De 48 best verzorgde boeken van 1996; Feestelijk bladeren

De Best Verzorgde Boeken, t/m 10 november in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Open: dag. 11-17u. Inl. 020-5732911.

Soms is een boek zo spannend geschreven dat je het in een adem uitleest. 'Daar kunnen wij als vormgevers ook een bijdrage aan leveren' moeten de studenten die het ontwerp maakten voor de Eindexamencatalogus 1994/1995 van de Hogeschool voor de kunsten in Arnhem hebben gedacht. Bovenaan elke pagina staat één regel tekst die doorleest bovenaan de volgende pagina. Als je het verhaal, een vraaggesprek met een docent van de school, wilt lezen dan moet je het hele boek doorbladeren.

Er zijn meer van dat soort slimme vondsten te zien op de tentoonstelling Best Verzorgde Boeken 1995 in het Stedelijk Museum in Amsterdam. In navolging van de Nederlandse industriële vormgevers die de afgelopen jaren in het buitenland furore maakten - met Droog Design als belangrijkste exponent - lijken nu ook de grafische vormgevers humor tot een belangrijk onderdeel van hun werk te maken.

Knap bedacht is bijvoorbeeld de kaft van het boek over de architect J.B. van Loghem (1881-1940) - dat is ook de titel - ontworpen door Lex Reitsma. Er staat een zwart-wit foto op van een door de architect geconstrueerd straatje. In het midden spelen twee kinderen, die wel in kleur zijn afgedrukt. Bij nadere beschouwing blijkt er onder de kaft een tweede kaft te zitten, waarop een foto is afgedrukt van het straatje zoals dat er nu uitziet, gemaakt vanuit exact dezelfde positie als de zwart-wit foto. In de eerste kaft is een rond gat gemaakt waar je de spelende kinderen op de tweede kaft doorheen ziet.

De verkiezing van de best vormgegeven boeken, die de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlands Boek (CPNB) jaarlijks organiseert, is een instituut - de eerste editie vond plaats in 1925 - dat onlangs in zijn bestaan werd bedreigd toen staatssecrataris Nuis (OCW) besloot de subsidie stop te zetten. Maar de organisatie vond in de Weekbladpers-groep een sponsor voor de komende drie jaar.

Van bijna alle 48 boeken - waarvan twee hors concours, want in het buitenland uitgegeven - die dit jaar zijn uitgekozen, liggen in het Stedelijk twee exemplaren: een in een vitrine en een op een tafeltje, daaraan bevestigd met een stuk staaldraad. Alleen Winterbeelden, een bundeling gedichten en zeefdrukken van Jan Wolkers, mag de bezoeker niet beetpakken; dat was blijkbaar te kostbaar. De 47 boeken waarin de bezoekers wel mogen bladeren ogen smoezelig en zitten vol ezelsoren. Dat geldt zeker voor Technicolor, het boek waaraan ook het meest valt te voelen. Voorin zitten enkele 'pagina's' van felgekleurde lappen textiel die inmiddels behoorlijk gerafeld zijn.

Technicolor is verschenen bij de Rotterdamse uitgeverij 010, die met zes boeken het best vertegenwoordigd is op de expositie. Wat verder opvalt in de selectie is het afnemende aandeel van de traditionele uitgeverijen. Waren zij tien jaar geleden nog met 26 boeken vertegenwoordigd (op veertig bekroonde titels), nu is dat aantal gedaald tot 18 van de 48 bekroonde boeken. Gelegenheidsuitgevers als bedrijven of verenigingen hebben vaak meer geld te besteden als ze een boek uitgeven. De jury lijkt hevig haar best te hebben gedaan om een zo groot mogelijke verscheidenheid aan boeken te selecteren; van kinderboeken tot literatuur voor volwassenen, en zelfs een jaarverslag. Dat alleen kan verklaren dat Zorg voor Zorg, een door het Landelijk Centrum Verpleging & Verzorging uitgegeven rapport, een plaatsje bij de Best Verzorgde Boeken heeft gekregen. Behalve enkele diapositief bedrukte pagina's valt hier weinig bijzonders aan te ontdekken.

Het jaarverslag van automatiseringsbedrijf BSO/Origin is een feest om door te bladeren, zeker als je het vergelijkt met de saaie, voorspelbare boekwerken - gladde kaft, dik papier, 'mooie' foto's - die de meeste bedrijven produceren. Dossier 94 heet het jaarverslag, dat eruit ziet als een dossiermap, compleet met elastieken om te voorkomen dat er iets uitvalt. Tabbladen verwijzen naar de hoofdstukken (the action, money, mission) die ieder op hun eigen, weinig conventionele manier zijn vormgegeven. De kern van het verslag, de jaarcijfers, staan in een eenvoudig boekhoudschriftje dat met een plakbandje aan de map is bevestigd. A snapshot of BSO/Origin and its clients worldwide luidt de begeleidende tekst bij foto's van BSO-medewerkers en -klanten, die eruit zien als vakantiekiekjes. Ze stralen bevlogenheid en kameraadschap uit, en dat is ongetwijfeld ook de bedoeling. De oprichter van het miljoenenbedrijf, Eckart Wintzen, deed zelf mee aan de brainstorm-sessies over de vormgeving van het jaarverslag.

Boeken voor kunstminnaars (fotoboeken, catalogi, boeken over architectuur) zijn in de meerderheid. Komt dat doordat uitgevers van dit soort boeken meer zorg besteden aan de vormgeving daarvan of omdat het zelfs voor een jury ondoenlijk is vorm en inhoud volledig van elkaar te scheiden?

Een boekje dat uitnodigt tot lezen is de dichtbundel Wie niet lacht, krijgt een 8, vormgegeven door Karen Polder. De illustraties - een handgeschreven gedicht, een kindertekening, een krantenknipsel over de dichter van wie op dezelfde pagina een gedicht staat - maken op elke pagina nieuwsgierig naar de tekst.

Minder uitnodigend is de catalogus bij de tentoonstelling. Dat is overigens niet de schuld van de vormgever, Véro Crickx, die er echt iets moois van heeft gemaakt. De kaft is groter dan de bladzijden; als je het boek openslaat zie je op de randen van de kaft - die aan alle kanten ongeveer twee centimeter uitsteken - kleine afbeeldingen van de omslagen van de 48 Best Verzorgde Boeken. Het is de indeling van de catalogus die hindert. In het eerste deel vindt de lezer foto's van de bekroonde boeken. In het tweede deel is, in dezelfde volgorde, per boek het oordeel van de jury afgedrukt. Waarom deze teksten niet direct onder of achter de illustraties geplakt? Nu zit je voortdurend heen en weer te bladeren als je wilt zien wat de jury - onder leiding van voorzitter Hans Oldewarris - bedoelt.

Een andere vraag die zich opdringt is, waarom nieuwe delen zijn toegelaten van reeksen, waarvan eerdere delen ook al tot de selectie doordrongen. De Monografieën van Nederlandse architecten zouden op menige koffietafel niet mistaan, maar de vormgeving ervan verschilt niet spectaculair van de voorgaande delen die al eens werden bekroond.