Elke vlucht een hellevaart

Voor het werk of de vakantie - een paar maal per jaar kan ik er niet onderuit: ik moet een vliegtuig in. De bestemming is onbereikbaar per trein, of te ver, of - wat vaker het geval is - mijn man vindt het een belachelijke tijdverspilling om per trein te reizen en praat net zo lang op me in tot ik toegeef: oké, we gaan vliegen, maar alleen als we de volgende keer de trein nemen. Het is een ritueel geworden. Ik laat me vermurwen en troost me met het besluit dat dit de allerlaatste keer is dat ik een vliegtuig instap.

Ongeveer een week voor het vertrek begint het. De angst. De spookbeelden. De gruwelfantasieën. Dat we zullen neerstorten, is zeker. Zal de begrafenis wel goed geregeld worden? Zullen ze het testament vinden? Maar waarschijnlijk zal er helemaal geen begrafenis zijn en zullen onze lijken door vlammen worden verteerd. Of in stukken gereten als haaienvoer door de oceaan tollen. Of verkoold in een gebergte belanden.

Ik zie de televisiebeelden van de Bijlmerramp weer voor me, dat immense vuur en ik hoor weer de sirenes van de brandweerwagens, die in Amsterdam die avond niet ophielden te loeien. Ik zie de wrakstukken van het ontplofte en in zee gestorte TWA-toestel, waarvan de bizarre kleurenfoto's in de kranten deden denken aan een kunstwerk van Marcel Duchamp. De rijen doodskisten op Tenerife. De Hercules op het vliegveld Eindhoven.

Ik denk aan de schrijver Adriaan Venema, die een vliegbrevet had en zijn vrienden vroeger op gezellige tochtjes in sportvliegtuigjes trakteerde, maar die me later eens toevertrouwde dat ze hem met geen stok meer een vliegtuig in kregen: “Ik weet te goed wat er allemaal mis kan gaan”, zo luidde zijn deskundige toelichting. Hoe vaak heeft dat zinnetje niet door mijn hoofd gespeeld als er weer een vliegreis op til was?

Ik hoor het geluid van de motoren en stel me voor hoe, hoog in de lucht, plotseling alles stilvalt. Een vriendin, die stewardess was, verzekerde me eens dat wie neerstort een snelle, zachte dood vindt. Maar het inferno dat ik voor me zie na het uitvallen van de motoren is allesbehalve zacht. Omdat ik er ooit over gehoord heb, zie ik afgerukte ledematen en scènes die mijn fantasie gelukkig niet bij machte is in al hun afgrijselijkheid op te roepen.

Ik voel weer de turbulenties in dat ellendige Fokker-toestel van de KLM tijdens een vlucht van Frankfurt naar Amsterdam, zo'n twee jaar geleden. Hoe we heen en weer werden gesmeten.

Het is waar: het liep weer goed af, maar in mijn volgende vliegreis zullen de turbulenties een fatale kracht hebben. Het zal met lichte schokjes beginnen, de riemen moeten vast, er lijkt nog weinig aan de hand, en dan begint het toestel onverwachts te schudden, tot er geen houden meer aan is en we reddeloos verloren zijn.

Zo maak ik van elke vlucht een hellevaart.

Altijd als ik me weer heb laten omkletsen, krijg ik spijt van mijn wankelmoedigheid. Maar de tickets zijn gekocht, er is geen weg meer terug.

In de slurf naar het vliegtuig doemt het beeld op van Barendje uit Heijermans' Op hoop van zegen. Barendje die zich vastklampt aan de deurpost en 'al uitgillend' roept: “Ik ga niet mee! Ik ga niet mee! 't Schip is ròt...” Hij smeekt zijn moeder hem te helpen, maar Kniertje maakt zijn vingers los van de deurpost - “Toe nou jongen, God zal je niet verlaten.” - en zo drijft ze Barendje de wrakke onheilsschuit op. “'t Schip is ròt”, prevel ik in de slurf. Maar mijn Kniertje lacht en zegt: “Dat schip is helemaal niet rot.”

In het vliegtuig beginnen bij 't kleinste schokje mijn turbulentie-fantasieën, bij elke geluidsverandering zie ik ons neerstorten en als schamel houvast is er slechts de spreuk dat de mens dikwijls 't meest lijdt door 't lijden dat hij vreest 'en dat nooit op komt dagen, zo heeft hij meer te dragen dan God te dragen geeft'.

Er bestaat geen remedie tegen vliegangst. Geruststellende uiteenzettingen over de statistiek zijn zinloos. Vliegen mag statistisch gezien nog zo veilig zijn, de vliegrampen worden er niet mee weggeredeneerd.

Seresta, ontspanningsoefeningen, of een kijkje in de cockpit - het is allemaal onzin. Want iedereen weet: wie hoog vliegt, zal laag vallen.