Belgische spaghetti

Dat België het Italië van het Noorden wordt genoemd, bewijst niet alleen de Luikse mafia, de illegale handel in auto's, de netwerken rond de moord op de socialist André Cools en de ontwikkelingen in de zaak-Dutroux, maar ook het nuttigen van een bordje spaghetti door onderzoeksrechter Connerotte met vertegenwoordigers van de slachtoffers van Dutroux. Gelukkig is er ook nog gerechtigheid.

Dat bewijst althans de uitspraak van het Belgische Hof van Cassatie om onderzoeksrechter Connerotte van de zaak-Dutroux af te halen. Dat een groot deel van de Belgische bevolking het met deze beslissing van het Hof van Cassatie niet eens is, komt door het feit dat onderzoeksrechter Connerotte in de zaak-Dutroux veel bereikt heeft en thans tot een nationaal symbool voor een betrouwbare rechtsgang in België is geworden. Voor sommigen zelfs de laatste strohalm.

De bevolking gaat echter voorbij aan het gegeven dat een (onderzoeks)rechter absoluut onpartijdig en objectief moet handelen. Zelfs het wekken van de schijn van partijdigheid is in deze taboe. Dat de onderzoeksrechter aanwezig was op een benefiet-diner voor de slachtoffers van Dutroux, pleit voor de mens Connerotte, maar niet voor zijn rol als rechter in deze toch al delicate zaak.

Door de beslissing van het Hof om het onderzoek naar de door Dutroux gepleegde daden bij procureur Bourlet in Neufchâteau te laten en de zaak aan een nieuwe onderzoeksrechter binnen het zelfde arrondissement toe te vertrouwen, bewijst het Hof van Cassatie dat het begrip heeft voor de publieke opinie. Vanuit dat oogpunt is het dan ook een wijze beslissing.

Daarnaast is het arrest juridisch gezien goed onderbouwd, omdat het niet uitsluitend en alleen is gegrond op het 'wekken van de schijn van partijdigheid' maar op artikel 828.10, van het Belgisch Gerechtelijk Wetboek, dat betrekking heeft op 'wraking van de rechter' (een rechter mag tijdens het behandelen van een zaak niet door een partij worden ontvangen).

Daarmee neemt het Hof de wind uit de zeilen van de advocaten van Dutroux om het arrest via het Europese Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg aan te vechten. Dit zou namelijk tot een juridische escalatie kunnen leiden rond de vraag wat nu precies 'het wekken van de schijn van partijdigheid' is. We mogen ons gelukkig prijzen dat dat geen doorgang kan vinden.