Ex-directeur Achmea verdacht van fraude

AMSTERDAM, 10 OKT. Achmea, Nederlands op één na grootste verzekeringsconcern, heeft enkele weken terug bij de rechtbank in Haarlem aangifte gedaan tegen een ex-directeur. Dat heeft een woordvoerder van het Achmea-concern vandaag bevestigd.

De aanklacht betreft valsheid in geschrifte en oplichting. De voormalige directeur van dochter Avéro zou voor ten minste 15 miljoen gulden aan premie-inkomsten hebben zoekgemaakt, zo melden goedingelichte bronnen. De schade is uiteindelijk beperkt tot enkele duizenden guldens, zegt woordvoerder Mol.

In 1995 ontdekte de concern-leiding dat de betreffende directeur, Th.A. R., zijn bevoegdheden te buiten ging. “Hij sloot contracten af met een onaanvaardbaar risico voor Avéro. Hij verkocht garantieverzekeringen, waarbij het risico veel te hoog was in verhouding tot de premie. Bovendien deed Avéro niet eens in garantieverzekeringen”, aldus woordvoerder R. Mol. R. kon vervolgens vertrekken.

Garantieverzekeringen zijn contracten die een verzekeraar sluit met bijvoorbeeld bedrijven die op hun produkten garantie verstrekken. De verzekeraar neemt daarbij de schadeposten voor zijn rekening.

Nader onderzoek na het vertrek van R. - mede om de contracten ongedaan te maken - deed de Achmea-directie vermoeden dat de Avéro-directeur niet zozeer ondeskundig en eigengereid te werk was gegaan, maar dat hij andere motieven moet hebben gehad. Daarop is KPMG Forensic Accountancy (financieel criminaliteitsonderzoek) op de zaak gezet.

Daarbij bleek dat R. op grote schaal een deel van ontvangen premie-inkomsten had laten verdwijnen. Waar dat geld is gebleven is nog steeds niet duidelijk. Ook de Verzekeringskamer en de Economische Controledienst zijn bij de affaire betrokken. (ANP)