Micro en macro op de geldmarkt

AMSTERDAM, 17 OKT. De daggeldrente bewoog de afgelopen dagen van het ene naar het andere uiterste. Vanaf vorige week donderdag tot en met dinsdag lag dit kortste geldmarkttarief boven de 3 procent. Dat is hoog, vergeleken met de speciale beleningsrente van 2,5 procent. Gistermiddag zakte de daggeldrente echter ruim beneden het speciale beleningstarief, hetgeen uitzonderlijk laag is. Deze rente-uitslagen hebben alles te maken met het (naderende) einde van de contingentsperiode vandaag.

Het contingent is het bedrag dat banken in een bepaald tijdvak - tegenwoordig altijd drie maanden - gemiddeld bij DNB rood mogen staan op de voorschotfaciliteit (post 'voorschotten in rekening courant' op de weekstaat). Zowel het huidige als het - vrijdag ingaande - nieuwe contingent bedraagt voor het collectief van het bankwezen 4,4 miljard gulden. Als banken aan het einde van de contingentsperiode niet uitkomen met de hen individueel toegemeten ruimte, moeten zij bijlenen van andere partijen die ruimte over hebben. Het lijkt dus allemaal glad te lopen, als DNB tegen het einde van de contingentsperiode macro gezien maar zorgt voor voldoende liquiditeiten. Dat laatste is thans inderdaad het geval. Met nog 3,3 procent van de contingentsperiode te gaan, was afgelopen maandag nog 6,5 procent van de contingentsruimte onbenut. Een besparing van 3,2 procentpunt derhalve.

Waarom liep de daggeldrente dan toch sterk op? Waarschijnlijk omdat één of meer (grote) geldmarktpartijen hun contingentsruimte niet 'zomaar' willen overhevelen naar anderen. Dat kan zijn omdat zij zelf niet zeker zijn van hun eigen liquiditeitsbehoefte in de komende dagen. Blijkbaar is tegen het einde van de contingentsperiode een besparing op macro-niveau van 3 procentpunt niet altijd voldoende om een rustig marktverloop te garanderen. Dat er ditmaal op micro-niveau een 'tekort' aan liquiditeiten was, bleek - behalve uit de renteontwikkeling - eveneens uit de zeer hoge inschrijving op de jongste speciale belening, ingaande vandaag. De omvang van de belening bedraagt 2,5 miljard gulden, doch afgeleid kan worden dat voor ten minste 20 miljard gulden is ingeschreven. Geen wonder, als het alternatief lenen in de geldmarkt is tegen meer dan 3 procent. Doordat de vorige belening, eveneens aan de krappe kant was, moesten banken in de verslagweek hun beroep op de voorschotfaciliteit met bijna 1 miljard gulden ophogen, ondanks de geldmarktverruimende betalingen door het Rijk van ruim 1 miljard gulden.

De allerlaatste dag(en) van het contingent maken de geldmarktpartijen de hen resterende ruimte natuurlijk zoveel mogelijk op. Immers, het te betalen tarief daarvoor, de voorschotrente, is relatief laag (2 procent). Vandaar dat de daggeldrente gistermiddag naar een zo laag niveau zakte.

Bron: Economisch Bureau ING