Commissie stelt 'stabiliteitspact' voor

BRUSSEL, 17 OKT. De Europese Commissie heeft gisteren de tekst voor een 'stabiliteitspact' voorgesteld, waarmee voorkomen moet worden dat landen na toetreding tot de Economische en Monetaire Unie alsnog hun begrotingsdiscipline laten varen. Een exacte formulering van de uitzonderlijke omstandigheden waaronder geen sancties worden opgelegd aan een land dat van de vastgestelde EMU-normen afwijkt, is echter vermeden. Verwacht wordt dat meningsverschillen hierover leiden tot moeizame onderhandelingen tussen de Europese ministers van financiën, die in november bijeenkomen.

Het is de bedoeling dat de Europese staats- en regeringsleiders in december tijdens een top in Dublin het stabiliteitspact aanvaarden. De Europese Commissie werd het gisteren eens over een ontwerptekst voor het pact na een moeizame vergadering die anderhalf uur langer duurde dan gepland. De Duitse minister van financiën Waigel is voorstander van een nauwkeurige omschrijving van de omstandigheden waaronder de EMU-norm van een maximaal begrotingstekort van drie procent van het bruto binnenlands produkt (bbp) kan worden overschreden zonder dat er dadelijk maatregelen tegen een lidstaat worden getroffen. Waigel is de initiatiefnemer van het stabiliteitspact.

De Europese ministers van financiën willen dat na de start van de EMU op 1 januari 1999 de deelnemende landen hun begrotingsdiscipline volhouden. Dat moet de geloofwaardigheid van de nieuwe eenheidsmunt steunen. De voorzitter van de Europese Commissie, Santer, en Europees commissaris Silguy, hamerden er gisteren tijdens een presentatie van hun voorstel op dat begrotingsdiscipline leidt tot lagere rente, economische groei en toenemende werkgelegenheid. Santer zei dat stabiliteit nodig is om de werkgelegenheid niet in gevaar te brengen in landen als Nederland, die nu profiteren van hun begrotingsdiscipline van de afgelopen jaren.

Volgens het voorstel van de Commissie zullen de lidstaten die tot de EMU toetreden jaarlijks stabiliteitsprogramma's moeten inleveren. Daarmee ontstaat een systeem waarmee in een vroeg stadium gesignaleerd wordt of een land zich aan de afgesproken begrotingsdiscipline houdt. Het is de bedoeling dat de begrotingen van de EMU-deelnemers op middellange termijn vrijwel in balans zullen worden gebracht.

Een land dat het begrotingstekort boven de bovengrens van drie procent laat stijgen, krijgt eerst een aanmaning. Als het vervolgens maatregelen aankondigt om de situatie te verbeteren, krijgt het tien maanden de tijd om die uit te voeren. Het land dat niet tot maatregelen overgaat, wordt gestraft. De Commissie stelt voor om het betrokken land jaarlijks 0,2 procent van het bruto binnenlands produkt te laten deponeren met daaraan toegevoegd een 0,1 procent bbp voor elk procentpunt waarmee de begroting boven de drie-procentsnorm uitkomt. Deze sanctie mag echter totaal nooit meer bedragen dan 0,5 procent van het bruto binnenlands produkt. Dat betekent dat boven de 6 procent begrotingstekort, de omvang van het sanctiebedrag niet toeneemt.

De rente van dit gestorte bedrag gaat naar de begroting van de Europese Unie. Indien het betrokken land de financiën vervolgens binnen twee jaar heeft gesaneerd, krijgt het het sanctiebedrag zonder rente terug. Als het begrotingstekort te hoog blijft, wordt het sanctiebedrag omgezet in een definitieve boete die naar de kas van de EU gaat. Dan kan van het betrokken land verlangd worden opnieuw een sanctiebedrag bij de commissie te storten, waarmee de hele procedure nog eens begint. De hele sanctieprocedure wordt echter niet in werking gezet als de norm van drie procent begrotingstekort wordt overschreden als gevolg van “uitzonderlijke en tijdelijke” gebeurtenissen die de betrokken lidstaat niet onder controle heeft of in het geval van een “beduidend negatieve jaarlijkse reële groei”.

De Commissie is met dit voorstel niet tegemoet gekomen aan de Duitse wens om zo groot mogelijke duidelijkheid. De Duitse minister Waigel heeft gepleit voor een norm van twee procent negatieve groei in een jaar. Europees commissaris Silguy zei gisteren dat er geen gegevens zijn waarmee “een gouden getal” kan worden vastgesteld.

Hij zei ook dat met uitzonderlijke gebeurtenissen zaken worden bedoeld als natuurrampen en economische schokken zoals de Duitse eenwording. Bovendien rekent hij daartoe “de ontwikkeling van een economische cyclus van een ongebruikelijk karakter”, waarvan de gevolgen niet met tijdige maatregelen te ondervangen zijn.

De Commissie heeft ook een voorstel gedaan voor het juridisch statuut van de euro, dat onder andere zekerheid moet bieden over de continuïteit van contracten die nu nog zijn opgesteld in nationale munten.