Opvanghuizen komen met moeite van de grond

Verdeel en heers; dat is tegenwoordig het motto van de Rotterdamse bestrijders van overlast. Na de sluiting van Perron Nul heeft Rotterdam gekozen voor spreiding, kleinschaligheid en differentiatie.

ROTTERDAM, 17 OKT. Een jaar geleden kreeg burgemeester A. Peper nog tweeduizend boze Rotterdammers op zijn stoep. Een enorme spuit gevuld met nummerborden van drugstoeristen was hun cadeau. Project Victor, het offensief tegen drugstoerisme en -overlast werd uitgejouwd (“Victor, Victor, who the fuck is Victor”).

Na anderhalf jaar is de rust in Rotterdam weergekeerd. De opkomst bij fakkeloptochten tegen drugsoverlast stelt teleur, in de wijk Spangen worden niet langer barricades opgeworpen tegen drugstoeristen. Na de scherpe stijging van de criminaliteit begin jaren negentig daalt het aantal aangiften van misdrijven nu gestaag. In 1991 waren dat er nog zo'n 61.000 aangiften, twee jaar later was dat aantal gestegen tot 94.000. In 1995 zette de kentering in met een daling naar 84.000, dit jaar zet de daling door. Rotterdam keert terug naar het niveau van de jaren tachtig.

Bij de sluiting van Perron Nul in december vorig jaar nam het gemeentebestuur zich voor de toekomstige overlast - de habituées van de gedoogzone zouden over de oude wijken van Rotterdam uitwaaieren - te bestrijden met een combinatie van repressie en zorg. Uit de evaluatie van de gang van zaken rond de sluiting van Perron Nul bleek vorig jaar dat de repressie weliswaar met “haast militaire precisie” was uitgevoerd, maar dat de opvang allerminst in kannen en kruiken was. Burgemeester Peper kwam dat op een motie van wantrouwen te staan.

Rotterdam wil voor de groepen die op Perron Nul samenklonterden - drugsverslaafden, alcoholisten, psychisch gestoorden - kleinschalig opvangvoorzieningen openen. Elke groep zijn eigen voorziening, is het idee. Ze moeten evenredig over de Rotterdamse deelgemeenten worden verdeeld. Maar anderhalf jaar na de sluiting van Perron Nul is er nog bar weinig geregeld. Van de tien geplande opvanghuizen zijn er pas twee open: in Centrum (25 plaatsen) en Prins Alexander (25-30) plaatsen.

De nachtopvang voor dakloze verslaafden op het industrieterrein Spaanse Polder (40 plaatsen) werd in juni dit jaar omgezet van een tijdelijk naar een permanente voorziening. Niemand protesteerde, terwijl bij de opening in begin 1995 omwonenden nog de naburige snelweg bezetten en jongeren het pand enkele malen met brandbommen bekogelden. Zeven voorzieningen met in totaal zo'n 225 plaatsen zoeken nog naar een onderkomen of zijn in ruimtelijke procedures verwikkeld.

“Er zijn wat vertragingen”, geeft de verantwoordelijke wethouder H. Meijer toe. “We moeten dan ook een flink aantal bestemmingsplannen wijzigen. Bovendien willen we de buurten waar mogelijk betrekken bij de plannen. De omgeving kan een belangrijke rol spelen. Zo overleggen we over openingstijden, politiebegeleiding en zo meer.”

In buitenwijken die tot dusver niet gehinderd werden door overlast, is de weerstand groot. En bewoners van de oude wijken vinden men dat er bij hen al genoeg voorzieningen zijn. De loyaliteit van plaatselijke bestuurders met de plannen van de Coolsingel is tenslotte niet altijd optimaal. In Delfshaven bijvoorbeeld nam de deelraad van deze door drugsoverlast geteisterde deelgemeente een motie aan, die behelsde dat er geen nieuwe opvang in de wijk mag komen voordat alle bestaande voorzieningen voor 'bijzondere groepen' zijn geïnventariseerd.

Dat wringt met het gemeentelijk beleid. In Delfshaven is bijvoorbeeld dagopvang gepland voor zo'n 75 lokale drugsverslaafden, beheerd door de stichting Symbion en het Leger des Heils. Hiertoe zou een woonboot in de Coolhaven worden afgemeerd. Die drugsboot blijft nog even in de dok, want tegen het project zijn maar liefst vijfhonderd bezwaarschriften binnengekomen.

Twee weken geleden mislukte een ander project in de deelgemeente Delfshaven. Stichting Humanitas had aan de statige Mathenesserlaan een pand aangekocht voor huisvesting van dakloze, verslaafde prostituées. Op de dag van overdracht werd het pand door de stichting Boulevard gekraakt, die opkomt voor de belangen van de meer welvarende bewoners van de wijk. Boulevard had zelf een tweede koper voor het pand gevonden, die meer geld bood dan Humanitas. De eigenaar van het pand was evenwel door de rechter gehouden aan de koopoptie van Humanitas. Door de actie werd de overdracht van het pand vertraagd en kwam de eigenaar onder die optie uit. Deelraadsvoorzitter T. Harreman van Delfshaven bemiddelde. Hij stelde Humanitas voor de keus: een gewelddadige ontruiming door de politie of afzien van de aankoop. Humanitas restte weinig anders dan afzien van de koop.

Voorzitter M. Terwiel van Boulevard stelt dat het pand werd gekraakt om erger te voorkomen. “Sommige bewoners wilden het in de fik steken. Anderen riepen: als ze die grieten hier onderbrengen, dan smeren we ze in met pek en veren.” Die houding begrijpt Terwiel volledig. “Ons standpunt komt niet voort uit dommigheid, maar uit ervaring. We wèten gewoon dat die meisjes een golf van ellende in hun kielzog meevoeren.”

Rotterdamse beleidsambtenaren ergeren zich aan Boulevard. “Het zijn mensen met een goede opleiding, contacten en geld, die weigeren mee te denken”, zegt een ambtenaar die liever ongenoemd blijft. “Vandaag hebben ze ervoor gezorgd dat die meisjes op straat blijven zwerven, morgen komen ze weer klagen dat ze in hun portiek zitten te shotten. Drugs zijn verboden en wij moeten er maar voor zorgen dat niemand ze gebruikt, dat is zo ongeveer hun remedie voor drugsoverlast.”

Wat de gemeente ziet als oplossing voor bestaande overlast - heroïneprostituees die door de wijk zwerven - is in de ogen van de bewoners juist een bron van overlast. Meijer meent dat de gemeente daarbij ook slachtoffer is van het eigen succes. “We hebben enorm veel overlast uit de wijken gehaald. Alles wat nu ook maar enigszins wijst op de terugkeer van oude tijden, wordt verworpen.” Hij ziet de gebeurtenissen aan de Mathenesserlaan vooralsnog als een “incident”. “Boulevard heeft geld voor juristen, een slimme actievoering en ze schuwen intimidatie niet. Dat heeft ze dit keer de slag doen winnen. Nou en? Ik stap er overheen. Met deze eenmalige overwinning is het vervolg nog niet vergeven.”

Maar ook elders zit de vaart er nog niet in. Zo voorziet het 'lijstje van Meijer' in een opvanghuis voor 75 daklozen in de wijk Feijenoord. Deelgemeente Feijenoord heeft na anderhalf jaar eindelijk twee geschikte panden op het oog, maar de plannen moeten nog aan het plaatselijke bestuur worden voorgelegd. Voor wethouder Meijer valt er nog veel te praten en te masseren. Als politicus van GroenLinks neigt hij er toe voorlopig zo min mogelijk machtsmiddelen in te zetten tegen buurtverzet.