Kerk geen bolwerk meer, maar netwerk

Kerkverlating blijft niet alleen theologen en kerkelijke leiders maar ook gewone kerkleden bezighouden. De kerkganger ziet steeds meer lege plaatsen naast zich op de kerkbank. De laatste cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau laten zien dat het proces van ontkerkelijking zich nog steeds voortzet.

De tijd van de grote, alles omvattende visies loopt ten einde. De postmoderne mens vlucht in het individualisme, maar tegelijkertijd blijft hij zoeken naar een houvast in de nieuwe leegte. Daardoor is de belangstelling voor en het zoeken naar religieuze ervaringen groter dan ooit.

Kun je eigenlijk wel spreken van kerkverlating, zo vroeg de Kampense theoloog dr. D. Tieleman zich dezer dagen af op het jaarlijkse congres van de Reünistenorganisatie van de overkoepelende studentenvereniging SSR, die uit voor het merendeel nog actieve kerkmensen bestaat. Moet je niet veeleer zeggen dat de kerk de mensen verlaten heeft? Er is onder gelovigen steeds minder behoefte aan het traditioneel 'beleden' geloof, maar wel aan een 'beleefd' geloof. De gangbare visie op de geloofscrisis berust op gezichtsbedrog, aldus Tieleman. Niet het geloof verdwijnt, maar bepaalde gestalten van het geloof zijn bezig te verdwijnen. Kerkverlating wil niet zeggen dat mensen ook het geloof vaarwel zeggen. “Op het breukvlak van moderne naar postmoderne cultuur dient zich als alternatief een spiritualiteit aan, die traditionele kerkelijke, confessionele en religieuze grenzen overschrijdt en overstijgt.”

In het verlengde van zijn ervaringen als studentenpredikant in Groningen bepleitte Tieleman daarom een nieuw type kerk: niet meer de kerk als bolwerk, maar als netwerk. De klemtoon zou niet meer moeten liggen op de wekelijkse eredienst, op de viering, maar juist op het pastoraat en diakonaat, het onderlinge dienstbetoon. In dat verband haalde hij prof. dr. A.A. van Ruler aan, die erop wees dat het in de kerk weliswaar om Christus draait, maar met de humaniteit als doel. “Als in de Haarlemse St. Bavo mensen bijeen komen om te rouwen om de doden van een vliegramp, dan 'geschiedt' daar God” - ook als diens naam in zo'n bijeenkomst niet wordt genoemd.

De cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau waren ook het vertrekpunt voor de toespraak van ds. A. van der Veer, voorzitter van de Evangelische Omroep en christelijk-gereformeerd predikant. Ook hij signaleerde een voortgaand proces van secularisatie, al wilde hij daar niet dramatisch over doen: elke zondag zitten er nog twee miljoen mensen in de kerk. De postmoderne, zoekende mens is ook helemaal niet onbereikbaar, want hij heeft een antenne voor het religieuze. De vijandigheid tegen het godsdienstige is verdwenen. Het lijkt er eerder op dat de overmaat aan rationaliteit de belangstelling daarvoor juist doet toenemen. Van der Veer wees op de groeiende deelname aan allerlei activiteiten zoals Praise-avonden, waar jongeren enkele uren met elkaar zingen, de 600.000 leden van zijn omroep, de tienduizenden die regelmatig contact hebben met de nazorg van de EO. Hij wilde dat wel zien als symptomen van de ontwikkeling van de kerk van bolwerk naar netwerk. Maar met gebruikmaking van moderne middelen moet vastgehouden worden aan de oude boodschap, dat er maar één weg naar het heil is: Jezus Christus. “De jeugd wil duidelijkheid, je moet scherp zijn, uitkomen waar je voor staat”, aldus Van der Veer.

Dr. K. Blei, secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk, hield de kerk in het midden. Hij signaleerde twee gevaren: de kerk zet zich af tegen de moderne tijd en graaft zich in, of ze laat zich kritiekloos door de moderne trends meeslepen. Hij bepleitte nuchterheid met betrekking tot het proces van secularisatie en zag daarom weinig heil in de poging van Tieleman om de kerkverlaters alsnog bij het christendom in te lijven. “Dan is de wens de vader van de gedachte.” Maar tegelijk waarschuwde hij voor een herleving van oude pretenties, waardoor in het verleden zoveel schade is aangericht. “Ik bestrijd de grote geloofswaarheden niet, maar we kunnen ze niet zo maar repeteren.” Van belang achtte hij dat kerkleden zich realiseren dat zij weliswaar gevormd zijn door de cultuur, maar dat het evangelie ook zelf cultuur-beïnvloedend en -scheppend is. Wie dat gelooft, wordt niet nerveus van het secularisatieproces.