Fundamentalisten stevig in het zadel in Turkije

ANKARA, 17 OKT. De oppositie in Turkije is er gisteren niet in geslaagd het parlement achter zich te krijgen voor een motie van wantrouwen tegen de door de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij geleide regering. Het voorstel werd dank zij de vrijwel unanieme steun van de conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP) van mevrouw Tansu Çiller, de coalitiepartner van de Welvaartspartij, met 275 tegen 256 stemmen afgewezen.

“Onze regering zit nu steviger in het zadel dan ooit”, aldus de zichtbaar opgeluchte premier Erbakan gisteren, ruim drie maanden na zijn aantreden. “We zullen het land tot in het jaar 2000 dienen.”

Hoewel - mede op instigatie van het leger - het ongenoegen binnen de DYP groeit tegen de sluipende islamisering van Turkije, slaagde mevrouw Çiller er gisteren opnieuw in haar partij bijeen te houden. “Er is geen alternatief voor deze regering”, aldus Çiller. Ze refereerde daarmee aan de periode van politieke chaos die Turkije kenmerkte rondom de parlementsverkiezingen in december vorig jaar. Noch de twee rechtse, noch de twee sociaal-democratische partijen waren in staat zich te verenigen en zo een dam op te werpen tegen de groeiende Welvaartspartij. Çiller is zelf een belangrijk obstakel in dat proces. Tegen haar lopen drie parlementaire onderzoeken naar vermeende corruptie gedurende de periode dat ze premier was. De indruk bestaat dat ze heimelijk met de Welvaartspartij is overeengekomen dat deze onderzoeken in de doofpot worden gestopt.

De directe aanleiding voor de motie van wantrouwen vormde het recente bezoek van Erbakan aan Tripoli. Hij diende de Libische leider Moammer Gaddafi daar omvoldoende van repliek na diens uitspraak dat de Koerden recht hebben op een eigen staat. De verontwaardiging hierover in Turkije was groot, gezien de al ruim 12 jaar durende guerrilla-oorlog tussen de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK) en het Turkse veiligheidsleger in het Zuidoosten van het land. Per dag komen hierbij gemiddeld drie militairen om het leven, wat de haat in Turkije tegen de Koerden aanwakkert.

Politieke waarnemers menen dat de seculiere oppositie de uitspraken van de “Bedoeïenenleider in zijn tent in Libië”, zoals over Gaddafi nu smalend wordt genoemd, heeft aangegrepen om hun eigenlijke angst te etaleren voor het buitenlandse beleid van de Welvaartspartij van aansluiting met de islamitische wereld. Dit zou ten koste gaan van Turkijes traditionele relaties met het Westen. De populaire krant Hürriyet (vrijheid) kwam ter ondersteuning hiervan gisteren met het bericht dat de Turkse ambassadeurs in enkele West-Europese landen Çiller ervoor hebben gewaarschuwd “dat Turkije geïsoleerd raakt in het Westen”. “Om tot de Europese Unie te kunnen behoren moet Turkije zijn politieke verplichtingen vervullen”, aldus de brief. Er wordt met name gewezen op de noodzaak tot naleving van de mensenrechten.

De opwinding over het bezoek van Erbakan aan Libië heeft onder de fundamentalisten tot het besef geleid dat de politieke islam een brug moet slaan naar de seculiere meerderheid in Turkije, wil de Welvaartspartij aan de macht blijven. Er wordt nu gesproken over een derde buitenlandse reis van Erbakan, die hem volgende maand naar enkele Westerse landen zal brengen. Zo moet hij de angst wegnemen dat Turkije zich werkelijk van Europa vervreemdt. Het partijcongres van de Welvaartspartij, zondag in Ankara, was een poging om de politieke islam te presenteren als een politieke beweging rechts van het midden, terwijl voorheen juist werd gesproken over het 'islamitische alternatief'. Erbakan toonde zich een trouw volgeling van Atatürk, de Turkse architect van het secularisme. In de populaire Turkse pers wordt nu gesproken over de nieuwe tactiek van Erbakan.

Bovendien verwijdert de Welvaartspartij zich sinds zij aan de macht is meer en meer van haar aanvankelijke staatsgeleide economische beleid. De fundamentalisten schuiven juist op naar een liberale markteconomie. Politieke waarnemers trekken hieruit de conclusie dat de Welvaartspartij eerst de ondernemerswereld aan zich wil binden. Pas als dat is gerealiseerd kunnen er politieke veranderingen worden doorgevoerd.

Hierin schuilt weer het gevaar dat de politieke islam de verarmde achterban van zich vervreemdt. Deze heeft immers uit protest tegen de ongelijke verdeling van de welvaart, de corruptie en het machtsmisbruik van de gevestigde politieke partijen en de bureaucratie op de Welvaartspartij gestemd. Het partijcongres van zondag toonde aan dat daarover echter nog nauwelijks wordt gemord. Er is immers geen alternatief voor de Welvaartspartij. Bovendien waagt vrijwel niemand van de oude, streng fundamentalistische garde het om Erbakan publiekelijk af te vallen, op een moment dat de politieke islam er voor het eerst in ruim 70 jaar in is geslaagd om aan de macht te komen in Turkije.