. De Kamer zou de zaak vanmiddag aan de kaak stellen in een spoeddebat met D66-staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken).

Al meer dan dertien jaar breken ministers en staatssecretarissen zich het hoofd over de produktie van een nieuw, fraudebestendig paspoort. Talloze debatten, een parlementaire enquête, twee afgetreden bewindslieden, beschadigde reputaties en fikse schadeclaims van investeerders in een nooit gerealiseerd project begeleidden de invoering van het nieuwe, donkerrode paspoort in 1989.

De moeilijkheden begonnen in de eerste helft van de jaren tachtig. Er ontstond een geschil tussen de departementen van binnenlandse en buitenlandse zaken over de vraag wie verantwoordelijk was voor het maken van een nieuwe paspoort, dat het gemakkelijk te vervalsen 'zwarte vod' zou moeten vervangen. In 1985 hakte minister-president Lubbers de knoop door in het voordeel van Buitenlandse Zaken.

Het ministerie, toen onder leiding van minister Van den Broek (CDA) en staatssecretaris Van Eekelen (VVD), wist het project echter niet tot een goed einde te brengen. Speciaal voor dit doel werd de firma KEP opgericht, een samenwerkingsverband tussen Kodak, drukkerij Elba en Philips. Gaandeweg bleef alleen de kleine Schiedamse drukkerij Elba over, onder meer bekend van de strippenkaarten. Poging na poging mislukte. Het finale paspoort dat KEP produceerde was volgens het Duitse Bundeskriminalamt en de Nederlandse Centrale Recherche Informatie (CRI) echter alles behalve fraudebestendig.

De Tweede Kamer kreeg er genoeg van in de loop van 1988. Onder aanvoering van De Visser besloot de Kamer tot een parlementaire enquête naar het paspoortdebacle, voorgezeten door de VVD'er L. Hermans. Minister Van den Broek werd zelf verantwoordelijk voor de invoering van een nieuw paspoort, nadat de commissie had geconcludeerd dat het beleid van staatssecretaris Van der Linden en diens voorganger Van Eekelen op Buitenlandse Zaken “gebrekkig, chaotisch, onvoldoende en nalatig” was geweest. Van der Linden en de inmiddels minister van Defensie geworden Van Eekelen traden in september 1988 af. Van den Broek mocht blijven zitten nadat hij de Kamer een aantal maatregelen had toegezegd. Maar ook hij en premier Lubbers liepen politieke averij op.

Na het KEP-debacle werd de verantwoordelijkheid voor het nieuwe paspoort overgedragen aan Binnenlandse Zaken. Ook daar verliep de ontwikkeling van het nieuwe paspoort verre van vlekkeloos. Het departement kreeg het aan de stok met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die begin 1993 een identiteitsbewijs produceerde dat binnen Europa ook geldig was als reisdocument. Besloten werd dat toenmalig staatssecretaris De Graaff-Nauta (CDA) de verantwoordelijkheid kreeg voor zowel het nieuwe paspoort als de Europese reiskaart.

In 1993 werden ook de voorbereidingen getroffen voor het nieuwste paspoort van de Nederlandse staat. Kabinet en Kamer besloten tot een decentralisatie van zowel de uitgifte als de personalisering van het paspoort. Dat wil zeggen dat gemeenten de mogelijkheid kregen een blanco paspoort van de staat voor burgers uit te schrijven. Deze decentralisatie had tot doel de burger beter te bedienen. Het 'klaar-terwijl-u-wacht'-paspoort kon worden afgehaald in alle gemeenten van het koninkrijk. Tot die tijd gaven alleen gemeenten met meer dan 100.000 inwoners en de provincies de paspoorten uit.

De politiek vond dat het risico van een minder fraudebestendig paspoort niet opwoog tegen het gemak van de decentrale uitgifte. Bovendien had het Bundeskriminalamt zijn fiat gegeven. Het Duitse paspoort wordt alom gezien als één van de best beveiligde paspoorten ter wereld. Onder verantwoordelijkheid van Kohnstamm, toen nog maar enkele maanden staatssecretaris, werd het eerste 'Europese model' van het Nederlandse paspoort in januari 1995 uitgegeven, vervaardigd door Joh. Enschedé Security Cards and Documents. De opvolger van de eerste bordeaux-rode uitgave van 1989 bevatte, behalve een beeldverhaal over de geschiedenis van Nederland, tal van technische snufjes en geheime kenmerken waarover geen informatie wordt verstrekt. Maar de beveiligingsmaatregelen waren niet voldoende, zo ondervond het interregionaal rechercheteam Noord- en Oost-Nederland tijdens zijn onderzoek naar de organisatie van mensensmokkelaars. De fraudegevoeligheid bleek te zitten in het aanbrengen van een nieuwe foto over een oude, weliswaar door een “meestervervalser”.

Staatssecretaris Kohnstamm zal de komende tijd opnieuw de discussie aangaan met de Tweede Kamer over een meer gecentraliseerde uitgifte en personalisering van Nederlandse paspoorten. De techniek voor een goed beveiligd paspoort is er, meent Kohnstamm. De consequentie van het gebruiken van die (dure) techniek is dat er op minder plekken in Nederland paspoorten kunnen worden gefabriceerd en uitgegeven. Burgers zullen dan langer moeten wachten op hun paspoort.