Tribunaal hoort getuigen buiten rechtszaal

DEN HAAG, 16 OKT. Ook in het kamertje ergens in de Bosnisch-Servische stad Banja Luka, waar het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië tijdelijk is neergestreken, droeg de griffier keurig een befje. Hij leidde getuigen in het proces tegen de Bosnische Serviër Dusko Tadic naar een tafeltje met een blauw kleed, een overhead-projector en een bloknoot en nam ze de eed af. Op de achtergrond wapperde een grote VN-vlag af en toe zachtjes in de tocht.

In de rechtszaal in Den Haag was dit alles goed waar te nemen op een schokkerig videobeeld dat via een satelliet werd aangevoerd. De rechters keken er zuinig naar. Zeer tegen hun zin hadden zij ingestemd met het verzoek van de verdediging getuigen buiten de rechtszaal te mogen horen. Ze hadden geen andere keuze gehad, wilden ze het proces doen slagen. Een aantal getuigen van de verdediging kon om uiteenlopende redenen niet naar Den Haag komen. Sommigen kregen geen toestemming het land te verlaten, anderen waren bang zelf vervolgd te worden voor mogelijke misdaden. De verdediging had gedreigd het proces ongeldig te verklaren, als niet alle getuigen à decharge gehoord zouden kunnen worden.

Wegens “buitengewone omstandigheden” waren de rechters daarom akkoord gegaan met een kostbare videoverbinding via een satelliet. Daarvoor was gekozen boven onder ede afgelegde verklaringen of alleen een geluidsverbinding - die regelmatig in de Verenigde Staten gebruikt wordt bij rechtszaken - omdat de rechters de “fysieke aanwezigheid van een persoon van belang achten voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van de getuige”. De druk dat de getuigen gezien kunnen worden maakt volgens de rechters bovendien de kans kleiner dat ze valse verklaringen afleggen. Behalve de griffier en de verdediging, zou in Banja Luka ook een vertegenwoordiger van de aanklager bij de verhoren moeten zijn om toe te zien op de goede gang van zaken.

De belangrijkste voorwaarde was evenwel dat de getuigenverklaringen “voldoende belangrijk” moesten zijn voor het proces, in de zin dat de rechtszaak “oneerlijk” zou worden zonder de verklaringen. De getuigen die gisteren werden verhoord (de verdediging hoort in totaal tien getuigen via de video-verbinding) leken niet aan die eis te voldoen. Zeljko Maric bijvoorbeeld, was als politieman ingedeeld bij dezelfde controlepost als Tadic - die claimt uitsluitend als reserve-politieagent te hebben 'gediend' in de oorlog en niet in de gevangenkampen mensen te hebben mishandeld - maar had hoogst zelden tegelijkertijd met hem dienst. De spanning bij zowel de getuige als Tadic en de verdedigigers steeg echter aanzienlijk toen de aanklager Maric langdurig ondervroeg wat nou eigenlijk gecontroleerd werd bij die politieposten. “Voertuigen en lading”, zei Maric. Voor de personen was de militaire politie verantwoordelijk geweest, zei Maric, tot opluchting van de verdediging.