Clinton telegenieker dan Dole

Er zullen maar weinig Nederlanders hun nachtrust hebben opgeofferd voor de rechtstreekse uitzending van het presidentiële debat tussen Bill Clinton en Bob Dole. Op de Nederlandse zenders was het debat niet eens te volgen, je moest ervoor uitwijken naar CNN of BBC. Wie niet gekeken heeft, kan gerust zijn: hij heeft weinig gemist. Het was een saaie, bloedeloze vertoning.

Dat is niet verwonderlijk. Heel vroeger - men denke aan het befaamde debat tussen Kennedy en Nixon - konden zulke debatten nog wel eens spectaculair verlopen, maar met de latere formule is dat vrijwel ondenkbaar geworden. Het debat is dermate geformaliseerd dat er niet gauw iets onvoorziens zal gebeuren. Iedereen zit stiekem te hopen op die ene verspreking of black-out waar morgen de hele wereld over praat, maar de kans daarop is minimaal.

In dit tweede debat tussen Clinton en Dole mochten de gewone burgers vragen stellen. Er waren ruim honderd mensen geselecteerd van wie er twintig - elf vrouwen, negen mannen - aan bod kwamen. De volgorde was deze: de burger stelde zijn vraag, debater X. antwoordde, debater Y. reageerde, debater X. mocht kort afsluiten. Discussieleider Jim Lehrer verzekerde de kijkers dat Clinton noch Dole de vragen tevoren had kunnen inzien.

Spontaniteit troef, zou je dus bijna denken, maar niets bleek minder waar. Op een enkele uitzondering na, stelde men immers zulke globale vragen - over bijvoorbeeld belastingverlaging, defensiebezuinigingen, bijstand - dat de discussianten gemakkelijk geprepareerde antwoorden konden geven. Vooral Clinton is daarin een meester. Hij ratelt, zonder één verspreking, allerlei cijferreeksen en wetsformuleringen af.

Hoe je ook over hem mag denken, Clinton is een telegenieke man. Alleen al op het vlak van de presentatie versloeg hij Dole gemakkelijk. Hij bewoog zich losser en maakte zoveel mogelijk oogcontact met de vragenstellers.

De choreografie van het debat was wat veranderd, althans vergeleken met wat ik me van vroegere jaren herinner. De debaters bleven niet meer stijf achter hun katheder staan, maar mochten de vloer op, een soort halve cirkel met het publiek er omheen. Het zijn allemaal optische veranderingen waar je weinig mee opschiet.

Zo'n debat blijft vooral wurgend saai omdat de deelnemers niet rechtstreeks met elkaar in discussie mogen gaan. Vragen aan elkaar, interrupties - het is niet toegestaan. Ieder vult keurig de toegemeten spreektijd en wandelt bedaard terug naar zijn spreekgestoelte. Dat het dynamische Amerikaanse volk, zo gesteld op afwisseling en spanning, daarmee steeds weer genoegen neemt - het is eigenlijk een raadsel.

Ook op humor lijkt een strikt verbod te rusten. Dole waagde zich aan twee grapjes, maar een ervan had ik hem al eerder horen maken. Het was de grap over zijn val tegen een hek: nog voor hij de grond bereikte, belde een advocaat hem op: “We hebben hier een zaak!” Aardige grap, maar het getuigt niet van brille om haar in zo'n debat te herhalen.

Dole zou een frontale aanval op Clinton openen, was ons beloofd. Hij begon veelbelovend met een kort statement over 'de schandalen en morele problemen van het Witte Huis', maar hij beet niet door. Het was alsof hij tegen het einde van het debat voelde dat hij aan de verliezende hand was. Hij wees er toen tot twee keer op - het was nog net geen klagen - dat het jammer was dat het publiek geen vragen over buitenlandse politiek had gesteld.

Dat klopte overigens niet helemaal: een mevrouw had in het begin gevraagd of Clinton bereid was troepen naar Israel te sturen. Ach, had Bill toen maar uit de grond van zijn hart “Ja!” geroepen - dan hadden we nog wat kunnen beleven. Maar hij antwoordde wijselijk dat de partijen het vooral met elkaar moesten regelen en dat hij daarbij best wilde bemiddelen.

Clinton blijft dus president. Dat betekent, om zijn slotstatement te citeren, dat “the greatest country in history will be ever greater”. Na afloop van het debat mocht Ross Perot, de derde kandidaat, bij CNN reageren. Het eerste wat hij zei: “Please, never forget that we live in the greatest country in the history of man.”

Dat mag allemaal waar zijn, maar over vier jaar sta ik niet meer in het holst van de nacht op om de macht in Amerika te controleren.