Etnische registratie

DE GEBRUIKELIJKE AFKORTING voor de Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen (WBEAA) ligt al niet makkelijk in de mond. Het is tekenend voor de discrepantie die bestaat tussen het goede doel van deze wet en de uiterst moeizame uitvoeringspraktijk. Deze herfst moet de beslissing vallen of de WBEAA een tweede kans krijgt.

De WBEAA verplicht bedrijven en instellingen met meer dan 35 werknemers de etnische origine van het personeel te registreren als basis voor een plan om het aantrekken van allochtone arbeidskrachten te stimuleren. Doel is het realiseren van het streefgetal van 60.000 arbeidsplaatsen voor mensen uit etnische minderheden dat binnen het georganiseerd overleg is afgesproken.

Hoe goed het doel ook is, etnische registratie deugt in beginsel niet. De WBEAA heeft opmerkelijk veel verzet opgeroepen. Zelfs overheidsdiensten hikten er tegenaan. Het hoogheemraadschap Rijnland in Leiden heeft zich een zekere nationale faam verworven door zonder meer te weigeren de etnische vraag te stellen aan de werknemers: “Dat gaat niemand wat aan”. Opvallend was ook het individuele protest in de kring van de rechtbanken tegen deze vorm van registratie, die evenzeer voor een kwade zaak als voor een goed doel kan worden gebruikt. Binnen het bedrijfsleven werd gemopperd tegen wéér zo'n “bureaucratisch monstrum”.

DE COALITIEPARTIJEN in de Tweede Kamer, die samen met GroenLinks de WBEAA zonder veel omhaal in het Staatsblad hebben geholpen, toonden zich niet onder de indruk en het kabinet maande dat zeker overheidsinstellingen worden geacht de wetten uit te voeren. Toch blijkt ook nu weer uit een evaluatierapport dat de registratie van personeel naar herkomst stokt, ook al lijkt het ergste protest te zijn bedaard. De meerderheid van de werkgevers voert de registratie wel uit, maar laat de verplichte melding van de resultaten aan de Kamer van Koophandel achterwege. De uitvoering van de WBEAA heeft zeker wel bijgedragen tot de bewustwording binnen de arbeidsorganisaties, maar slechts twaalf procent heeft daadwerkelijk een plan van aanpak opgesteld, terwijl het daar toch om begonnen was.

Moet minister Melkert (Sociale Zaken) op deze weg verdergaan? Hij heeft al laten weten de zaak niet op de spits te willen drijven met de toepassing van sancties op nalatigheid, hoewel de wet daar wel in voorziet. De bewindsman is, zoals hij dat noemt, meer van de “afdeling overtuigen” dan van de “afdeling straffen”. Maar dan moet hij de registratieplicht ook schrappen. Met een zo zwaarwegende verplichting behoort men zuinig te zijn en men moet haar niet laten bungelen in de wet. In de behoefte aan gegevens over de ontwikkeling van de arbeidsdeelname voor allochtonen kan heel goed worden voorzien door een systeem van anonieme melding, zoals al het geval is in Canada, dat nota bene model stond voor de WBEAA.

VASTHOUDEN AAN de etnische registratie heeft behalve principiële bezwaren ook een praktisch risico. Het ongenoegen dat deze methode onmiskenbaar blijft oproepen kan maar al te makkelijk dienen als bliksemafleider voor de werkelijke problemen. De nadelige positie van allochtonen op de Nederlandse arbeidsmarkt wordt mede veroorzaakt door discriminerend gedrag van werkgevers bij werving en selectie. Dit werd laatstelijk nog eens gesignaleerd door de Internationale arbeidsorganisatie (ILO). Eerder al zei driekwart van de personeelsfunctionarissen in een Nederlandse peiling dat zij bij gelijke geschiktheid de voorkeur gaven aan autochtonen.

Beter dan zich vast te bijten in registratie zou minister Melkert dan ook iets kunnen doen aan de sollicitatiecode die, ondanks herhaalde initiatieven, maar niet echt van de grond wil komen. Over geschiktheid gesproken, dan dient wel onder ogen te worden gezien dat er ook het nodige blijft haperen aan de aanbodszijde: meer dan tachtig procent van de Marokkanen en bijna zeventig procent van de Turken heeft geen diploma voortgezet onderwijs. Een groot deel van hen is analfabeet, verklaarde de regering eerder dit jaar in antwoord op Kamervragen. Dan heeft men niets aan een registratiewet.