Contrasten kenmerken Rotterdamse 'woonmall' Alexandrium III; Passage in een doos

De buitenkant van de 'woonmall' Alexandrium III in de Rotterdamse nieuwbouwwijk Alexanderpolder is een schreeuwerig versierde, kolossale doos. Maar onder het ingenieus gewelfde dak van beton, hout en glas is een rustgevend atrium ontstaan.

Al vele jaren verkondigen de profeten van de Nieuwe Tijd dat het spoedig met het winkelen gedaan zal zijn. Het is een kwestie van weinig tijd of iedereen zal via zijn personal computer de benodigde waren bestellen, beweren zij. Men winkelt vanachter zijn bureau en de winkelstraten zullen ontvolkt raken.

Tot nu toe is er weinig van hun voorspelling uitgekomen. Integendeel, de luchthaven Schiphol is ook winkelcentrum geworden en in Rotterdam is de 'koopgoot', zoals het nieuwe, ondergrondse winkelgebied in het centrum al is gedoopt, nog maar een maand open of de volgende winkelkolos wordt al weer in gebruik genomen.

Vandaag opent in Rotterdam-Alexander Alexandrium III, een zogenaamde 'woonmall' van 62.500 vierkante meter. Alexandrium III is volgens de experts een 'woonwinkelconcentratie van de vierde generatie'. De woonwinkels van de eerste generatie bevonden zich in het oude centrum, die van de tweede vestigden zich in de periferie, aan de rand van de stad, maar vertoonden nog weinig samenhang. De woonwinkels van de derde generatie zijn de nog altijd bestaande verzamelingen losse gebouwen aan 'woonboulevards'. Alexandrium III gaat weer een stap verder: hier zijn 55 meubelzaken samen met een makelaar, een hypotheekadviesbureau, een kinderopvang, vier restaurants en verschillende bars ondergebracht onder één dak. In Alexandrium III kan men eerst een huis kopen en vervolgens passende meubels, kasten, gordijnen, tuinspullen, kortom alles wat in en bij een huis kan voorkomen.

Alexandrium III is het vervolg op Alexandrium II, waarin megastores als Kwantum en Toys 'R' Us zijn gevestigd. Alexandrium III zal worden gevolgd door Alexandrium I - het Alexandrium-project heeft iets weg van A.F.Th. van der Heijdens romancyclus 'De tandeloze tijd' - dat het verbindingslid zal vormen met de al lang bestaande Oosterhof, een traditioneel winkelcentrum met bakkers, groentemannen, kledingzaken, een Hema, een Blokker enzovoort. Tezamen hebben al deze winkelcentra eenzelfde omvang als de Lijnbaan, het beroemde (en inmiddels beruchte) winkelgebied in het centrum van Rotterdam.

Alexandrium II en III zijn gebouwd door projectontwikkelaar MAB-groep, die begin jaren negentig met een ontwerp van het architectenbureau Verheijen Verkoren de Haan een prijsvraag voor het nieuwe winkelcentrum won. Het vorig jaar opgeleverde Alexandrium II is een deprimerende, platte constructie die is versierd met allerlei modieuze attributen. Het vooroverhangende losse scherm, het zwarte ribbelmateriaal als gevelbekleding, de kleine zonneklepjes, de gestreepte gevel aan de zijkant - allemaal zijn ze afkomstig uit de catalogus van de jaren-negentig-architectuuraccessoires. Het enige bijzondere aan Alexandrium II is de licht gebogen gevel, die het door zijn grote lengte mogelijk maakt om in één blik het hele winkelaanbod te overzien.

Ook het exterieur van Alexandrium III is een schoolvoorbeeld van de huidige collage-mode in de architectuur. De gebogen, oranje gevel aan de Hoofdweg botst aan de ene kant op een mooie, kale betonnen spiraal - de oprit naar een parkeervlakte op het dak voor duizend auto's. En aan de andere kant, bij de Capelseweg, houdt de gevel abrupt op om om de hoek verder te gaan in een ronding van glazen bouwstenen. De voorzijde, die haaks op Alexandrium II staat, wordt beheerst door een hellende vlakte waar nog eens zestig auto's kunnen staan. Daarboven bevindt zich een bol scherm waarop acht zogenaamde rotorpanelen zijn bevestigd, die elk afwisselend drie stripachtige werkjes van de onvermijdelijke Herman Brood tonen.

Niet alleen modieus, maar ook grof en verdrukkend doet de buitenkant van de drie verdiepingen hoge doos zich voor. Kenmerkend voor de grofheid is de manier waarop architect Fons Verheijen is omgegaan met het al bestaande Polderhuis, een grote villa uit 1932. Verheijen en de projectontwikkelaar besloten de villa te laten staan, maar hebben verder weinig respect getoond voor het Polderhuis. Er dringt zich een vergelijking op met een ander reusachtig gebouw waarin een oud, bestaand gebouw werd opgenomen: het Piraeus-woongebouw op het KNSM-eiland in Amsterdam. Maar terwijl de Duitse architect Hans Kollhoff in Amsterdam het bakstenen havengebouw ongemoeid liet en tot uitgangspunt voor zijn eigen kolos nam, slokt het monster van Verheijen het Polderhuis letterlijk op. Onder een verhoogd dak en achter een spiegelende, glazen wand staat het in de etalage, alsof het een verkoopbaar poppenhuis is.

Niet minder grof is het grote kunstwerk dat kunstenares Ineke Visser bovenop de spiraalvormige weg naar het parkeerdak heeft mogen zetten. Drie langwerpige metalen driehoeken vormen een omhoogstrevend beeld, dat ook al doet denken aan iets vergelijkbaars, namelijk de sculptuur die de Russische constructivist Naum Gabo in 1957 maakte voor de Bijenkorf in Rotterdam. Alleen is Vissers beeld veel en veel stijver, armzaliger en deerniswekkenker dan de 'Tulp' of 'Boom', zoals Gabo's beeld wel wordt genoemd.

Binnen is van schreeuwerigheid weinig meer te bekennen. De 55 winkels zijn over drie verdiepingen gegroepeerd rondom een langwerpig, zich versmallend 'atrium', zoals de architect het zelf noemt. Maar veel meer dan op een atrium, lijkt de binnenruimte op een passage, het onovertroffen 19de-eeuwse bouwtype. De metalen spiraaltrappen, de glazen liften, de witte bolle onderkanten van de galerijen, de verbindende loopbruggen, de natuurstenen vloeren op de begane grond en het houten parket op de andere etages - ze vormen een rustig, waardig interieur.

Rustbevorderend zijn ook de eendere glazen puien waarachter alle meubelwinkels schuil gaan en de kalme, verplicht terughoudende belettering. Letterlijk de bekroning van de passage in de kolossale doos is het dak, waarvan de houten balken zich van onderen voordoen als vlinders en van buiten, vanaf het parkeerdak, als een ingenieuze gewelfde sculptuur van beton, hout en glas, vele malen mooier dan het gedrocht van Visser.