Een jaar in het teken van Peter de Grote; De tsaar is terug

Tijdens het onlangs begonnen Peter de Grote-jaar wordt de tsaar (1682-1725) herdacht als een vooruitstrevend, ondernemend en bescheiden vorst die van scheepstimmermannen het vak leerde en tal van wetenschappelijke en kunstvoorwerpen uit Nederland naar Rusland overbracht. Dat hij ook een tiran was, blijft buiten beschouwing.

Aan de wand in het houten Tsaar Peter-huisje in Zaandam hangt een one-liner van de Franse keizer Napoleon: 'Niets is de grote man te klein.' Hij kwam tot deze wijsheid tijdens zijn bezoek in 1811 aan dit nederige logeeradres van tsaar Peter de Grote. Die had daar in 1697 op 25-jarige leeftijd een week doorgebracht. De voormalige woning van de Zaanse scheepstimmerman Gerrit Kist is de afgelopen 300 jaar onderhouden door de Russische tsarenfamilie Romanov en het Huis van Oranje. Tegenwoordig wordt het ondersteund door houten pilaren en is er een stenen gebouw overheen gebouwd met daarin een tentoonstelling over Peters verblijf in Nederland.

Het huisje - verzakt tijdens een zware overstroming in 1825 - heeft in de loop der eeuwen honderdduizenden bezoekers gehad. Van koning Willem II en zijn Russische echtgenote Anna Paulowna tot Michail Gorbatsjov. Bij gebrek aan een gastenboek hebben de eerste bezoekers de ramen grijs gekrast met hun diamanten ringen, de oudste handtekening dateert uit 1770.

Napoleons spreuk over de twee meter lange Peter slaat niet alleen op de smalle houten bedstee waarin hij sliep, of op de eenvoudige meubels die nog te zien zijn in het behaaglijke vertrek. Ze verwijst ook naar een man die zichzelf ondanks zijn vorstelijke afkomst niet te belangrijk achtte om met timmermannen en zeelieden om te gaan. Een jonge tsaar die zijn nieuwsgierigheid durfde te tonen en graag leerling was, zelfs in het verre Nederland. Als er 300 jaar geleden een cursus public relations voor vorsten had bestaan, dan was tsaar Peter met glans geslaagd: hij droeg een moderne visie uit, voerde een krachtige strijd tegen de Turkse en Zweedse vijanden van Rusland, liet de eerste Russische oorlogsvloot bouwen en legde de havenstad St. Petersburg aan, introduceerde westerse kunst en wetenschap in Rusland en vond tòch de levensstijl van de gewone man niet te min. Dit imago is bij de Nederlanders blijven hangen, maar niet het feit dat hij honderdduizenden onderdanen liet vermoorden - hij vond tegenstanders van zijn hervormingsplannen bij vertegenwoordigers van de kerk, de adel en ook het gewone, conservatieve volk.

In 1697 reisde Peter met de slee, boot en vervolgens reiskoets naar Nederland, met het Grote Gezantschap dat uit 250 mensen bestond. Vanaf de grens met Duitsland reisde hij als 'onderofficier Peter Michajlov' met een kleine groep verder naar Zaandam. Zijn lage rang koos hij niet zozeer uit bescheidenheid, maar vooral omdat de Turken niet mochten weten dat de tsaar van Rusland in het buitenland vertoefde. Zodra dat bekend zou worden, zouden ze zonder twijfel naar Moskou oprukken.

Het was geen toeval dat de tsaar Zaandam en Amsterdam bezocht: hij had gehoord dat je daar het beste de scheepsbouw kon bestuderen. Hij kwam met grote bedoelingen en heel Nederland zal dat nu weten: met vele tentoonstellingen, concerten en publicaties worden het komende jaar zijn bezoeken aan Nederland in 1697 en 1717 gevierd.

Het ministerie van buitenlandse zaken initieerde de Peter de Grote-manifestatie, aanvankelijk om de handelsbetrekkingen met Rusland te verbeteren. “Maar binnen de kortste keren sloten allerlei culturele instellingen zich aan, die ook iets met Rusland wilden”, vertelt P. van Vliet, die verantwoordelijk was voor het diplomatieke programma. “De slechte kant van Peter de Grote laten de organisatoren even buiten beschouwing”, aldus Van Vliet.

De jonge tsaar had plannen voor een Russische vloot en had gehoord dat Nederland de beste plek was om het vak van scheepstimmerman te leren. In Zaandam meldde hij zich meteen de dag na aankomst als leerling bij de scheepswerf. Maar omdat de hele stad uitliep om de vreemdeling met het grote gestalte te bekijken, vertrok hij na een paar dagen naar de besloten werf van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) in Amsterdam.

Van zijn Hollandse vrienden in Moskou - die hij daar in hun immigranten-wijken had opgezocht - had hij ook begrepen dat veel kooplieden en vakmensen in de welvarende Republiek der Zeven Provinciën zich intensief bezighielden met de wetenschap. Eenmaal in Amsterdam kreeg Peter er maar niet genoeg van hun exotische verzamelingen en wetenschappelijke vondsten te bekijken. De tentoonstelling Tsaar Peter en Holland, die van 17 december tot 13 april in het Amsterdams Historisch Museum te zien is, toont de kunstwerken en wetenschappelijke curiosa die Peter in Nederland kocht en ten geschenke kreeg: het portret van de apotheker Albert Seba en diens collectie schelpen, opgezette dieren en diverse exotische insekten. Ook de dikke darmen en babyhandjes die Seba op sterk water zette nam Peter mee naar Rusland, evenals de brandspuit, een uitvinding van Jan van der Heyden.

De goed geconserveerde objecten uit deze verzameling zijn opnieuw bijeengebracht door twee onderzoekers van het het Amsterdams Historisch Museum, Jozien Driessen en Renée Kistemaker, in samenwerking met de Hermitage in St. Petersburg. De meeste stukken komen uit de Academie van Wetenschappen en Kunsten en verschillende Petersburgse musea en paleizen. Tijdens het onderzoek naar de verzameling, dat vier jaar duurde, zijn veel brieven over de collectie gevonden van Peter, zijn medewerkers en Nederlandse verzamelaars. Dankzij de bemiddeling van Driessen en Kistemaker zijn de Hermitage en de Academie van Wetenschappen, gelegen aan weerszijden van de rivier de Neva, voor het eerst gaan samenwerken. Dat heeft geresulteerd in een tentoonstelling in de Hermitage, die straks in Amsterdam te zien zal zijn.

Interessant is dat de conservatoren van de Hermitage, gewend als ze zijn aan het inrichten van kunsttentoonstellingen, de voorwerpen en schilderijen bleken te hebben toegelicht aan de hand van de schilders. Zo was het portret van Seba als volgt aangeduid: 'Albertus Seba door JACOB HOUBRAKEN'. “Het gaat ons juist om Seba en niet zozeer om de schilder Houbraken”, zegt Driessen. In het Amsterdams Historisch Museum zullen Peters verblijf en activiteiten in Nederland de spil vormen van de tentoonstelling. “De expositie wordt ingericht als een visuele wandeling door Peters verblijf in Nederland”, vertelt Paul Spies, de coördinator van de expositie. “De objecten, schilderijen en achtergrondverhalen moeten reliëf geven aan zijn persoonlijkheid. We hebben meer geld dan de Hermitage om met behulp van de objecten en het verhaal van Peters verblijf in Nederland te vertellen.”

De gebruiksvoorwerpen en objecten uit de Amsterdamse curiositeitenkabinetten liet Peter na zijn eerste vier maanden in Amsterdam overbrengen naar de door hem gestichte stad St. Petersburg. Daar liet hij ze opstellen in een speciaal gebouwde ruimte, de Kunstkamer. In die kamer hingen ook enkele schilderijen van Rembrandt en Jan Steen, die Peter eveneens in Nederland had gekocht. De schilderijen zijn nu in het bezit van de Hermitage en komen met de verzameling mee naar het Amsterdams Historisch Museum.

Eén van Peters eerste en beste Amsterdamse vrienden was burgemeester Nicolaas Witsen. Deze was op jonge leeftijd naar Rusland gereisd en gold als Ruslandkenner. Zijn belangstelling voor Rusland bracht hem ertoe onder andere de eerste kaart van Siberië te laten drukken. Die stuurde hij in 1687 naar de Russische tsaar. Peter was geïntrigeerd door Witsens enorme verzameling curiosa: schelpen, penningen, beelden, buitenlandse bodemvondsten, insekten, en schilderijen. Witsen introduceerde Peter ook bij de vele rijke kooplui en intellectuelen die zich in Amsterdam het hoofd braken over vragen als: bestaat de eenhoorn? Tot zijn vriendenkring behoorden de eerder genoemde apotheker Seba, de zeeschilder Adam Silo, de hoogleraar anatomie Frederik Ruysch, de marineman Jacob de Wilde en de uitvinder en schilder Jan van der Heyden.

Het lukte Peter een enkele Amsterdammer, zoals Adriaan Schoonebeek die rariteiten en schepen etste, over te halen zijn activiteiten in het destijds minder ontwikkelde Rusland voort te zetten. Schoonebeek heeft in Rusland jarenlang de vele veldslagen en overwinningen van Peter in prenten vastgelegd. Samen met zijn leerling Andrej Soebov en zijn stiefzoon Pieter Picaert legde hij de basis voor de Russische prentkunst. Ook deze prenten zijn binnenkort te zien in het Amsterdams Historisch Museum.

De handel met het Verre Oosten en het Westen die de Republiek der Zeven Provinciën in de zeventiende eeuw zoveel welvaart bracht, was onmogelijk geweest zonder de opbrengst van de handel in de zestiende eeuw met de landen rondom de Oostzee. Hollandse kooplieden importeerden - onder andere via Hoorn - graan, hout en huiden. Ze exporteerden bier, textiel, zuivelprodukten, wijn, haring en andere, luxe waren naar Noorwegen, Zweden en Rusland. Het Westfries Museum in het voormalige havenstadje Hoorn heeft daarom de tentoonstelling over die periode Naar Oostland willen wij varen ingericht, die tot 1 december open is.

In een ruime zaal van het museum, in 1632 gebouwd als vergaderlocatie voor de staten van Noord-Holland en West-Friesland, hangen schilderijen van de Hoornse haven en de zeevaart door Hendrick Cornelisz. Vroom. Zeventiende eeuwse kaarten van de handelsroutes in het Oostzeegebied en een portret van de Hoornse vice-admiraal Pieter Florisz. Daarnaast staat diens met zilver bewerkte grafdeksel, die is ontworpen nadat hij in 1658 net als vice-admiraal Witte de With was omgekomen tijdens de Slag in de Sont. Ook zijn er twee gedetailleerde modellen van zeventiende-eeuwse schepen: een walvisvaarder en een smal fluitschip, dat werd gebruikt voor de vaart door de Sont. De Hollanders bouwden zulke smalle schepen omdat de tolheffing in de Sont aanvankelijk werd bepaald aan de hand van de breedte van het dek.

De Deense handgeschreven tolregisters, uitgeleend door een museum in Kopenhagen, de vrachtbrieven en het register van het veilinghuis in de Hoornse haven uit 1705 behoren tot de mooiste onderdelen van de tentoonstelling. In de aankondiging voor de veiling van het schip van Jacob Vel wordt het basisprincipe van de markt voor alle duidelijkheid uiteengezet: “Men Praefenreert bij openbaare opveyling aan de meest daar voor biedende te verkoopen”. Onderaan de lijst waarin de inboedel van het schip wordt beschreven, worden hoogbiedende kopers opgeroepen concurrenten te zoeken: 'Zegget Voort.'

In sommige gevallen lijkt de vlag van het Peter de Grote-jaar meer een commerciële dan een inhoudelijke betekenis te hebben. Een voorbeeld daarvan is de expositie van zeventiende- en achttiende-eeuwse Russische ikonen, in een bovenzaal van hetzelfde Westfries Museum. De tentoonstelling, samengesteld uit de collectie van een Amsterdamse ikonen-handelaar, doet wat vreemd aan in het kader van een Peter de Grote-manifestatie. De ikonen, van onder anderen de heilige Nicolaas en Johannes de Doper, en de mysterieuze Byzantijnse muziek die uit de luidsprekers zweeft, zijn de twee bekendste symbolen van het Russisch-orthodoxe geloof. Die kerk was echter één van tsaar Peters grootste vijanden. In 1721 kondigde hij het Geestelijk Reglement af, waarmee hij het Russisch-orthodoxe patriarchaat afschafte. Dit besluit, dat de wereldlijke macht van de patriarch moest breken, riep bij bisschoppen veel verzet op. En ook zijn vrome zoon, Aleksej, moest Peters weerzin tegen de kerk met zijn leven bekopen: in 1718 heeft Peter hem hoogstwaarschijnlijk eigenhandig vermoord omdat hij zich weigerde in te zetten voor het Russische Rijk.

Bij Peter gingen de modernisering van dat rijk en de consolidering van zijn macht vóór alles. Die ambities hebben bijna twee miljoen Russen die daar niet aan meewerkten of zich zelfs verzetten, de kop gekost. Maar daarover zijn in dit tsaar Peter jaar geen tentoonstellingen.