200 exquise koeltebrengers in museum; De waaiertaal is internationaal

Waaiers worden al vanaf de oudheid gebruikt, om koelte te verschaffen, ter verhoging van de status en als mode-accessoire. De achttiende eeuw vormde het hoogtepunt van de Europese waaiercultuur. Het Amsterdams Historisch Museum toont de verzameling van Alfred Wollferts. Waaiers en Kant: een Amsterdamse collectie, t/m 12 januari 1997 in het Amsterdams Historisch Museum, Kalverstraat 92, Amsterdam. Open: Ma-vr 10-17u.; za en zo 11-17u.. Inl.: 020-5231743. In verband met deze tentoonstelling organiseert het museum op zondag 17 november een demonstratie kantklossen en op woensdag 11 december een lezing over de geschiedenis van de waaier.

Vijftig jaar geleden kocht hij zijn eerste waaier. Het was een kanten huwelijkswaaier voor zijn aanstaande bruid. Nu is Alfred Wollferts een internationaal bekend verzamelaar, hoewel zijn collectie van tweehonderd exquise exemplaren niet de omvangrijkste van Nederland is.

“Voor een waaierverzamelaar is het van belang om op veilingen en vlooienmarkten de ogen goed de kost te geven”, meent Wollferts, eigenaar van het 'Kantenhuis' in de Kalverstraat. Met plezier verhaalt hij over de aankoop van een van zijn meest geliefde objecten, een waaier met drie blauwe schilderingen, die hij indertijd op de Parijse marché aux puces kocht. “Op mijn vraag wat het ding kostte, kreeg ik het antwoord: 100 frank, toen 75 gulden. In die tijd een belachelijk laag bedrag voor zo'n prachtstuk. 'Maar waarom 100 frank?', vroeg ik aan de verkoper. Toen antwoordde hij tot mijn verbijstering: 'Dat blauw staat me niet aan. Als je die schilderingen er nou uit haalt en je zet er witte zijde voor in de plaats, dan heb je pas een mooie waaier.' U wordt bedankt voor de tip! zei ik nog, terwijl ik snel het bedrag neertelde.”

Een deel van het bezit van de Amsterdamse collectioneur wordt nu tentoongesteld in het Amsterdams Historisch Museum onder de titel 'Waaiers en Kant: een Amsterdamse collectie'. De waaiers dateren uit de achttiende tot twintigste eeuw en zijn afkomstig uit China, Japan en diverse Europese landen. Erg fraai is bijvoorbeeld een zwart exemplaar met een montuur van schildpad waarop een embleem van vijfentachtig echte diamantjes is aangebracht. Bijzondere stukken kant en een vorstelijke reiscassette uit 1826 - met toiletgarnituur en naai-attributen - vullen de tentoonstelling aan.

Waaiers werden al in de oudheid gebruikt, zowel om koelte toe te wuiven of vliegen weg te jagen, als om de status van de eigenaar te tonen. In Egypte was de waaier zelfs een symbool van de farao. Maar allengs werd het een onmisbaar mode-accessoire, voor zowel dames als heren van stand. De achttiende eeuw vormde het hoogtepunt van de waaiercultuur in Europa. Hoe aanzienlijker de adel, des te mooier en duurder de waaier. Enkele met de hand beschilderde waaiers uit Wollferts verzameling zijn zelfs pure kunstwerkjes: ze ademen niet alleen de elegante sfeer uit de Pruikentijd, de zucht tot conspicuous consumption van de aristocratische machthebbers, maar tonen ook het geduld en vakmanschap van de makers.

Als neergestreken, breekbare vlinders staan de beschilderde waaiers in de vitrines van het Amsterdamse museum opgesteld. Maar wie beter kijkt, ziet dat ze niet zo onschuldig zijn als ze in eerste instantie ogen. Mythologische en bijbelse voorstellingen worden afgewisseld door liefdestafereeltjes die overlopen van symboliek. Sommige afgebeelde voorwerpen verwijzen naar vruchtbaarheid en huwelijkstrouw, andere daarentegen naar wulpsheid en ondeugd. Een verliefd paartje in een idyllisch landschap naast een vogel in een kooitje symboliseerde zo niet alleen geborgenheid en eenheid in het huwelijk, maar ook een man die een vrouw in zijn strikken had gevangen.

“Veel voorstellingen hebben met de liefde en met het leven te maken”, vertelt Wollferts. Romantische scènes met een licht scabreuze ondertoon werden vanaf de zeventiende eeuw zelfs een geliefd thema op waaierbladen. Op de expositie is een Franse huwelijkswaaier uit 1890 te zien met een beschilderde voorstelling van een huwelijksstoet, waarbij de jaloerse minnaar achter een boom toekijkt. En wat te denken van de platvoerse symboliek van een mand met vruchten of een doedelzak als verwijzingen naar de (oneerbare) bedoelingen van de man?

Dergelijke amoureuze voorstellingen passen in de complexe 'waaiertaal' die in de zeventiende en achttiende eeuw bestond. Dit was een systeem van met de waaier gegeven codes, waarmee huwbare meisjes geluidloze boodschappen konden doorseinen aan toekomstige minnaars. Er waren zelfs waaier-academies waar men deze taal kon leren. Hield de dame de waaier in de rechterhand voor het gezicht dan betekende dat: 'Volg mij.' Liet zij de waaier in de linkerhand heen en weer bewegen, dan wilde zij zeggen: 'We worden bespied.' De waaier zachtjes over de wang laten glijden, betekende: 'Ik houd van u.' Echt spannend werd het als het meisje de gesloten waaier op de lippen liet rusten: dit was immers een rechtstreekse invitatie om tot kussen over te gaan.

Madame de Staël was twee eeuwen geleden een groot liefhebster van deze kunst van de waaiertaal: “Hoeveel gratie geeft een waaier niet aan een vrouw die er op de juiste wijze gebruik van maakt. Hij kronkelt zich, fladdert, richt zich op of daalt, al naar de omstandigheden en de opkomende passies.”