'We moeten snel toe naar één nationale school'; D66-wethouder Pijlman wil af van verzuiling in het onderwijs

GRONINGEN, 16 OKT. Zijn pleidooi voor een nationale school begon de Groningse wethouder voor Onderwijs, H.J. Pijlman, een maand geleden in een rokerig zaaltje vol christelijke vakbondsleden in Assen. Ontredderd waren aanwezigen naar de interruptiemicrofoon gesneld. Besefte de wethouder wel dat hij een nieuwe schoolstrijd ontketende? Maar na afloop had Pijlman “zelfs van rechtgeaarde CDA'ers gelijk gekregen”.

“Het verzuilde stelsel van openbare en bijzondere scholen heeft zichzelf overleefd”, zegt de wethouder, die landelijke bekendheid verwierf met zijn aanpak van onderwijsachterstanden. “We moeten de scholen teruggeven aan de ouders.”

Pijlman, wethouder voor D66 in Groningen en tot voor kort lid van het partijbestuur, vindt dat openbare en bijzondere scholen moeten opgaan in een nationale school. Een school die ruimte laat voor levensbeschouwing, onder supervisie staat van Rijk en gemeenten en bestuurd wordt door ouders. Daartoe wil hij de vrijheid van onderwijs uit de Grondwet opnieuw definiëren. Want de wethouder ervaart het keurslijf van de wet als “knellend, technocratisch en steeds verder verwijderd van de maatschappelijke werkelijkheid.” In een intern discussiestuk ter voorbereiding van het komende partijcongres zet de D66'er zijn visie uiteen. Pijlman: “De verzuiling in het onderwijs is niet meer van deze tijd. De vrijheid van onderwijs moet bij de ouders liggen, niet bij de onderwijskoepels.”

Wat is er nu mis met het onderwijs?

“Ouders verliezen hun vooraanstaande plek in het onderwijs. Ouders haken af. Vind maar eens ouders voor plekken in bestuurscommissies. Ze zeggen: 'Het bestuur gaat niet over mijn kinderen, het gaat niet over wat mijn kinderen moeten leren, het gaat zelfs niet over onderwijs'. Ze hebben geen zin te vergaderen over nota's, aanvragen voor onderhoud of de levensbeschouwing van de koepel.”

Hoe komt dat?

“Die desinteresse komt door beleidsontwikkelingen als schaalvergroting en bestuurlijke vernieuwing maar ook door de bestuursstructuur. De gelijkstelling tussen openbaar en bijzonder onderwijs leidt tot bureaucratie en ingewikkelde regelgeving. Zo moet ik met vijfentwintig schoolbesturen overeenstemming bereiken voordat de gemeente kan beslissen. Dat gaat in Groningen nog goed, maar omslachtig is het wel, want je creëert regels, regels, regels en nog eens regels. Neem Rotterdam. Dat wil zijn schoolbestuur onderbrengen in een aparte stichting. De scholen vragen een bruidsschat van tachtig miljoen gulden voor achterstallig onderhoud. En al wil de staatssecretaris af van de absolute gelijkstelling in bekostiging, ik durf te wedden dat het bijzonder onderwijs ook een flink bedrag opeist. Een automatisme dat met financiële nood niks te maken heeft.”

Is het erg dat ouders afhaken, iedere koepel heeft toch eigen ouderverenigingen?

“Ja, maar wie vertegenwoordigen die verenigingen? De vrijheid van onderwijs ligt in de ogen van D66 bij de ouders van de school. Dat wil zeggen: bouw het bestel van onderaf op. Ons standpunt is dat scholen bijdragen aan gemeenschapszin en in die gemeenschap consumeren mensen en investeren mensen. Het afhaken geeft aan dat de koepels een vervlogen werkelijkheid in stand houden.

In de praktijk hebben de burgers het systeem namelijk allang opgeheven. Een groot aantal ouders op bijzondere scholen laat de levensbeschouwing koud. Het gros kiest voor een school op basis van de ligging, het pedagogisch klimaat, of subjectieve kwaliteit.''

Hoe denkt u ouders terug te halen?

“We moeten de komende eeuw ingaan met een nationale school. Je kan uitzonderingen maken voor scholen waar geloofsovertuiging een heel belangrijke rol speelt, zoals de vrijgemaakt gereformeerde richting. Alle scholen moeten in principe opgaan in een nationale school, waar ruimte is voor levensbeschouwing. Zo'n school moet worden bestuurd door verenigingen van ouders. Op die manier komen er minder regels, gaat het bestuur weer over onderwijs.”

Wat gebeurt er als die ouders ruzie krijgen?

“De gemeente houdt toezicht, en ach, sommige stichtingen ruziën nu ook. In mijn opzet deelt de gemeente verantwoordelijkheid met ouders en laten we de school weer het cement van de wijk zijn. Je kunt tegelijkertijd de positie van gemeente en rijksoverheid zuiverder definiëren. De gemeente wordt voor alle scholen alleen lokale overheid die de samenhang tussen alle beleid waarborgt, en het Rijk bemoeit zich louter met curriculum, kwaliteitsbewaking en de collectieve arbeidsovereenkomst. Bij een onderwerp als evolutietheorie kunnen ouders en docenten afspreken of de school dit in de lessen opneemt. Het systeem is tweehonderd miljoen tot een miljard gulden goedkoper.”

Lokt u niet een schoolstrijd uit? In ieder geval het CDA en klein rechts zullen mordicus tegen zijn.

“Ik vloek in de kerk, dat weet ik. De vrijheid van onderwijs is een open zenuw in het bestel. Maar we kunnen onze ogen niet blijven sluiten voor een stelsel dat zichzelf in stand houdt, maar door ouders is opgeblazen. De bijzondere scholen hebben daar nota bene zelf aan meegewerkt door alle kinderen aan te nemen. Op een katholieke school in Groningen zijn van de honderdzestig leerlingen er maar zes katholiek, en hebben ook de leraren weinig van doen met de katholieke ideologie. Het systeem was in de negentiende eeuw begrijpelijk, maar is dat in de eenentwinigste eeuw niet meer. De maatschappij is veranderd.”

Na de klassengrootte en wachtgelders stelt D66 nu ook de vrijheid van onderwijs ter discussie. Wil D66 de sociaal-democratische bewindslieden soms het politiek initiatief ontnemen?

“Over mijn stuk moet de partij nog een standpunt vormen, ik heb het op persoonlijke titel geschreven. En waar het PvdA-staatssecretaris Netelenbos betreft: heel omzichtig probeert ook zij de bestuursstructuur te hervormen. Maar zij neemt het openbaar onderwijs als uitgangspunt. Dat is maar dertig procent van alle basis- en middelbare scholen. Over de rest, het bijzonder onderwijs, praten we niet. Maar waarom niet? Het stelsel is overleefd. De ouders drijven af. Het is tijd voor een discussie, om te beginnen in D66.”