Noodzaak van IJburg

Naast een wandeling langs het IJmeer had Geert Mak ook een ronde moeten maken langs feitelijke documentatie. Dan had zijn betoog over het IJmeer (10 oktober) aan kracht gewonnen. Om de kritische massa voor de discussie te doen toenemen, vul ik zijn bijdrage aan.

De noodzaak van woningbouw voor Amsterdam wordt door niemand betwist.

De vraag is of dit precies in een gebied moet gebeuren dat door rijk en provincie als kerngebied van de Ecologische Hoofdstructuur is aangewezen. De aanleg van IJburg schept landelijk een gevaarlijk precedent voor het aantasten van de groene ruggengraat. De maatschappelijke noodzaak van IJburg is onvoldoende aangetoond; er is onder meer verzuimd een zogenaamde locatie-milieu-effect-rapportage te verrichten waardoor eventuele alternatieven niet zorgvuldig in beeld zijn gebracht. De nadelige ecologische gevolgen van de aanleg van IJburg zijn veel groter dan het te bebouwen oppervlak van zes procent suggereert. De bouw heeft juist plaats in het ondiepe en rustige deel van het IJmeer waar jaarlijks vele tienduizenden trekvogels foerageren en rusten. Het verlies aan leefgebied voor dieren wordt geschat op 450 tot 700 hectare. Als de minister van VROM in een brief van 21 augustus aan de gemeente Amsterdamm niet uitsluit dat IJburg doorgroeit tot 40.000 woningen, als vele tekeningen zijn gemaakt met een stedenband tussen Amsterdam en Almere, als de provincie Flevoland weer plannen voor de Markerwaard presenteert, kan men alleen aan conclusies ontkomen door zijn kop ditmaal in het water te steken. Natuur en landschap vormen kwetsbare waarden. Als organisaties als de Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer, het Milieucentrum Amsterdam en Natuurmonumenten hiervoor niet in de bres springen, doet niemand het.