'Ook Piet Kleine doet vuil werk voor me'; Huitema kopman van twee schaatsploegen

Door de nieuwe regels heeft titelhouder Lammert Huitema dit jaar officieel slechts twee ploeggenoten bij de schaatsmarathons. Maar zaterdag, bij de eerste wedstrijd om de KNSB-cup in Amsterdam, verwacht hij ook steun van Piet Kleine.

RODEN, 17 OKT. Lammert Huitema komt dezer dagen elke dag een half uur later thuis van zijn werk. Als leesmappenbezorger in het noorden van het land spreken zijn lezers hem aan over zijn eerste succes in het nog prille schaatsseizoen. Vooral dinsdag had hij het druk. De 35-jarige Huitema leverde eergisteren leesmappen af in zijn geboorteplaats Haren, onder Groningen, waar hij vijfentwintig jaar woonde. “Ze weten allemaal dat ik schaats.”

Hoewel het in het afgelopen weekeinde nog bijna zomers warm was, reed het circa negentig A-rijders sterke marathonpeloton zaterdag in Assen zijn eerste wedstrijd. Alsof er geen zomerstop van een half jaar was geweest, gaf Huitema het succesvolle seizoen 1995-'96 een vervolg door die wedstrijd op zijn naam te schrijven. Voor publiek en concurrentie reden om aan te nemen dat de recente geschiedenis zich zal herhalen en Huitema opnieuw de grote favoriet is. “Ik denk dat ik in Assen wel een psychologische tik heb uitgedeeld.”

Huitema won vorig seizoen de meeste wedstrijden op kunstijs, inclusief de openingsrit in Assen, de KNSB-cup en het Nederlands kampioenschap. Hij zegevierde een enkele keer op natuurijs. De smaak van de overwinning op kunstijs proefde Huitema al tien jaar geleden, toen hij bij zijn debuut als B-rijder de KNSB-cup won. Hij promoveerde direct naar de hoogste divisie, het A-peloton, waar hij met onder anderen Bart Veldkamp een ploeg vormde.

Zoals gebruikelijk na afloop van het schaatsseizoen zat Huitema in het voorjaar en de zomer weer op zijn racefiets. Traditioneel reed hij zijn eerste wedstrijd op Koninginnedag, op de wielerbaan in Sloten. Maar zijn plezier in wielrennen wordt minder. “Misschien word ik er te oud voor. Het is ook niet leuk om met slechts 34 renners aan de start te verschijnen. Het worden er steeds minder.” Aangezien skeeleren hem als trainingsvorm niet bevalt, zit er niks anders op dan vrijwel dagelijks, ook in de winter, zijn fiets uit de schuur te halen.

Ook als amateur-wielrenner deed Huitema het niet slecht. Hij won in totaal 27 criteriums. Maar wordt juist in criteriums niet vaak van te voren afgesproken welke renner als eerste over de streep mag? “Niet bij de amateurs. Nou ja, er wordt natuurlijk wel eens een keer gezegd, die jongen wil graag winnen omdat hij in zijn eigen woonplaats rijdt, en daar doe ik dan niet moeilijk over.” Zelf won Huitema tweemaal het criterium in zijn woonplaats Roden, in Drenthe. Maar hij ontkent dat bij die wedstrijden sprake was van een akkoordje. “Beide keren won ik eerlijk!”

“Afspraken maken bij het marathonschaatsen hoef je niet te proberen. Er staat geen geld op het spel, het gaat er om de eer. Als je de kans krijgt om te winnen, dan pak je hem.” De eerste prijs op kunstijs is vorig seizoen opgeschroefd van 100 naar 300 gulden. Winst op natuurijs is met duizend gulden aanzienlijk lucratiever. “Het zal niet gebeurd zijn, maar Museeuw kan in de finale van het wereldkampioenschap wielrennen tegen Gianetti zeggen dat hij 100.000 gulden krijgt. Daar staat veel op het spel en daar kun je nog eens zo'n gebaar maken. Bij ons wint gewoon de beste. Het is een eerlijke sport zonder foefjes. Ongecompliceerd, met jongens die ervan houden om af te zien. Daar komt bij dat je rondjes van 400 meter rijdt, zodat de ogen van het publiek constant op je gericht zijn. Dan kan je ook niks bekonkelen.”

In het marathonpeloton is er al jaren een stilzwijgende afspraak. Iedereen rijdt tegen de Klerk's ploeg, die vrijwel elk seizoen een dominante rol speelt. “Logisch”, zegt de schaatser die aan zijn tweede seizoen bij Klerk's bezig is. “Toen ik bij Van Lingen reed, deed ik er ook alles aan om die mannen van Klerk's terug te halen. Ik was toen twee seizoenen de sterkste van het peloton, maar won slechts vier wedstrijden. Nu ben ik niet zo sterk als toen en win ik ze op rij.” Huitema hoeft niet meer achter vluchters aan. Dat doen zijn ploeggenoten. “En dat scheelt, want dan heb je op het eind over.”

Om de rol van de ploegentactiek terug te dringen en de schaatsers meer strijd met elkaar te laten leveren, mag een ploeg dit seizoen niet langer vier maar slechts drie A-rijders tellen. Een gevolg van die nieuwe regel is dat er nu dertien gesponsorde teams zijn, tegen vier vorig seizoen. Daar heeft de ploeg van Klerk's (met Huitema en de helpers Ruud Borst en Yep Kramer) het volgende op gevonden. Veertiger Piet Kleine, vorig seizoen verbonden aan Klerk's, rijdt nu voor een andere sponsor in een eenmansploeg, maar nog steeds in dienst van Huitema. De nieuwe opzet is dus een wassen neus, concludeert Huitema. “In Assen waren we met twaalf man weg. Piet deed gewoon het vuile werk voor me, net als vorig jaar.”

Huitema gold afgelopen winter als een van de favorieten voor de Elfstedentocht die op het nippertje niet doorging. Hij zag zichzelf al op het erepodium. En al telt alleen de zege in de Tocht der Tochten, hij zou ook trots zijn geweest op een tweede of een derde plaats. “Het ligt natuurlijk wel aan de manier waarop je wordt verslagen. De alternatieve Elfstedentocht in Finland verloor ik op nog geen tien centimeter afstand van Van Kempen. Na 200 kilometer kom je zo'n klein stukje te kort. Als dat tijdens een Elfstedentocht gebeurt, spring ik hier van de hoogste flat.” Lachend voegt Huitema er aan toe dat de flats in Roden niet zo hoog zijn.