Dansers als wachters in een Griekse tragedie

Voorstelling: Welk een eer voor het vaderland te mogen sterven, door Conny Janssen Danst. Choreografie: Conny Janssen. Gezien: 15/10 Schouwburg Rotterdam. Verder: tournee t/m 20/12.

Onlangs vertelde de choreografe Conny Janssen in een radioprogramma dat zij het idee voor haar nieuwe dansstuk kreeg bij het realiseren van een project in de zomer. Wie denkt dat hierdoor haar vijfde, avondvullende produktie zonnig van aard is, zit fout. Het project speelde zich af in een deprimerende loods en dat riep bij haar een somber makende onzekerheid op. De choreografe ging zelfs twijfelen aan de betekenis van woorden. Ze vroeg zich af in hoeverre het geschreven woord uitdrukt wat er staat. Haar nieuwe werk kreeg dan ook de dubieuze titel Welk een eer voor het vaderland te mogen sterven.

Het opschrift verwijst naar kanonnenvlees en postuum uitgereikte medailles, naar strijdende partijen en kameraadschap, naar fysieke kracht en kwetsbaarheid. Al die elementen zijn min of meer aanwezig in Janssens stuk. Zo verwijst het toneelbeeld van Thomas Rupert naar een fortificatie waar opeengestapelde zandzakken de manschappen en het materieel moeten beschermen.

Het openingsbeeld is schitterend. Op metershoge zuilen zijn drie figuren geplaatst, als wachters in een Griekse tragedie. Hun blik is echter niet waakzaam, maar uitgeblust. Wanneer de uit olievaten opgebouwde pilaren omvallen, zweven zij door de ruimte als slachtoffers van sluipschutters. Die houdingen komen steeds terug: hangend aan een kabel vlak boven de grond, soms in de dans verwerkt en uitgevoerd op de rug, schouder of knie van de partner.

Acht dansers van het ac-hoc gezelschap Conny Janssen Danst geven gestalte aan de personages. Zij kregen hiervoor uitgebreid, gevarieerd en bij vlagen fascinerend bewegingsmateriaal aangereikt door de choreografe. Toch kunnen de mannen de spanning niet vasthouden, omdat zij een geschiedenis uitbeelden die uit brokstukken bestaat. Een hechte lijn ontbreekt. Hierdoor gaat de betekenis verloren en wordt de toeschouwer geen deelgenoot van het drama.

Janssen verzekerde zich van de medewerking van Koos Terpstra, artistiek leider van het RO Theater. Zijn dramaturgisch advies heeft blijkbaar remmend gewerkt op het tempo van de voorstelling, waarin veel wordt gesuggereerd maar weinig meegedeeld. De dubbele bodem zit alleen in de titel.