OM: deskundige bij onderzoek BolsWessanen

ROTTERDAM, 17 OKT. Het openbaar ministerie heeft de hulp ingeroepen van een deskundige bij het strafonderzoek naar handel met voorkennis op de beurs in effecten van het fonds BolsWessanen. Het gaat mr. G.S. Panjer, die eerder onder meer optrad in de geruchtmakende HCS-affaire.

Panjer is directeur van de effectenmakelaar Prudential Bache en voorzitter van de Vereniging van Beleggingsanalisten. Hij zal zich buigen over de zaken van drie optiehandelaren die van handel met voorkennis worden verdacht en over de zaak van de BolsWessanen-directeur die mogelijk koersgevoelige informatie heeft gelekt.

Dit blijkt uit een brief die rechter-commissaris W.M.C Tilleman van de rechtbank in Amsterdam op 4 oktober aan een aantal betrokkenen heeft gestuurd. De benoeming van Panjer had plaats op verzoek van de officieren van justitie die het onderzoek BolsWessanen leiden.

Mr. C. Van Bavel, advocaat van een van de verdachte optiehandelaren, trekt uit de benoeming van Panjer de conclusie dat de officieren van justitie “kennelijk onzeker zijn over kwesties die met de beurs te maken hebben”. “Het is kennelijk een moeilijke materie waarop nu een gerespecteerde deskundige is gezet.”

Panjer is al in eerder andere, spraakmakende voorkennisaffaires als getuige-deskundige opgetreden (in de HCS- en RDM-zaak). Toen niet op verzoek van het OM, maar op verzoek van de verdediging, waaronder ondernemer Joep van den Nieuwenhuyzen. Panjer oordeelde destijds, samen met Ajax-penningmeester en beurshandelaar A. van Os, dat Van de Nieuwenhuyzen niet had gehandeld met voorwetenschap in aandelen HCS en RDM.

Panjer wil niet veel kwijt over zijn benoeming in de BolsWessanen-zaak, behalve dan dat hij als een soort vraagbaak voor de officieren van justitie functioneert. Het openbaar ministerie geeft geen enkel commentaar. “Hangende het onderzoek doen we geen mededelingen”, aldus een woordvoerster.

Blijkens de brief van de rechter-commissaris treedt Panjer niet op als adviseur in de zaak van de vier particuliere beleggers die vorige maand in het kader van het onderzoek door Justitie zijn aangehouden en verhoord.

Op 3 juli 1995 werden ongebruikelijk veel put-opties BolsWessanen verhandeld, waarmee werd gespeculeerd op een koersdaling. Een dag later had die specualtie plaats, nadat BolsWessanen de winstverwachting naar beneden bijstelde. Uit onderzoeksrapporten van de Amsterdamse beurs blijkt dat een van de drie verdachte optiehandelaren ten minste een kwart miljoen gulden winst heeft overgehouden aan de transacties in BolsWessanen.

Twee marketmakers, die als tegenpartij grote sommen verloren op de onderzochte transacties, dienden vorig jaar juli een klacht in bij het controlebureau, Compliance. “Dit is gebeurd namens alle optiehandelaren op de vloer, die marketmaker zijn in dit fonds”, zegt de gedupeerde optiehandelaar P. Penning, “een man of zeven”. In augustus 1994 hadden ook verdachte transacties plaats, die Justitie eveneens onderzoekt. Penning zegt de afgelopen jaren ongeveer 150.000 gulden te hebben verloren, inclusief de onderzochte transacties van augustus 1994. “Het is een schandalige toestand hier en het is goed dat er eens wat aan gebeurt.” De gedupeerde optiehandelaren willen een schadeclaim indienen tegen de vermeende beursfraudeurs. “Maar dan moet er natuurlijk wel iemand worden veroordeeld, bij wie wij de schade kunnen claimen. Dat zal niet meevallen”, zegt Penning.